Of het optimisme van informateur Plasterk terecht is, moet in het Kamerdebat en de volgende ronde nog maar blijken.
Op deze carnavalsdagen doet lezing van het verslag van informateur Ronald Plasterk al snel denken aan het klassieke lied En van je hela hola houd er de moed maar in. Monter stelt Plasterk vast dat de onderhandelende partijen PVV, VVD, NSC en BBB al op 9 en 10 januari overeenstemming bereikten over ‘de basislijn’ die de grondrechten voor een ieder in dit land garandeert.
Over wat toch de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn, is Plasterk ‘verheugd’. En daar blijft het niet bij. Niet alleen is de eerste fase van zijn informatieronde ‘succesvol’ afgerond, ook is er ‘goed nieuws’ inzake mogelijke overeenstemming over een aantal andere onderwerpen die in het tweede deel van zijn opdracht zijn genoemd. De partijen denken ‘veelal in dezelfde richting’.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Maar dat betekent geenszins dat een centrum-rechts kabinet nu heel nabij is. Ondanks uitvoerig uitgewerkte ‘zeven punten’ voor het waarborgen van de Grondwet en de democratische rechtsstaat, laat het NSC van Pieter Omtzigt in het verslag weten dat ‘de rechtsstatelijke afstand’ tot de PVV van Geert Wilders onoverbrugbaar blijft. Omtzigt volhardt: hij doet niet mee aan een meerderheidskabinet, noch aan een eventueel minderheidskabinet.
Zo bevat het verslag van Plasterk in feite een dubbele boodschap. Het kan wel, zo’n kabinet ‘dat recht doet aan de verkiezingsuitslag’, en het kan niet. Want ook bij die gedeelde denkrichtingen past een kanttekening, namelijk ‘dat er zeker aanzienlijke verschillen zijn’. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over deze uitkomst. De vraag is: hoe nu verder?
Welke vorm een nieuw kabinet moet krijgen, behoorde niet tot de opdracht aan Plasterk. Maar de uitkomst is wel dat de formatie in de volgende ronde hoe dan ook een experimentele fase ingaat. NSC wil eventueel een minderheidskabinet gedogen, maar legt ook een zakenkabinet of extraparlementair kabinet als opties voor. In de opvatting van Omtzigt hoort daar een ‘financieel kader’ bij, schrijft de informateur.
Op het punt van de financiën heeft Omtzigt in het debat nog wel wat uit te leggen. Hij liep weg van de onderhandelingstafel, nadat hij naar eigen zeggen te laat inzage had gekregen in mogelijke financiële tegenvallers. Terecht merkt Plasterk op dat een groot deel daarvan al op enigerlei wijze bekend was.
Nu Omtzigt de kat uit de boom kijkt, zal de VVD kleur moeten bekennen. Plasterk roept daartoe ook op: ‘Het moge duidelijk zijn dat niet iedereen een kabinet slechts kan gedogen.’ Intussen heeft Wilders op papier veel van zijn opvattingen uit het verleden gerectificeerd, maar wordt hij toch niet vertrouwd door Omtzigt.
De Kamer doet er goed aan de partijen, binnen een gestelde termijn, nog een laatste onderhandelingsronde te gunnen. Maar waarom de informateur al bij al optimistisch blijft, is niet helemaal duidelijk. Toch niet omdat hijzelf dit kabinet zo graag wilde? Misschien is het de geest van het lied: En als de moed eruit is, dan pompen we hem d’r in.
Source: Volkskrant