Home

Feestelijk geweervuur hoort erbij in Libanon, maar ik schuil toch even onder een afdakje

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Jenne Jan Holtland maakt kennis met de Libanese traditie om tijdens begrafenissen in de lucht te schieten, en vraagt zich af of zijn laatste uur geslagen heeft.

Welk dorp in Libanon je ook bezoekt, je komt er altijd een minibakkerij tegen met een steenoven, niet te missen vanwege de geur van verse manaeesh – warme platbroden met witte kaas, lamsvlees of wilde oregano en tijm. In een sjiitisch dorpje stond ik op mijn platbrood met kaas te wachten, toen ik een onmiskenbaar geluid hoorde. Tak-tak-tak-tak. Een paar seconden later weer.

De bakker draaide mijn brood tussen de vlammetjes om. Het geweervuur bracht hem niet van zijn stuk. Dit was Abbassiyeh, hier gebeurden gekkere dingen. Trouwens, er was een begrafenis aan de gang, en tijdens begrafenissen, bruiloften en andere feestelijkheden wordt er – dat weet iedere Libanees – in de lucht geschoten met automatische geweren. Vallen daar gewonden bij? Ja. Doden ook? Reken maar. Wie houdt dat bij? Niemand. Is dat erg? Mwah. Hangt ervan af wie je het vraagt. De meeste Libanezen halen er hun schouders over op.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).

Uit een bericht van een lokale krant: ‘Een Syrische vrouw is overleden nadat ze tijdens de nieuwjaarsviering in een vluchtelingenkamp in Baalbek (Oost-Libanon, red.) door een verdwaalde kogel werd geraakt. Een tweede verdwaalde kogel beschadigde een vliegtuig van Middle East Airlines dat geparkeerd stond op het asfalt van de luchthaven van Beiroet.’ Geen namen, geen daders, over tot de orde van de dag.

Ik had zelf weinig zin om zo’n naamloze dode te worden, maar had de nieuwscoördinator ook een reportage beloofd vanuit de begrafenisstoet. Tak-tak-tak, iets dichterbij nu. Ik rekende af, en dacht aan wat mijn journalistieke mentor, een vrouw met een veelvoud aan tropenjaren op zak, me ooit toevertrouwde: de kans dat je het overleeft is groter dan dat je iets overkomt. Statistiek van lik-m’n-vestje, hoor ik u denken, maar voor mensen zonder wiskunde in hun pakket (bent u daar?) kunnen ook niet-kloppende sommetjes geruststellen. Over een glooiend weggetje liep ik richting het lawaai naar beneden, platbrood in de hand.

Nu we het over statistieken hebben: een paar maanden geleden deed dagblad L’Orient le Jour een manmoedige poging toch wat cijfers te verzamelen. Voorlopige uitkomst: zeven doden in 2023, plus 22 gewonden. Het daadwerkelijke aantal ligt hoger (als gezegd: niemand houdt het bij), maar het geeft een indruk. ‘Feestelijk geweervuur’, filosofeerde een parlementslid, ‘is zo oud als de heuvels van dit land. Voordat de mens zijn vreugde of verdriet in woorden of kunst kon vatten, deed hij dat met lawaai.’

Libanon is in de regio bepaald geen uitzondering. Op het web zwerft een filmpje van een Jordaniër die na maanden vrijkomt uit de gevangenis. Hij stapt uit de auto en wordt onthaald door uitgelaten familieleden. Een neef grijpt een handpistool voor wat omlijstende knallen, iedereen in de buurt mag het horen. Als hij klaar is, gaat het ding nog één keer per ongeluk af, boem, waarna de vrijgekomen man tegen de vloer gaat. De slingers konden weer worden opgeborgen.

Tak-tak-tak-tak. In het dorp zette zich de stoet in beweging. De schutters zag ik nergens. Mijn Libanese tolk liep verderop, geen greintje angst op zijn gezicht. Om ons heen zwol de muziek aan. Sjiitische begrafenissen zijn een vorm van theater, vooral als er zoals deze middag een ‘martelaar’ werd herdacht, omgekomen in de uitputtingsslag met Israël. Leuzen werden gescandeerd, vuisten geheven. Na een nieuw salvo feestvuur besloot ik te schuilen onder een afdakje. Het martelaarschap is iets groots en eervols, zeggen ze in dit gebied, maar ik sloeg liever een rondje over.

Source: Volkskrant

Previous

Next