Ik werd wakker met een feestelijk gevoel: het was precies 25 jaar geleden dat ik mijn allereerste stukje voor de Volkskrant schreef. Dat was voor de kookrubriek, en het ging over een gerecht dat ik in Siberië had leren kennen: pelmeni, deegkussentjes gevuld met gehakt.
Dát is lang geleden, bedacht ik met weemoed, en daarna ging ik over tot de orde van de dag: de krant lezen. Ik las een interview met Asma Khan, een Indiaas-Britse kokkin en ‘voedselactivist’. Ze heeft een Indiaas restaurant met een ‘bi-cultureel team van uitsluitend vrouwen’ en ze is ‘een voorvechtster van sociale rechtvaardigheid in en buiten de keuken’.
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Een loffelijk streven, waarvoor ze dan ook vrijdag de Johannes van Damprijs krijgt. Ik herinner me Johannes van Dam trouwens niet per se als strijder voor sociale rechtvaardigheid, maar hij hield wel van uitheemse gerechten en stond er altijd op dat die correct werden klaargemaakt. Zo kon hij enorm tekeer gaan als het Indonesische stoofgerecht rendang niet droog genoeg was, of als iemand het waagde om suiker in de vinaigrette te doen.
Ach ja, onze zwaarlijvige mopperpot is alweer tien jaar dood. Nog steeds zul je mij geen suiker in de vinaigrette zien doen, of natte rendang zien opdienen, maar als een ander het wél doet: ga je gang. Vrijheid, blijheid. En als je niet handig bent in het bereiden van uitheemse schotels dan eet je die toch gewoon buiten de deur? Migranten uit de hele wereld maken tenslotte al decennia de heerlijkste gerechten bereikbaar voor iedereen.
Daar bleek Asma Khan overigens bezwaren tegen te hebben. ‘Westerlingen kijken vaak neer op migrantenkeukens’ zegt ze, ‘het soort gerechten dat ze alleen maar bestellen omdat ze, door de pittigheid, liters bier rechtvaardigen, om dronken te worden. Eten waarvoor mensen niet naar een restaurant gaan, maar naar ‘een tentje’. Shoarma bijvoorbeeld, of, in Groot-Brittannië, Indiaas eten.’
Ik knipperde even met mijn ogen. Ja, shoarma en ander streetfood eet je inderdaad in ‘een tentje’. Dat doen ze namelijk in het land van herkomst ook. Als ik in India frites en kroketten ga verkopen verwachten ze daar ook geen zorgvuldig met linnen gedekte tafel. Is dat dan ook ‘pure xenofobie’ zoals Khan zegt? En waarom zou je iets eten waarop je neerkijkt? Mensen, overal ter wereld, eten gewoon wat ze lekker vinden. En wie heeft er een ‘rechtvaardiging’ nodig om liters bier te drinken?
Zuchtend legde ik de krant weg. 25 jaar! Vanavond ga ik lekker uitheemse pelmeni eten, om het te vieren. 25 jaar is tenslotte niet niks.
Nee, 25 jaar is een wereld van verschil.
Source: Volkskrant