Toen Henk Steijvers, voorman van de in Limburg wereldberoemde Janse Bagge Bend, zaterdag op een podium in mijn geboorteplaats Pey-Echt zijn hit Sollicitere zong, dacht ik het toppunt van geluk en vreugde van het weekeinde wel te hebben beleefd.
Alle generaties blèrden mee in hun veelkleurigheid, qua kleding dan. Een lied uit tijden van economische crisis, uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Of je al geschreven had, was de vraag, om het ook voor ‘Hollanders’ begrijpelijk te houden. Ja, 75 brieven, luidde het antwoord, maar het hielp geen snars, want er waren geen banen. Het was een liedje op de melodie van Gimme Some Lovin van The Spencer Davis Group. Snel, vrolijk, blazers erbij. Heerlijke dynamiek. Al was het dan oorspronkelijk geen carnavalslied, het was uitermate geschikt voor het aanzwengelen van de sfeer.
De veelstemmige feestzaal wentelde zich in geluk en eendracht. En dat is zo mooi, ongeveer het mooiste van alles, om een hele groep mensen samen en gelijktijdig gelukkig te zien zijn, om dezelfde gebeurtenis. Koesteren. Opslaan. Maar toen bleek er in dit weekeinde van de verwennerij nog een overtreffende trap te zijn, zondag, helemaal aan de andere kant van het land. Het was geen toeval dat het moment zich voltrok in een sportwedstrijd, want sport is als weinig anders in staat tot collectieve betovering. Ja, in zekere zin zelfs nog meer dan carnaval.
Over de auteur
Willem Vissers is meer dan 25 jaar voetbalverslaggever. Hij versloeg acht WK’s. Vissers schrijft elke week een sportcolumn voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
.
Laatste minuut blessuretijd dus, van Heerenveen - Ajax. Het staat 3-2, nadat het 3-0 was. Er is gefriemel op de Friese doellijn, bij de laatste aanval van Ajax. Is de bal over de doellijn geweest of niet? Er is geen doellijnbewaking. De scheidsrechter weet het niet. Laat de VAR maar kijken. Dat duurt een minuut of twee. Iedereen in het stadion houdt zijn adem in. In de gangen van het stadion ijsberen personeelsleden van Heerenveen.
Twee minuten van eeuwigheid. Het stadion wacht in stilte. Al die overdenkingen. Stel dat het een doelpunt is, dan ontsnapt Ajax met een onverdiend punt, na een middagje dramatisch voetbal. Maar het is dus geen doelpunt, volgens de VAR tenminste, omdat de bal echt helemaal over de lijn moet zijn geweest en de bolling van de bal ook meetelt in de berekeningen. Ja, in een weekeinde van carnaval is het ietwat ingewikkeld, al die wetenschap, maar vooruit.
Als de robuuste verdediger Sven van Beek tellen later de laatste bal van de wedstrijd lukraak wegtrapt, maakt niet uit waarheen, is daar de catharsis, de zalige ontlading in het stadion. Het is zo’n moment van totale ontregeling, van alles laten gaan, van kijken in elkaars ogen, van gekte. Spelers rennen naar de hoek van het stadion. Aanvoerder Van Beek, een reus die in zijn loopbaan zo vaak pech had met blessures en zijn elftal in de laatste weken nogal eens een voorsprong zag weggeven, weet niet hoe gek hij moet rollen. Rug? Buik? Hij schreeuwt, lacht en balt zijn vuisten. Hij doet maar wat. Het lijkt wel carnaval.
Source: Volkskrant columns