Home

Laten we lef tonen als het koloniale verleden zich uitdrukt als koloniaal heden – op een Surinaamse plantage, of aan de formatietafel

De gemeenteraad van Vlissingen stemde vorige week tegen de komst van een slavernijmonument op de boulevard. Eerder waren excuses aangeboden, maar een monument was blijkbaar te veel erkenning. En dinsdag werd duidelijk dat Hoorn eveneens moeilijk afstand kan doen van zijn koloniaal verleden.

Niet alleen wil de gemeente geen excuses aanbieden voor haar hoofdrol tijdens de slavenhandel, maar het standbeeld van J.P. Coen kan voorlopig ook blijven staan. Coen was als VOC-gouverneur in de 17de eeuw verantwoordelijk voor duizenden doden en deportaties in Indonesië. En toch was er in de gemeenteraad ‘niet genoeg steun om een definitief oordeel te vellen over het beeld’.

Het doet me denken aan een oude plantage die ik vorige week bezocht in Suriname. Daar rondlopen is een interessante ervaring. Want de hitte en rustige sfeer camoufleren het koloniaal geweld dat eeuwenlang is gepleegd. Suriname kende meer dan duizend plantages tijdens de hoogtijdagen van de slavernij. Duizenden mensen zijn op dit land tot arbeid gedwongen, vernederd en vermoord.

Over de auteur

Shivant Jhagroe is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. In de maand februari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Grote stukken grond zijn uiterst efficiënt verkaveld zodat de suiker-, koffie- en cacaoplantages een hoog rendement opleverden… over de VOC-mentaliteit gesproken. Suriname maakte eigenlijk onderdeel uit van de West-Indische Compagnie (WIC), dus de Nederlandse koloniale mentaliteit trok een spoor van vernieling door het Aziatische (VOC) én het Amerikaanse (WIC) continent.

De rondleiding was voor mij meer dan een ‘informatierondje’. Mijn eigen familie had hier ook kunnen werken eind 19de eeuw, onder de omstandigheden van gedwongen contractarbeid. Terwijl de begeleidster vertelt over de plantagegeschiedenis, brengt een man op leeftijd zijn eigen verhaal in. Hij spreekt over de zoektocht naar zijn gemengde familiestamboom. Wat bleek, zijn opa was een plantage-eigenaar in Suriname. De rondleiding kreeg nu een nieuwe wending. ‘Wat kan er misgaan’, hoor ik u zeggen?

Zijn grootvader had een lijst met de namen van ‘zijn eigen’ tot slaaf gemaakten. Hij noemde het terloops en met enige trots. Als erfgenaam is zijn familie nu eigenaar van een plantage waar nog steeds cacaobomen groeien. Alles rond de plantage is voor hen vooral ‘heel mooi’. Immers, ze kunnen zelf hun cacaobonen plukken en in de stad laten vermalen. Ik heb lang geluisterd, maar uiteindelijk kon ik het niet laten en zei al grappend: ‘Ja, nu moet je het toch echt zelf doen!’

De rondleiding ging verder. We kwam aan bij een gevangenis waar ‘de ongehoorzamen’ werden opgesloten. Soms werden tot slaaf gemaakten en gedwongen contractarbeiders dagenlang opgesloten in een ruimte van 3 bij 3 meter, met acht tegelijk. Ik had er over gelezen, maar de fysieke ruimte ervaren is een stuk intenser. Ineens zei een deelnemer van de tour doodleuk: ‘Ja, dat is echt lepeltje-lepeltje…haha.’

Ik moest even bijkomen. Toen ik uitkeek op de Commewijnerivier langs de plantage werd het allemaal tastbaar. Nederland heeft de slavernij weliswaar in 1873 afgeschaft, maar na ruim 150 jaar is de koloniale blik niet verdwenen. Niet in Suriname, maar ook niet in Vlissingen en in Hoorn.

Het koloniale spook hangt ook boven de formatietafel in Den Haag. Want hoewel NSC-leider Pieter Omtzigt geen onderdeel meer lijkt te worden van een (extreem-)rechts kabinet, heeft hij geen moeite met een gedoogrol. Eerder liet informateur Ronald Plasterk weten dat er werd onderhandeld over ‘een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de rechtsstaat’.

Blijkbaar moeten we ervoor waken dat de koloniale blik een speerpunt wordt van een nieuwe regering. Maar met of zonder rechtse regering: de geest is uit de fles. Een overheid die haar eigen burgers racistisch categoriseert is allang gemeengoed: bij de politie, bij de Belastingdienst, op de woningmarkt en in het onderwijs.

In Suriname loopt mijn plantagebezoek op zijn eind. De tourleidster legt ons uit dat er een liedje is ontstaan over lijfstraffen en het brandmerken van tot slaaf gemaakten: ‘Faya siton no bron mi so. Agen masra Jantji e kiri sma pikin.’ (‘Vuursteen, brand me niet zo. Alweer vermoordt slavenmeester Jan een mensenkind.’) Dat was heftig om te horen. Niet alleen over het geweld op de plantage, maar ook hoe het was verweven in liedjes. Bij de meegelopen groep nazaten van de plantage-eigenaar kwam er iets anders op, zelfs na de vertaling: ‘Ja, ik ken dat liedje… mooi! Vooral met de tweede stem erbij.’

De koloniale blik is niet iets uit een duister verleden. Het is anno 2024 nog aanwezig in de wijze waarop veel burgers denken en in de keuzes die overheden maken. Maar waar macht is, is ook verzet. Er is altijd opstand geweest tegen koloniale machthebbers: op de plantages en daarbuiten. Ook dat is onderdeel van onze geschiedenis. Het is me een lief ding waard als we meer lef tonen en benoemen wanneer het koloniale verleden zich uitdrukt als koloniaal heden. Alleen zó voorkomen we dat de koloniale blik normaliseert in de polder.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next