Home

Waar zou Stije Resink zijn zonder zijn voetbalmoeder?

De voetbaldag begint om kwart over acht ’s ochtends. Mijn 13-jarige zoon speelt met zijn team van Flevo Boys uit tegen FC Assen. En ik moet rijden. Eerst een uur heen in de auto, dan een uur koffiedrinken met andere ouders tijdens de warming-up van de jongens, vervolgens zeventig minuten langs de lijn (2-0 verloren) en dan nog een uur terug.

Aan het eind van de middag vertrek ik weer voor de belangrijke thuiswedstrijd van Almere City FC tegen AZ. Wat ze er niet bij zeiden toen ik aan mijn nieuwe voetbalhobby begon: hoeveel tijd het kost.

En wat ik ook heb onderschat: de wedstrijden zijn soms best saai. ‘Pamela Anderson in een bontjas is interessanter’, zegt NOS-verslaggever Andy Houtkamp halverwege de eerste helft in zijn liveverslag als Almere-keeper Nordin Bakker de zoveelste lange bal speelt. Ik bedenk me dat ik nu ook thuis op de bank het briljante boek Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen had kunnen uitlezen.

Over de auteur
Historicus Eva Vriend is geboren en getogen in Flevoland. Ze schreef Het Nieuwe Land: het verhaal van een polder die perfect moest zijn. Ze bericht elke twee weken in de Volkskrant over de verrichtingen van Almere City in de eredivisie.

‘Heeft jouw moeder weleens gemopperd op al die tijd die zij kwijt was aan jouw voetbal?’ vraag ik na afloop aan middenvelder Stije Resink, 20 jaar. Het is inmiddels een uur of tien ’s avonds. Almere hield knap stand (0-0) en hij denkt even na.

Stije Resink groeide op in Amsterdam, begon op zijn 11de met voetballen in Flevoland en is nu zo goed dat menigeen voorspelt dat hij aan het eind van het seizoen zal vertrekken. Vorige week scoorde hij thuis tegen Excelsior zijn eerste eredivisiegoal (2-1). ‘Ik heb het er weleens met mijn moeder over gehad, ja’, antwoordt Stije.

Zijn vader was Mathijs Resink, de roemruchte Amsterdamse advocaat die met een Jaguar door zijn woonwijk IJburg reed. Hij zei altijd dat hij ook goed kon voetballen tot hij een knieblessure kreeg, vertelt Stije. Toen hij 12 jaar was, overleed zijn vader aan kanker. Zijn moeder kwam er alleen voor te staan.

Ze heeft heel wat heen en weer gereden tussen IJburg en Almere, telkens een ritje van een half uur. Later ging Stije zelf met het ov, maar je weet hoe dat gaat met bussen en treinen. Zijn stiefvader begon bij te springen.

In het jaar dat Stije zijn vwo-diploma haalde, tekende hij zijn eerste profcontract. Sindsdien draait zijn leven om Almere City. Via de belangenorganisatie voor profvoetballers VVCS is hij onlangs met de cursus ‘sales en communicatie’ begonnen. Overweegt hij om te gaan studeren naast het voetbal? Hij kijkt me aan: ‘Dat vraagt mijn moeder ook weleens.’

Zij en zijn stiefvader komen trouw naar iedere thuiswedstrijd. ‘En nog vindt ze het lastig om te zien waar ik loop’, zegt Stije lachend. Ze kan haar eigen zoon en zijn kompaan op het middenveld, Peer Koopmeiners, moeilijk uit elkaar houden. ‘Ze wil graag dat ik kicksen met een opvallende kleur aantrek.’

De voetbaldag eindigt als ik om half elf ’s avonds weer in de auto stap. Het is te danken aan Stije Resink dat ik toch vrolijk naar huis rijd. Zonder dat ik ernaar vroeg, had hij bekend: ‘Ik ben mijn moeder heel erg dankbaar, maar dat zeg ik natuurlijk te weinig tegen haar.’

Source: Volkskrant columns

Previous

Next