Home

Als ik al een lievelingsmop heb, is die niet geschikt om aan een 6-jarige te vertellen

Met mijn jongste dochter liep ik een rondje in de polder achter ons huis. De bladloze takken van bomen trilden in de wind, de lucht was grijs en dreigde met regen. Februari op zijn februariest. De rode jas van mijn dochter was het enige wat kleur had.

We liepen langs een brede sloot en passeerden een brug die naar het weiland aan de overkant leidde. Het was een doodlopende brug: je kon hem wel oversteken, maar dan stuitte je op een hek met een bordje waarop stond dat het verboden was het weiland te betreden. Dat is ook februari.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Toen, uit het niets, vroeg mijn dochter: ‘Wat is jouw lievelingsmop?’ Oeh, zei ik, goede vraag. Heel goede vraag. Om mij moverende redenen hou ik niet van moppen. En als ik dan al een lievelingsmop heb, is die niet geschikt om aan een 6-jarige te vertellen, laat staan hier af te drukken. Bovendien, ik ken ook nauwelijks moppen uit mijn hoofd. Behalve die van het paard dat een bar binnenkomt, dus die vertelde ik dan ook maar.

‘Een paard komt een bar binnen’, zei ik en ik bedacht dat ze waarschijnlijk niet eens weet wat een bar is. ‘En de barman zegt tegen dat paard: hee, waarom dat lange gezicht?’ Het bleef stil. Het enige geluid kwam van de ruisende wind. Ze lachte niet. ‘Dat was het’, zei ik. Ze keek even voor zich uit. ‘Heel grappig’, zei ze, zoals ik ‘heel mooi’ zeg wanneer iemand me een tekening laat zien.

‘En, wat is jouw lievelingsmop?’, vroeg ik. Ze dacht even na. Ik ben redelijk bekend met haar repertoire. Laatst, toen ik haar billen moest afvegen nadat ze had gepoept, vroeg ze me: ‘Hoe heet een krokodil die danst?’ Ik had geen idee. ‘Een danskrokodil.’ O ja, tuurlijk, haha. Een andere: ‘Wat is een aap die speelt?’ Nou? Een speelaap. ‘En hoe noem je een nijlpaard die aan het poepen is?’ Een poepnijlpaard. Maar dat waren allemaal niet haar lievelingsmoppen. Die kwam nu.

‘Hoe heet iets roods dat op en neer gaat?’, vroeg ze met een veelbetekenende blik. Ik gooide meteen de handdoek in de ring en schudde mijn hoofd: ‘Geen idee.’ ‘Een tomaat in een lift.’ Natuurlijk. O nee, wacht, zei ze, dat was toch niet haar lievelingsmop. ‘Hoe noem je iets groens dat van de piste afgaat?’ Deze wist ik. ‘Een skiwi!’, riep ik. Een fucking skiwi. Fout. ‘Het goede antwoord is een ski-skiwi.’

Op de terugweg vertelde ik haar de mop van het konijn, de bakker en de worteltjestaart. Vond ze ook maar zozo. Mijn humor is niet de hare. Toch, toen we weer bijna thuis waren, zei ze opeens tegen me: ‘Ik vond het heel leuk met je vandaag, papa.’ En tot nu toe heeft ze nog steeds niet gezegd dat dat een grapje was.

Source: Volkskrant

Previous

Next