Tot dat vonnis komt het gerechtshof maandagochtend in een zaak aangespannen door mensenrechtenorganisaties en Oxfam Novib, Pax en The Rights Forum. De organisaties waren in hoger beroep gegaan nadat de rechtbank in Den Haag in december had besloten dat de levering wél doorgang kon vinden.
De levering van de F-35-onderdelen vindt plaats vanuit een logistiek centrum van het Nederlandse leger in het Brabantse Woensdrecht. De Verenigde Staten, producent van de straaljager, gebruiken dat centrum als een soort verdeelstation voor onderdelen wereldwijd. In 2022 leverden de Amerikanen vanuit Woensdrecht voor ruim 217 miljoen euro aan onderdelen uit. Israël ontving voor 2,3 miljoen aan deze goederen. Cijfers over 2023 zijn nog niet bekend.
Omdat het centrum op Nederlandse bodem staat, moet het ministerie van Buitenlandse Zaken toestemming geven voor de export van de onderdelen. De leveringen vinden plaats onder een algemene vergunning voor landen die meedoen aan het F-35-partnerprogramma. Het gerechtshof heeft nu geoordeeld dat het ministerie zijn ‘internationale verplichtingen’ niet nakomt door de levering goed te blijven keuren. Er moet binnen een week een einde aan komen. De Nederlandse staat kan nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad, momenteel is niet bekend of dat daadwerkelijk zal gebeuren.
Volgens het hof leiden de aanvallen van Israël op de Gazastrook tot ‘disproportioneel veel burgerslachtoffers’. ‘Op grond van verschillende internationale regelingen waarbij Nederland partij is, moet Nederland de uitvoer van militaire goederen verbieden als een duidelijk risico bestaat op ernstige schendingen van het humanitaire oorlogsrecht’, aldus het gerechtshof in een verklaring.
Aanleiding voor de zaak was een waarschuwing van juristen in november aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar NRC over berichtte. Het Israëlische leger gebruikt de F-35’s in de Gaza-oorlog om bombardementen uit te voeren, waarbij inmiddels duizenden doden zijn gevallen. Israël liet zich de afgelopen maanden zeer positief uit over de effectiviteit van de gevechtsstraaljagers.
De levering van de onderdelen zou bijdragen aan het schenden van het humanitair oorlogsrecht door Israël, waarschuwden de juristen aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook een aantal ambtenaren op het ministerie en de Kamerfracties van SP, PvdA-GroenLinks en D66 kwamen in het verweer.
Het ministerie verdedigde zich door te verwijzen naar het belang van de F-35-onderdelen voor Israël ‘om te kunnen reageren bij regionale escalatie’ en de betrouwbaarheid die Nederland moet uitstralen aan partnerlanden als Israël.
De Haagse rechtbank oordeelde in december nog dat het ministerie ‘een ruime mate van vrijheid’ had in het beslissen over de levering en dat het de in 2016 verleende vergunning niet opnieuw hoefde toetsen na 7 oktober.
Eind januari oordeelde het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in een door Zuid-Afrika aangespannen zaak dat Israël er alles aan moet doen een genocide in de Gazastrook te voorkomen en dat het land meer moet doen om de humanitaire nood te verhelpen.
De drie mensenrechtenorganisaties stelden toen in een reactie dat de uitspraak van het ICJ gevolgen kon hebben voor de hogerberoepszaak die maandag diende. Het gerechtshof verwijst in het bericht over de uitspraak niet naar het recente oordeel van het ICJ.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden