Home

In het Wereldmuseum bleek de culturele dekolonisatie in volle gang

Het was een druilerige middag en ik ging naar het Tropenmuseum. Ik was er al een tijdje niet geweest: het prachtige gebouw stond er nog wel, zo bleek, maar heette nu ‘Wereldmuseum’. Bevreemd keek ik naar de gevel. Vanwaar die verandering?

Binnen kreeg ik antwoord. ‘De naam ‘Wereldmuseum’ doet recht aan onze missie ‘inspireren tot wereldburgerschap’ en maakt duidelijk waar onze activiteiten over gaan. Wereldmuseum onderzoekt wat het betekent om mens te zijn, wat onze connectie is met de wereld om ons heen, en hoe we in relatie staan met elkaar’ las ik op de muur.

Tja. Aan deze tentoonstelling, vreesde ik, kwamen ongetwijfeld géén Wajangpoppen te pas, en ook geen oude geluidsopnamen van gamelan-orkesten, verbleekte brieven van Indischgasten met heimwee naar tantes in Den Haag, sepiakleurige foto’s van de trouwe baboe die de planterskindjes in slaap zingt, ‘nina bobo, oh nina bobo, kalau tidak bobo digigit nyamuk...’ stoffige kaneelstokjes en kruidnagelen, gebroken oor-beeldjes uit Kuifje, of oude posters waarop een blonde man in wit tropenpak handen schudt met een bruine vrouw in sarong, tekst: ‘Holland en Indië hooren bij elkaar; wat eeuwen verbonden zal de Jap niet scheiden.’

Jammer, want ik ben dol op zulke tentoonstellingen, maar de tijden veranderen. In het Wereldmuseum bleek de culturele dekolonisatie in volle gang; de kostbare oude batikdoeken van weleer zijn respectvol weggestopt in de opslag en in plaats daarvan hangen er hedendaagse T-shirts met Arabische teksten, plus het bijschrift: ‘Het Wereldmuseum kijkt nu met andere ogen naar zijn wereldberoemde textielcollectie. Mode is een toegankelijke manier om te laten zien hoe globalisering werkt, en hoe culturele toe-eigening werkt. De outfit van het Amsterdamse merk Daily Paper is bijvoorbeeld duidelijk geïnspireerd op global streetwear en Arabische vormen en teksten.’

Tja. ‘Streetwear’ kun je ook gratis op straat voorbij zien komen, maar dan word je niet ‘aan het denken gezet’ en dat is nadrukkelijk de bedoeling van dit museum. Té nadrukkelijk: het museum put zich uit in zelfkastijding en het woord ‘roofkunst’ valt zó vaak dat het na een tijdje zijn betekenis dreigt te verliezen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Ik stuitte op een manshoog, wit bord, met bovenaan de tekst ‘Wat vind jij belangrijk?’ Er lag een viltstift bij, zodat iedereen interactief zijn bijdrage kon leveren. ‘Familie’ ‘vriendschap’ ‘de planeet’, las ik, ‘geluk’ ‘veiligheid’ ‘respect’, ‘harmonie en vergeving’, ‘dat iedereen mag zijn wie hij/zij/hen zelf is’.

Ik werd kriegel van zoveel gratuite braafheid, maar toen las ik, linksonder, in grote, kinderlijke hanepoten: ‘KAAS. EN MIJN POES BINKIE.’

Tóch nog tevreden verliet ik het museum.


Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Source: Volkskrant

Previous

Next