In Antakya, de Turkse stad die het zwaarst getroffen werd door de catastrofale aardbeving in 2023, produceert een succesvol vrouwencollectief voedsel. Al doende geeft het de vrouwen ook het zelfvertrouwen, en de energie en veerkracht die nodig zijn om de traumatiserende gebeurtenissen te verwerken.
Op krukjes zitten ze rond een grote berg rode paprika’s. Muts of hoofddoekje voor de hygiëne, lange zwarte broek, rood shirt met de naam van de onderneming: Defne Kadin Kooperatifi. Het staat voor vrouwencoöperatie van Defne, een buitenwijk van Antakya. Zes van de 33 aanwezige vrouwen voorzien ermee in hun levensonderhoud.
Ze zitten buiten in de middagzon, omringd door druivenranken en ander groen, naast de werkplaats van het collectief. Een voor een worden de paprika’s opengesneden en ontdaan van zaadjes. De 47-jarige Nesrin Deli, als enige niet gekleed in rood-zwart, loopt bedrijvig rond, overlegt met vrouwen en neemt even plaats in het prieel om het verhaal van de onderneming al sigaretten rokend te vertellen.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Dat begon in 2010, met een paar vrouwen die groenten en fruit gingen verbouwen, verwerken en verkopen. Het collectief deed het goed. En zeker nadat zakenvrouw Deli er in 2016 bij kwam als parttime manager, groeide zowel de omzet als het assortiment. Daar horen nu ook kruiden toe, tomatenpuree, olijfolie en gedroogde sinaasappelschijfjes. ‘Door de aardbeving in februari stortte mijn textielbedrijf in, letterlijk. Daardoor kon ik me fulltime gaan bezighouden met de coöperatie.’
De aardbeving gaf gek genoeg een impuls aan het coöperatief. Andere producenten waren weggevallen en voedselvoorziening was een belangrijk onderdeel van de hulpoperatie. De geplande omzet voor 2023 was 300 duizend lira (9.000 euro), maar dat werd maar liefst vijf keer zoveel. Deli: ‘Veel mensen wilden ons direct geld geven. We hebben ze gevraagd om aan de hulporganisaties te doneren, zodat die vervolgens voedsel konden kopen bij ons.’
‘We werkten ons een slag in de rondte’, zegt Deli. ‘Door de aardbeving beseften we hoe waardevol deze plek is, hoe waardevol produceren is en hoe waardevol de solidariteit is van vrouwen die met elkaar samenwerken.’ Onze eigen pijn, zegt ze, moest daarvoor maar even geparkeerd worden. Het werd een van de slogans van de coöperatie: Bız acıları rafa kaldırdık kaybettiğimiz tüm canlarıçın, we hebben alle pijn van alle levens die we verloren, opgeschort. In een filmpje is te zien hoe de vrouwen de woorden scanderen. ‘Het produceren hielp ons over de pijn heen te komen.’
Maar zo gemakkelijk gaat dat niet, geeft ze een jaar na dato toe. De vrouwen hadden bijna allemaal een trauma opgelopen dat kon niet worden genegeerd, en ook Deli was daarop geen uitzondering. ‘Ook ik had mijn huis verloren, ik woonde in een tent. Tegelijkertijd hielden we de coöperatie gaande en waren we actief in de hulpoperatie. Ik deelde kleren uit, maar ik vergat dat ik zelf geen sokken had.’
Ze was mantelzorger voor haar moeder en hielp met het begraven van achttien familieleden. Een goede vriendin stierf in haar tent, een andere vriend pleegde zelfmoord. ‘De ene dag waren we hier aan het werk, de andere dag hadden we een uitvaart of moesten we een lichaam bergen dat in het puin was gevonden. Uiteindelijk flipte ik. Op een dag ging ik tekeer tegen een van de vrouwen. Ik besefte: we moeten hier iets aan doen, anders gaan we ten onder.’
In het hele aardbevingsgebied kampten en kampen vrouwen met specifieke problemen. Dit werd onder meer vastgesteld op een conferentie in Istanbul over ‘Natuurramp en vrouwen’ en op een driedaags congres over de behandeling van psychotrauma in Arsuz, midden in het rampgebied.
In het begin waren dat heel prozaïsche dingen: het tekort aan vrouwentoiletten en maandverband, en de blinde vlek daarvoor bij mannelijke hulpverleners. Op de ochtend van de aardbeving zijn waarschijnlijk levens verloren gegaan doordat vrouwen meenden dat ze zich moesten aankleden voor ze het huis konden ontvluchten.
Huishoudelijk werk kost meer moeite na de aardbeving dan voorheen. Eten koken, de kinderen verzorgen, de boel schoonhouden – in een tent of container kost dat veel meer tijd en moeite dan thuis. Maar veel mannen staken, door onkunde of onwil, geen hand uit. Maanden na de ramp was het een alledaags tafereel: mannen die aan de thee zaten en kletsten, vrouwen die liepen te redderen. Vaak waren het vrouwen die uren in de rij stonden voor water en voedsel.
Bovendien neemt de spanning, en de kans op huiselijk geweld, toe in een benauwde leefruimte. ‘Er is geen privacy in de container. De kinderen zijn altijd binnen. De mannen hebben geen werk meer, hun bestaansreden is weg’, zegt traumapsycholoog Meltem Kiliç. ‘Dat alles geeft stress. Het geweld tegen vrouwen en kinderen neemt toe. Alle vormen van geweld: fysiek, seksueel, emotioneel en economisch.’
De man-vrouwverhoudingen in Hatay, de provincie waarvan Antakya de hoofdstad is, zijn anders dan die in de andere getroffen delen van Turkije. De culturele invloed van de conservatieve islam er is geringer. Hatay herbergt een ‘etnische mozaïek’ van diverse religies en bevolkingsgroepen. Naast moslims leven er Grieks-orthodoxen, katholieken, joden, Armeense christenen. Ook zijn er honderdduizenden Arabisch sprekende alawieten, een bevolkingsgroep waar vrouwen van oudsher stevig in de schoenen staan. Nesrin Deli is een van hen.
De vrouwen van de coöperatie zijn niet immuun voor de problemen die in Istanbul en Arsuz werden besproken. Twee van de leden moesten stoppen omdat hun echtgenoten bezwaar hadden tegen een werkende vrouw. Dat is een dilemma, zegt Deli. ‘We brengen ze in gevaar door hun te leren wat hun rechten zijn. Een van de vrouwen trok thuis haar mond open en ondervond daardoor geweld.’
Ook van de honderden vrouwen die toeleverancier zijn van de gewassen, hoort ze verhalen over stress en huiselijke conflicten. Eenieder krijgt zo nodig psychosociale hulp. Deli zelf net zo goed. Ze werd elke ochtend wakker om kwart over 4, het tijdstip van de aardbeving. ‘Ik heb veel aan de therapie gehad, zonder dat had ik er niet overheen kunnen komen.’
Het hielp ook haar eigen huiselijke conflicten op te lossen. Ook háár man vond het maar niks dat ze zoveel tijd in de coöperatie stopte. Hij stuurde haar video’s waarin werd verkondigd dat vrouwen die te veel werken, vreemdgaan. ‘Wat mij overeind houdt’, zei ze tegen haar man, ‘is met de vrouwen werken. Als dat je niet bevalt, ga je maar weg.’
Als ze geen therapeut had gehad, zegt ze, zou ze nu gescheiden zijn. De psycholoog zei: ‘Neem in deze toestand geen beslissingen die je leven ingrijpend veranderen.’ Veel vrouwen hebben volgens Deli na de ramp hun man verlaten. Dat terwijl op de conferenties werd vastgesteld dat veel vrouwen het zich niet kunnen veroorloven te scheiden, nu ze materieel alles kwijt zijn. Maar Deli ziet ook het tegenovergestelde: doordat ze niets meer te verliezen hebben, kunnen ze weg bij hun gewelddadige man.
Haar echtgenoot woont nu in Mersin, hij probeert daar een zaak op te zetten. Als hij wil, kan hij terugkomen naar Antakya. Maar Deli gaat hoe dan ook door met de vrouwencoöperatie. En ze heeft zich ingeschreven voor het lyceum. Op haar 16de werd ze moeder, haar dochter is 30, haar kleindochter 7. ‘Ik heb de school van het leven met hoge cijfers doorlopen. Nu kan ik terug naar de middelbare school.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden