Ik werd gebeld door een onbekende man, hij stelde zich voor en zei: „14 februari 1989”. Binnen twee seconden riep ik „fatwa tegen Salman Rushdie”. Het heeft iets treurigs dat ik die datum zo goed kan onthouden terwijl jaardagen van vrienden en (ex-) geliefden mij ontglippen. Komende woensdag, 14 februari is het 35 jaar geleden dat de Iraanse regering een religieus doodvonnis tegen de auteur uitriep, en ook maar meteen tegen alle mensen die iets te maken hadden met de publicatie van Rushdies roman De Duivelsverzen.
35 jaar klinkt lekker rond, het is een jubileum, maar wel van het verdoemde soort, dat je eigenlijk niet kan vieren. Toch blijft dit staan: Rushdie, geboren 19 juni 1947 in toen nog Bombay, heeft geen sterfdatum op zijn naam. Hij kwam daar weer eens angstwekkend dichtbij, toen op 12 augustus 2022, anderhalf jaar geleden, een man in de staat New York met een mes op hem instak. Kantje boord, sindsdien kan Rushdie één oog en één hand niet meer gebruiken, maar de rest, waaronder hart en hersenen, werken wel degelijk.
In die zin is Rushdie de levende triomfator over het religieus fundamentalisme, in zijn geval van islamitische aard, dat hem van de aardbodem wilde vegen. Er moet bij vermeld worden dat Rushdie nooit naar de functie van ‘triomfator’ had gesolliciteerd.
Is in die tussenliggende 35 jaar de wereld bij zinnen gekomen? Nee. Het waren ook de hoogtijdagen van 9/11, IS en van allerlei soorten religieus terrorisme. Terreur zonder religie van daders lukt ook prima: zie de Oeigoeren in China. Maar heeft dan in ieder geval het Westen zijn lesje geleerd, is het debat daar opener geworden, minder geharnast? Integendeel: er bestaat de radicaal-rechtse neiging tot censuur, van verboden boeken op Amerikaanse universiteiten en in Hongaarse bibliotheken; en sinds een jaar of tien heeft radicaal-links het cancel-en intimidatiewapen ontdekt jegens onwelgevallige ideeën en personen.
Die zogenaamde progressieve variant regeert niet per staat of regering, maar wel via besturen, instellingsraden, kunst- en omroepcommissies. Het is geen bulderende macht, maar eentje die fluisterend zegt op te komen voor de stemlozen en onderdrukten. Het valt toch ongunstig op dat daar zulke bulderende beslissingen uit voortkomen: dit boek, deze documentaire ‘kan echt niet meer’. Holocaust-lezingen, die om de verkeerde reden penibel zijn. ‘Vorsicht bitte’, ook al omdat zelfcensuur vaak effectiever werkt dan regelrechte censuur.
Dit alles gebeurt uit overwegingen van ‘identiteitspolitiek’; die kent geen individuen, enkel ‘gemarginaliseerde groepen’.
Zo blij dat het niet zo ver was op 14 februari 1989: Rushdie zou, ook in het Westen, gereduceerd zijn tot een islamofobe renegaat, een Indiase Bounty.
Joh, dat moeten we samen gewoon niet willen.
Source: NRC