Home

VN-rapport over migrerende dieren weinig opbeurend: meer soorten in gevaar en uitstervingsgolf dreigt

Het zijn de weinig opbeurende conclusies van ‘State of the World’s Migratory Species’, het rapport dat vandaag wordt gepresenteerd op een VN-top over biodiversiteit, deze week in Oezbekistan. Het rapport, het eerste dat zich enkel buigt over migrerende soorten, moet de wetenschappelijke onderbouwing zijn waarmee de bijeengekomen politici uit de hele wereld maatregelen kunnen nemen om natuur te herstellen. Daarvoor doen de auteurs diverse voorstellen.

De resultaten worden besproken op een bijeenkomst van de Convention on Migratory Species (CMS), ook wel bekend als de Conventie van Bonn. Het internationale verdrag moet migrerende diersoorten beschermen en werd in 1979 in Duitsland getekend onder auspiciën van de Verenigde Naties. Inmiddels hebben meer dan honderd landen zich bij het verdrag aangesloten.

Over de auteur

Jean-Pierre Geelen werkt op de redactie Wetenschap als redacteur natuur en biodiversiteit. Hij schreef onder meer het boek Blinde Vink, hoe ik vogels leerde kijken.

In de bijlagen van het verdrag, die van tijd tot tijd worden bijgewerkt, staan 641 migrerende diersoorten opgesomd die met uitsterving bedreigd worden. Daartussen onder meer grote zoogdieren als de Afrikaanse bosolifant, de chimpansee en de leeuw, maar ook de zomertortel, de bijeneter en de ruwe haai. Bijna de helft (44 procent) van de diersoorten op de lijst loopt in aantal sterk achteruit, voor vissen ligt dat percentage maar liefst op 97 procent.

Volgens het rapport groeit het risico op uitsterven voor migrerende diersoorten. Tussen 1998 en 2020 waren er meer soorten die in aantal achteruitgingen dan die in aantal toenamen. De auteurs vonden 399 diersoorten – voornamelijk vissen en vogels, waaronder albatrossen en zangvogels, haaien en roggen – die (nog) niet op de CMS-lijst staan, maar als bedreigd of bijna bedreigd beschouwd moeten worden.

Het rapport noemt een lange reeks maatregelen die het tij zouden kunnen keren. Zo moeten onder meer de belangrijkste gebieden voor migrerende soorten beter beschermd worden, en waar nodig hersteld. Ook moeten illegale jacht en stroperij beter worden aangepakt en moeten landen in met name Centraal-Azië en Afrika meer samenwerken om grote zoogdieren en carnivoren betere kans op overleven te bieden.

Daarnaast zouden de negatieve gevolgen van menselijke activiteiten op trekroutes van dieren moeten worden geminimaliseerd, lucht-, water- en lichtvervuiling worden aangepakt en het gebruik van bestrijdingsmiddelen aan banden gelegd.

Ondanks de tegenslagen en neerwaartse trends worden er volgens de auteurs ook successen behaald. Zo noemen zij onder meer een project in Centraal-Azië dat de saiga-antilope behoedde voor uitsterven. Door het herstellen van de steppen in Kazachstan en samenwerking met de lokale bevolking kon de populatie weer groeien, van 50 duizend dieren in 2006 naar 1,3 miljoen in 2022.

Nadat in Abu Dhabi mariene ecosystemen werden hersteld, kregen drieduizend zeekoeien (doejongs) en vierduizend zeeschildpadden in die regio weer meer ruimte. Door een samenwerking van Brazilië, Argentinië en Paraguay wordt volgens het rapport 15 miljoen hectare bosgebied gecreëerd en hersteld.

Dat moet ook een doorgang opleveren voor de bedreigde jaguar, die nu nog in slechts 2,8 procent van het bosgebied voorkomt. In 2050 zou hij van Mexico tot Argentinië vrij moeten kunnen bewegen door dertig aaneengesloten bosgebieden, stellen de auteurs.

Esther Turnhout, hoogleraar science, technology and society aan de Universiteit Twente en in 2022 spreker op een VN-top over biodiversiteit, noemt de percentages bedreigingen ‘indrukwekkend’. Ook waardeert ze het dat de auteurs een bredere blik tonen en 399 soorten hebben meegenomen die (nog) niet op de CMS-lijst staan.

Toch is ze ook sceptisch: in de voorgestelde maatregelen om het biodiversiteitsverlies tegen te gaan, ziet ze geen fundamentele oplossingen. ‘Oneerbiedig gezegd beschouw ik die maatregelen voornamelijk als pleisters plakken’, aldus Turnhout. ‘Het rapport noemt zogeheten direct drivers, directe oorzaken waardoor het slecht gaat met een bepaalde soort in een specifiek gebied. Deze zijn precies dezelfde als die verantwoordelijk zijn voor biodiversiteitsverlies wereldwijd, waaronder verandering in landgebruik, bijvoorbeeld voor industriële landbouw, en overexploitatie, bijvoorbeeld in visserij.

‘Als oplossing wordt dan vaak gebiedsbescherming genoemd. Dat is belangrijk, maar als je niet de onderliggende oorzaken noemt en aanpakt, los je het probleem niet wezenlijk op. Je verplaatst het hooguit.’

Die onderliggende oorzaken van de achteruitgang van soorten liggen volgens Turnhout vooral in het economische systeem, waaronder overproductie en overconsumptie, en daar zegt het rapport volgens haar weinig over. ‘Dat is jammer, want ik zeg weleens: met natuurbescherming los je het probleem van afnemende biodiversiteit niet op. Als je naar de grote, langdurige trends kijkt, wordt duidelijk dat natuurbescherming er nog nooit toe heeft geleid dat het verlies op globaal niveau kon worden gestopt. Daar zijn grondiger maatregelen voor nodig dan een gebied of een soort beschermen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next