Home

Jona Lendering leest veel onzin over de Oudheid: ‘Het maakt een karikatuur van de wetenschap’

Hoog in de Alpen hadden de archeologen paardepoep gevonden. Dus kon het niet missen. Dit moest het zijn. De plek waar de Carthaagse veldheer Hannibal in 218 voor Christus over de Alpen trok. ‘Ontlasting zette onderzoekers op het spoor van Hannibal’, jubelden de nieuwskoppen. ‘Paardepoep verraadt route van Hannibals veldtocht naar Rome’.

Kijk, dát bedoelt hij nou, begint Jona Lendering (59), oudheidkundige, reisleider, docent, blogger, publicist en spraakwaterval. ‘Dat kunnen ze natuurlijk helemaal niet zo zeggen. Om allerlei biologische redenen, die poep kon ook best van marmotten zijn. Maar belangrijker is de plek waar ze het vonden. Die past helemaal niet bij de beschrijvingen die we hebben uit de sleuteltekst van Polybius.’

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.

Ziedaar de grote uitverkoop van de Oudheid. Onderzoekers uit verschillende disciplines die elkaars kennis niet goed gebruiken, universiteiten die om te scoren ronkende persberichten de deur uit doen, onwetende journalisten die elk verhaal meteen neerpennen, als luchtig nieuwtje tussendoor. Bij zo’n hoop poep uit de Alpen komt het allemaal samen.

En niet alleen daar. Denk even aan wat er gebeurt als men in Pompeii een bakkerij ontdekt met tralies voor de ramen (‘Horrorbakkerij was werkgevangenis’), vuursporen analyseert in de Israëlische ruïnestad Gath (‘Doorbraak bevestigt bijbelse veldslag’) of het strottenhoofd van een oude Egyptenaar onderzoekt (‘Zo klinkt de stem van een drieduizend jaar oude mummie’).

‘Kortom: de berichtgeving is weer ondermaats’, schrijft Lendering dan op zijn dagelijkse blog Mainzer Beobachter, vernoemd naar een fictieve krant van Multatuli. Alweer twaalfenhalf jaar bestaat het. ‘En weet je, die trivialisering is zo verdrietig. Echte kennis verbindt.’

‘Ik ben er heus niet tegen om af en toe een trivialiteit naar buiten te gooien. Als blogger doe ik weinig anders. Maar het moet wel verder leiden, naar iets wezenlijkers. En dat ontbreekt als NRC op een gegeven moment kopt: ‘Deze mummie had een penis van 41 millimeter’. Met een pijl erbij waar die zich bevond. Want stel je eens voor dat je dat niet wist.

Who cares? Zoiets is pas interessant als je kunt zeggen: dat weten we doordat we een nieuwe techniek hebben ontwikkeld en die leidt tot nieuwe soorten inzicht. Dan heb je een verhaal, waarvoor je zo’n trivialiteit gebruikt als ingang.’

‘Het maakt een karikatuur van de wetenschap. Als je een vak eindeloos neerzet als een verzameling trivialiteiten, dan begrijpen mensen ook niet meer waarom het moet worden gesubsidieerd. Dan krijg je zo’n Halbe Zijlstra, die ineens roept: waarom hebben we eigenlijk een museum nodig vol opgegraven potten en pannen?’ Lendering verwijst naar oud-cultuurminister Zijlstra, die eiste dat musea 17,5 procent van hun eigen inkomsten zelf moeten verdienen.

‘In Leipzig worden de archeologische opleidingen bedreigd met sluiting, bezuinigingen in Vlaanderen treffen vooral kleine vakken als Grieks. Dat raakt me. Het is mijn vak, het is me dierbaar. Des te triester vind ik het dat die trivialisering gewoon gebeurt door mensen die beter weten. Mensen die zich juist moeten inzetten om te tonen dat dit een waardevol vak is.’

Sta voor je zaak, doe niet zo kinderachtig, wees trots; ‘Oudheidkunde is een wetenschap.’ Het is de titel die prijkt op zijn net verschenen essay, waarin hij zich fel verzet tegen wat hij ziet als praatjesmakerij rond de Oudheid. Want, zo is zijn rotsvaste overtuiging, alleen een wetenschap die zichzelf serieus presenteert, wordt serieus genomen.

‘Dat is de periode van grosso modo 3000 vóór Christus tot 650 erna, waarin je meer hebt dan alleen archeologisch bewijs – er waren al wat teksten – maar nog niet genoeg schriftelijke bronnen om echt aan geschiedschrijving te kunnen doen. Het is dus een tussenperiode, gedefinieerd door dataschaarste.’

‘Ik denk omdat er toen ideeën en structuren zijn ontstaan die er nog steeds zijn. Dat kan verhelderend zijn. De allereerste keer dat ze de farao van Egypte cederhout kwamen brengen en er zilver voor terugkregen, hadden ze nog niet in de gaten dat het meer was dan het uitwisselen van cadeautjes. Dat leidt tot de vraag: is het wel zo vanzelfsprekend dat wij een marktmechanisme hebben? Het idee dat producten en diensten een economische waarde vertegenwoordigen waarover je kunt onderhandelen, is in feite een sociale constructie.

‘Ander voorbeeld: we hebben allemaal maximaal één godsdienst. Je kun niet joods, christen en moslim tegelijk zijn. Waarom eigenlijk niet? Dat is in de Oudheid gegroeid. De splitsing van jodendom en christendom is te herleiden tot het beleid van keizer Domitianus. Joden moesten extra belasting betalen en dat betekende dat je Romeins-rechtelijk een definitie moest geven van de jood. Zo ontstaat een schisma.’

‘En als spiegel, voor ideeën. Jij en ik vinden slavernij verwerpelijk. Waarom vonden Cicero en Herodotus dat niet?’

‘Precies. De vreemdheid van de Oudheid. De wreedheid van die Romeinse of Griekse samenleving. Voor ons is dat nauwelijks meer te bevatten.’ Hij citeert een vaak aan Star Trek toegeschreven zin: ‘It’s life, Jim, but not as we know it.’

‘Ik denk serieus dat als kranten zouden stoppen te schrijven over de Oudheid, het weleens een verbetering zou kunnen zijn. Nu eindig ik mijn boek met een aantal adviezen die ik journalisten zou willen geven. Besteed eens geen aandacht aan onderzoeken waaraan alleen een archeoloog heeft gewerkt, zonder historicus, classicus of sociale wetenschapper erbij. Pas op met ‘in de Oudheid hadden ze ook’-jes: in de Oudheid hadden ze ook pizza’s, in de Oudheid deden ze ook aan aderlaten.’

‘Ik denk dat het moet komen van de musea. Ik ben blij dat we hier hebben afgesproken, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Hier werken een prehistoricus, een kunsthistoricus, een classicus, archeologen. Hier zitten ze allemaal bij elkaar. En je bereikt ook meteen het publiek.

‘Als ik een lezing verzorg over, zeg, het archeologische thema veenlijken, dan krijg ik vaak ook vragen over een tekst van Tacitus die erover gaat. Het publiek wil dat die dingen samenkomen. Musea spelen daar goed op in. In het Drents Museum in Assen, waar het meisje van Yde ligt (een veenlijk, overigens tijdelijk niet te zien, red.), hadden ze het zo ingericht dat de tekst en de archeologische vondst samenkwamen. Heel mooi gedaan.’

‘De universiteiten moeten maar eens beginnen met beter aanleveren wat er is. Bij dat Hannibal-verhaal is duidelijk geprobeerd de pers te manipuleren, met een hijgerig persbericht, nog voordat het hele onderzoek naar buiten kwam: dat soort manipulaties.

‘En journalisten moeten hier ontzettend bedacht op zijn. Je herinnert je misschien nog die foto van die man, dat skelet, met een grote steen op het hoofd, waarover het verhaal ging: dit is de grootste pechvogel van Pompeii?’

‘Dat is er ook weer een. Achteraf bleek dat het helemaal niet klopte. Nader onderzoek wees uit dat het hoofd van de man intact was.’

Nieuws gezien of gelezen over oude Egyptenaren, bijbelse archeologie, de Romeinen of een andere oudheidkundige zaak? Vijf tips om het beter te duiden.

Dat de excentrieke Romeinse keizer Heliogabalus (218-222 na Chr.) de genderregels aan zijn laars lapte, is bekend. Maar dat hij ‘transgender’ zou zijn, dat was gewoon reclame voor een Brits museum. Bedenk dus: is iets echt nieuws, of pr vermomd als ‘ontdekking’?

Werd in Pompeii de ‘schat van een tovenaar’ gevonden? Kom zeg. Vraag uzelf bij dergelijke lollige claims eerst af: komt dit nieuws wel voort uit een wetenschappelijke publicatie? Of is het gewoon: persberichtje, en dat is alles?

Op zichzelf is het geen wetenschap als men een ruïne opgraaft of een papyrus ontdekt. Dat is wat wetenschappers nu eenmaal doen: data verzamelen. Stel de vraag: is er ook sprake van een nieuw soort inzicht? Of is de vondst vooral ‘leuk voor de verzameling’?

Leuk hoor, dat ze in de Oudheid ook populisten, pandemieën en pizza’s hadden. Alleen zegt dat op zichzelf niets. Zelden zijn er lessen uit te trekken voor het heden. ‘Daarvoor is onze kennis van de Oudheid, een wetenschap van dataschaarste, simpelweg niet robuust genoeg’, aldus Lendering.

Oudheidkundigen (en media) leggen snel zaken uit als religieus, zeker als Pasen of Kerst eraan komen. Met een flinke korrel zout nemen. En o ja, niet alles wat men in Israël opgraaft, heeft meteen te maken met de Bijbel.

Jona Lendering kan erop bogen dat er een heuse vuistregel naar hem is vernoemd. De Wet van Lendering (Lenderings’ Law) werd benoemd door de Canadese oudheidkundige Sean Manning. De wet houdt in dat wetenschappelijke onzin meestal wordt gelanceerd en verspreid door wetenschappers uit een ander onderzoeksgebied.

Na onderzoek van vijftig foutieve beweringen over de Oudheid ontdekte Lendering dat er 37 (oftewel driekwart) werden gedaan door wetenschappers met een ander specialisme. Verraderlijk, vindt Lendering, want zo’n aanstichter kan op buitenstaanders zeer geloofwaardig en ter zake kundig overkomen.

De Wet van Lendering geldt breed: denk aan de vele wetenschappelijk geschoolden van allerlei pluimage die afgelopen jaren dubieuze ideeën verspreidden over corona of het klimaat – maar ook aan medici en klimaatwetenschappers met stellige uitspraken over economie, sociologie of gedragswetenschap.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next