Toeslagen aanvragen, navigeren door verschillende sociale diensten, overheidsbrieven ontcijferen en tig keer aantonen dat je voldoende hulpbehoevend bent: in mijn jeugd waren deze vaardigheden mij niet vreemd.
Tot ik vier maanden geleden mijn moeder opnieuw moest helpen. Ze zat in de bijstand en heeft moeite met lezen, schrijven en rekenen. Vijf jaar lang beheerde een bewindvoerder haar financiële zaken – eerst vanwege haar schulden, daarna voor budgetcoaching.
Over de auteur
Charisma Hehakaya is universitair docent op het Julius Centrum van het UMC Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toen mijn moeder afgelopen zomer de pensioenleeftijd bereikte, haar schulden had afbetaald en geen financiële hulp meer wilde, kreeg ze weer zicht op haar financiën. Ze schakelde mijn hulp in: ik was inmiddels academisch opgeleid, mondig en kon beter navigeren in de wereld van instanties. Bij het bekijken van haar bankafschriften ontdekte ik onbekende overboekingen. Ik vroeg me direct af: hoe krijgt mijn moeder haar geld terug?
Er volgde een bureaucratische doolhof.
Ik belde eerst het gratis Juridisch Loket, dat ons doorverwees naar een advocaat. Die advocaat adviseerde ons weer de bewindvoerder te vragen de onbekende overboekingen te verklaren en het geld terug te eisen. We mailden de bewindvoerder, maar kregen geen duidelijke verantwoording.
Vervolgens deden we – op advies van dezelfde advocaat – aangifte bij de politie. Die verwees de zaak echter niet door naar het Openbaar Ministerie, maar gaf ons het advies om een deurwaarder in te schakelen om het geld terug te eisen. Het vinden van een deurwaarder is daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid, kregen we mee. Als laaggeletterde met weinig spreekvaardigheid en beperkte kennis van instanties, verloor mijn moeder weer het overzicht. En zelfs ik had moeite om het nog allemaal goed te volgen.
Om zeker te zijn van onze zaak, onderzocht ik of dit politieadvies ook op mijnslachtofferzaak.nl staat. Maar dat vereiste een DigiD-inlog die ik namens mijn moeder moest opvragen – wederom een uitdaging voor talloze laaggeletterden.
De advocaat adviseerde ook om de jarenlange bijzondere bijstand die mijn moeder heeft misgelopen, terug te vragen. Mensen in de bijstand hebben namelijk recht op een toeslag om de kosten van de bewindvoerder niet zelf te hoeven dragen. Ik raadpleegde de regionale overheidsdienst die bijzondere bijstand en bewind regelt, maar helaas bleek het niet mogelijk om de bijzondere bijstand met terugwerkende kracht te ontvangen.
Ik had me eerder nooit afgevraagd hoe mijn moeder bij deze bewindvoerder terecht was gekomen en of zij wel goed was geïnformeerd over haar rechten in deze vorm van hulpverlening. Ik had slechts enkele keren per jaar, en de laatste twee jaar zelden, contact met hem over de voortgang van mijn moeders bewind. Deze gesprekken waren kort, maar prettig.
Mijn moeder vertelde dat ze via een stichting waar ze vrijwilligerswerk deed met hem in contact was gekomen. Dat intrigeerde me: om een bewindvoerder te kunnen krijgen, leerde ik, moet de kantonrechter deze officieel benoemen. Maar hier ging het kennelijk anders.
Na wat speurwerk vond ik een notitie waarin stond dat het bewind van mijn moeder bij wijze van experiment was opgepakt. Ik besloot een bestuurslid van de stichting te mailen voor hulp en achtergrondinformatie over mijn moeders bewindvoerder. Want wat hield dit ‘experiment’ precies in? Het bestuurslid antwoordde dat hij mijn moeder wilde helpen en haar introduceerde bij de bewindvoerder in kwestie en meeging naar de rechter, maar nergens een formele rol in had.
De bewindvoerder werd ongevraagd als cc meegenomen in het antwoord. Dit voelde aanvankelijk niet prettig, maar verrassend genoeg stortte de bewindvoerder kort na de mailwisseling een deel van het geld terug.
Toch bleef de kwestie knagen. Vervolging van frauderende bewindvoerders laat vaker op zich wachten, zeker als het schadebedrag te laag is. In het geval van mijn moeder ging het om een totaalbedrag van 6.000 euro. Dat lijkt laag, maar op grond van artikel 3 van de Grondwet mag niet op basis van vermogen worden gediscrimineerd.
Voor mensen die in armoede leven, is een schadebedrag van 6.000 euro bovendien aanzienlijk. En geld, hoe belangrijk ook voor bestaanszekerheid, geneest geen ziekte en herstelt geen vertrouwen. Mijn moeder zit al vier maanden thuis en vermijdt haar werk in de kledingzaak vanwege verergerde aangezichtspijn, die door stress kan toenemen. Ondertussen loopt er geen onderzoek naar de bewindvoerder in kwestie, en kan hij zijn diensten gewoon voortzetten.
Ook mijn levensvreugde werd tijdelijk aangetast. Ik moest continu afstemmen met verschillende instanties, een financieel overzicht opstellen, me verdiepen in rechten, ervoor zorgen dat de bewindvoerder geen toegang meer had tot persoonlijke zaken zoals de zorgverzekering. Dat deed mij afvragen: zouden al die stappen ook gelukt zijn voor mensen die helemaal alleen zijn?
Financiële hulpverlening zoals bewindvoering, schuldhulpverlening, butgetcoaching is bedoeld voor mensen die hun financiën niet goed kunnen regelen. Dit kunnen mensen zijn met hoge schulden, verslavingsproblemen, gezondheidsproblemen, een handicap, of gewoon ouderen. Kwetsbare mensen dus.
Als implementatiewetenschapper heb ik geleerd dat zorgvragen zelden op zichzelf staan. Ze ontstaan in een sociale en maatschappelijke context die vaak over het hoofd wordt gezien. Met een vergrijzende en geïndividualiseerde samenleving is gedegen waakzaamheid en controle van financiële hulpverlening geen overbodige luxe.
Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn de vereisten voor particuliere financiële hulpverlening, hoe en waarover mensen geïnformeerd moeten worden en wat er precies wordt gecontroleerd. Als we deze mensen echt willen helpen, dan is een toegankelijk, centraal informatiepunt noodzakelijk. Een informatiepunt waar mensen je te woord staan zonder de complexiteit van al die verschillende stappen, omdat niet iedereen de juiste regelingen kan vinden waar men recht op heeft. En dat zet een van de fundamenten van onze rechtstaat op het spel: rechtsgelijkheid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden