Home

Bij de betoverende film ‘Samsara’ wordt de bioscoop een meditatieruimte: een unieke belevenis

‘Wat kan ik nog doen, nu ik dood ben?’ Het is een terugkerende vraag in het Tibetaans dodenboek, de Bardo Thödol. De eeuwenoude boeddhistische tekst bereidt stervenden voor op hun naderende einde, of liever gezegd op een nieuw begin. De dood vormt het startpunt van een reis die via tussenfasen — bardo’s — leidt naar wedergeboorte. Niets houdt werkelijk op, er is altijd nog iets te doen.

Het dodenboek speelt een belangrijke rol in Samsara, een film die gaat over bardo’s (een Sanskriet woord dat ‘tussen twee’ betekent) en overgangen. Niet alleen de personages krijgen ermee te maken, ook het publiek wordt erbij betrokken, op een manier die weinig filmmakers tot nu toe hebben aangedurfd. De Spaanse regisseur Lois Patiño doet het gewoon: een filmervaring creëren die van de bioscoopzaal een meditatieruimte maakt. Een unieke belevenis, ook voor wie niet spiritueel is aangelegd, want Samsara is zeker niet zweverig.

Helder en zonder veel pretenties verkent Patiño verschillende tussenfasen en grensgebieden. Tussen leven en dood, maar ook tussen religies. Rituelen rondom de dood verschillen overal ter wereld, maar vaak is er toch overlap. De fascinatie voor transities duikt steeds weer in de film op. Soms behoeft dat geen uitleg (een rivier wordt overgestoken, een jongen staat op de drempel van volwassenheid), soms valt erover te discussiëren. Waar ligt bijvoorbeeld de grens tussen kijken en zien?

Over de auteur

Pauline Kleijer schrijft voor de Volkskrant over film.

De film is zelf ook een tussenproduct. Patiño gebruikt documentaire-elementen en vermengt die met fictie. De meeste hoofdrolspelers zijn geen acteurs, maar spelen zichzelf in een duidelijk geënsceneerd verhaal. Genreoverstijgend, heet zo’n mengvorm — het bardo van de eigenzinnige filmmaker.

Samsara begint in de Laotiaanse stad Luang Prabang, waar de 17-jarige Amid een oude, stervende vrouw voorleest uit het Tibetaanse dodenboek. De vrouw, Mon, heeft zich neergelegd bij haar lot en neemt afscheid van alles om haar heen. Zelfs haar trouwe stoel krijgt een groet en een dankwoord.

Bij het heen en weer reizen tussen de woning van Mon, aan de andere kant van de Mekongrivier, en zijn eigen huis, maakt Amid kennis met een leeftijdgenoot. De boeddhistische leerling-monnik Be An woont in een nabijgelegen klooster. De jonge monniken, die uit verre regio’s van Laos komen en vaak tot een etnische minderheid behoren, blijken niet veel te verschillen van Amid. De een gaat informatica studeren, de ander wil een beroemde rapper worden. Terwijl de jongens een waterval bezoeken, overlijdt Mon.

Het verhaal gaat verder in een ander deel van de wereld, op het Tanzaniaanse eiland Zanzibar. Maar voor het zover is, laat Patiño de kijker meegaan op de reis die Mon na haar dood moet afleggen. Door het bardo, naar de andere kant. Daarvoor volgt een specifieke instructie: het filmpubliek moet de ogen dichtdoen, net zolang tot er geen geluid meer te horen is. Zo’n vijftien minuten duurt het intermezzo, waar beter niet te veel over verklapt kan worden, al is het een essentieel onderdeel van de film.

Er is meer dan het zichtbare, wil Patiño zijn publiek meegeven met dit filmische experiment. En hoe je het ook beleeft, die boodschap komt aan. In een kwartier is er van alles te horen én te zien — kijken doe je dus niet alleen met je ogen. Film is veel meer dan een visueel medium.

Wanneer de reis voorbij is, gaat Samsara (de titel staat voor de cyclus van dood en wedergeboorte) verder in Tanzania, waar het meisje Juwairiya van haar moeder te horen krijgt dat er een geitje is geboren. Ze ontfermt zich over het beest en noemt haar Neema. Ondertussen toont Patiño op documentaire wijze het leven op Zanzibar, waar de vrouwen zeewier bewerken tot zeep en een jonge Masai vertelt over de gebruiken van zijn volk. ‘Vroeger lieten we onze doden achter in de wildernis, om ze terug te geven aan de natuur’, zegt hij.

De Masai geloven niet in reïncarnatie of een ander voortbestaan na de dood. De familie van Juwairiya is moslim — voor hen is er wel een hiernamaals. Het roept de vraag op hoe we naar het geitje Neema moeten kijken. Je mág best geloven dat Mon is wedergeboren in het dier, lijkt Patiño te suggereren, maar het hoeft niet.

Samsara biedt geen dwingend spiritueel korset, maar is een aangenaam ontregelende zoektocht door verschillende zienswijzen. Voor Patiño draait zijn film om acceptatie en begrip. Dat hij daarvoor enkele van de schitterendste landschappen ter wereld bezoekt — de onwaarschijnlijk mooie Kuang Si-waterval in Laos, de witte stranden van Zanzibar — heeft iets oppervlakkigs, maar ach: de film gaat ook over schoonheid.

Schoonheid waar je naar kunt kijken en schoonheid die je kunt ervaren. Vorm en inhoud gaan perfect samen in deze betoverende film die overal tussenin valt, en daarmee iets volslagen nieuws laat ontstaan.

Docudrama

★★★★★

Regie Lois Patiño.

Met Amid Keomany, Juwairiya Idrisa Uwesu, Simone Milavanh.

113 min., in 42 zalen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next