Anne van den Heuvel (41, werkzaam in het boekenvak): ‘Aan mijn moeder heb ik één herinnering: hoe ik van haar kinderkoffie mocht drinken, met veel melk. En zelfs van die herinnering weet ik niet of die echt van mezelf is of dat het me is verteld. Ik weet ook niet meer hoe ik te horen kreeg dat ze overleden was; ik was 4, mijn leventje ging verder, ons gezin met alleen mijn vader en mijn kleine zusje was voor mij normaal.
‘Mijn vader was een ouwe hippie. Wiskundeleraar, enorm toegewijd zonder daar belangrijk over te doen, volstrekt eigenzinnig en vol linkse idealen. Een auto of tv hadden we niet, hij hield het graag sober, maar we gingen wel veel op vakantie, fietsen en kamperen in Frankrijk bijvoorbeeld. Nu ik zelf twee kinderen heb, denk ik: hoe dééd hij dat? Met een kleuter en een baby – mijn zusje was pas vijf maanden toen mijn moeder overleed. Ze werd onwel op haar werk, ze was aan het promoveren als kinderpsycholoog, en is later in het ziekenhuis gestorven aan de gevolgen van een hersenbloeding. Vanaf dat moment was mijn vader moeder en vader tegelijk. Mijn zusje noemde hem ook zo: papa én mama, door elkaar.
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
‘Gemist heb ik mijn moeder nooit bewust. Ik had het goed, en kon me haar nauwelijks herinneren. Wel zijn er sinds de geboorte van mijn zoontjes momenten dat ik denk: ik kén dit, het knuffelen, het voeden, het fysieke, intieme van het moederschap, komt dat doordat ik dat met haar ook heb beleefd? Of is het gewoon natuurlijk moedergevoel, en wíl ik vooral dat het een herinnering is?
‘Mijn vader heeft het geweldig gedaan. Mijn zusje en ik hadden een leuke jarentachtigjeugd, mijn vader was er altijd, maar hij zat er niet bovenop en gaf ons veel eigen verantwoordelijkheid. Wilde ik op mijn 12de op tienertoer met een vriendin? Prima, ga het maar regelen en bel eens af en toe. Hij liep mank als gevolg van kinderpolio en kon daardoor niet alle sporten beoefenen, maar als hij met school op skiweek ging, gingen we toch mee zodat mijn zusje en ik konden skiën, want dat was leuk voor ons. Hij schreef grappige, heel scherpe sinterklaasgedichten. Zo was hij: praktisch, slim, lief, vol plannen en recht voor z’n raap – ik geloof niet dat hij ooit toneelspeelde. Dat hij zijn leven heeft beëindigd toen ik 17 was, kwam dan ook totaal onverwacht.
‘Twee jaar eerder was hij getrouwd met een vrouw met twee dochters, we vormden een samengesteld gezin. Het was geen makkelijke tijd, er waren veel spanningen. En een liefde zoals met mijn moeder, ik heb er zijn dagboeken op nagelezen, heeft hij nooit meer ervaren. Daarbij kwam dat hij weleens te veel dronk. Ik denk dat het een ongelukkige samenloop van omstandigheden is geweest die hem heeft doen besluiten op een nacht naar het spoor te gaan. Ik was als eerste al op, die ochtend, toen de politie aanbelde.
‘Mijn zusje en ik zijn nog anderhalf jaar bij de vrouw van mijn vader blijven wonen, een periode waarin ik mijn heil veel buiten de deur zocht. Bij familie, bij vrienden, bij de ouders van vriendinnen die ik al mijn hele leven kende. Mijn vader was altijd een familiemens geweest, waardoor we veel hechte relaties hadden. Zijn zusje Rita en haar man bijvoorbeeld, boden een veilige haven. Bij niemand durf je zo puberaal chagrijnig te zijn als bij je eigen ouders, maar zij namen ons wel helemaal op in hun gezin. Toen ik na de middelbare school wilde gaan reizen, kon mijn zusje bij hen wonen en daarmee gaven ze mij in feite mijn vrijheid.
‘Ik ging met een vriendin naar Zuid-Amerika. We waren 19 en reisden toen nog zonder mobiele telefoon. Nu denk ik: best gevaarlijk, maar toen had ik alleen maar zin in zo’n fantastisch avontuur. Ik rouwde om mijn vader, maar ik denk ook dat hij me precies de goede gereedschappen in handen had gegeven om zijn dood aan te kunnen: zelfstandigheid, het vermogen om me met anderen te verbinden, om plannen te maken en ze uit te voeren. Hij had het allemaal zelf voorgedaan.
‘Een paar maanden na zijn dood mocht ik met een vriendin en haar ouders mee voor een lang weekend Londen. Ik ben nooit vergeten wat die moeder toen zei. Ze zei: ‘Anne, als je dit weekend verdrietig bent, dan mag dat, iedereen zal dat begrijpen. Maar als je dit weekend vrolijk wil zijn, dan mag dat óók.’ Dat was zo fijn, zo raak: ik was 17, en ondanks wat er gebeurd was, hoefde ik niet zielig te zijn. Ik mocht genieten, en dat wílde ik ook.
‘Tijdens en na mijn studie heb ik veel gereisd: een studietrip naar Madrid, vrijwilligerswerk in Ghana en een uitwisseling in Australië. Mijn tante en oom zochten me op, zoals je ouders zouden doen, ze waren betrokken bij alles, terwijl ze toch zelf ook drie kinderen hadden. In Australië heb ik mijn man leren kennen, Matt, hij is Amerikaan. We hebben acht jaar in New York gewoond en gewerkt, totdat we ruim zes jaar geleden besloten dat Nederland een fijnere plek is om kinderen groot te brengen. Met een bolle buik kwam ik aan op Schiphol, en nu is hier, aan de kust, ons thuis.
‘Ik kan er verdriet om hebben dat mijn vader nooit de opa van mijn zoontjes is geworden. Maar ik ben nu 41 en hij is al dood sinds mijn 17de – ik weet niet eens precies naar wie ik dan verlang. Dat is een verdriet op zich, ik ben eraan gewend dat hij er niet meer is, snap je, de tijd is je vriend én je vijand; hoe langer hij dood is, hoe verder weg hij van me raakt. Ik heb mijn gezin, mijn thuis, mijn vrienden, ondanks het gemis voel ik me compleet. Maar dat mijn moeder zo jong was toen ze stierf, en mijn vader zo ongelukkig, daar kan ik nog om huilen.
‘In augustus is ook mijn tante Rita overleden. Kijk, hier ligt de rouwkaart. Mijn zusje en ik staan er ook op, zo vanzelfsprekend zijn wij onderdeel van dat gezin. Met mijn tante zijn mijn ouders nog een beetje meer doodgegaan, want er was niemand die nog zoveel van ze wist als zij. Nog niet zo lang geleden heeft ze me een envelop vol notities met herinneringen aan mijn vader gegeven. Dat hij van Jimi Hendrix hield, bijvoorbeeld, maar verrassend genoeg ook van kerkelijke muziek.
‘Ook haar dood zal onderdeel van mijn leven worden. Je bent zo dapper, hebben mensen vaak tegen me gezegd. Ik heb het er weleens over met een vriendin die een beenamputatie heeft moeten ondergaan na een afschuwelijk ongeluk, en die ook vaak te horen krijgt hoe dapper ze is. Maar je bent niet dapperder dan daarvóór – je krijgt alleen de kans, al geloof ik niet in maakbaarheid – om die dapperheid aan te boren. Je hebt geen keus.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden