Home

‘Om te zeggen dat verhuizen naar Australië voor mij een cultuurschok was, is een enorm eufemisme’

Zet Terry Hayes op zijn praatstoel, en hij komt er niet meer van af. Hij kijkt met de nodige zelfspot naar die karaktereigenschap. Dan vragen zijn lezers: zou u zelf een goede spion zijn? En antwoordt hij: ‘Als de Russen mij pakken zou ik ze alles vertellen, en drie weken doorratelen. Vervolgens executeren ze me alsnog, omdat ze helemaal gek van me worden.’

We zijn op het hoofdkantoor van uitgeverij Bruna in Amsterdam. Met zijn nieuwste thriller Het jaar van de Sprinkhaan – over een CIA-agent die op een geheime missie gaat in de onherbergzame grensstreek tussen Iran, Afghanistan en Pakistan – beklimt Hayes andermaal de internationale hitlijsten, zoals hij in 2013 eerder deed met zijn spionagethriller Ik ben Pelgrim. Hoogst actuele thematiek, mogen we nu zeggen. Maar er zit dus een jaar of tien tussen, en het gerucht ging al dat Hayes samen met zijn writer’s block thuis zat te tobben.

Daar komen we nog op.

Laten we eerst eens teruggaan naar 1956, toen zijn ouders hadden bedacht om het Engelse Sussex te verruilen voor een buitenwijk in Sydney, Australië. Dat moet voor de 5-jarige Hayes nogal een cultuurschok zijn geweest?

‘Cultuurshock? Dat is een gigantisch understatement. We arriveerden eind november in Australië, dus daar was het hartje zomer. Het was een heel, heel slecht jaar met veel bosbranden. We woonden in een huisje boven een winkel in een buitenwijk van Sydney. Vanuit dat huisje kon je naar het westen kijken, wel 70 kilometer ver. En alles stond in brand. Het leek toen al een apocalyptische scène uit Mad Max.’

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Ze kenden helemaal niemand in Australië. Zijn ouders, zijn drie jaar oudere broer en hij. ‘In dat huisje was geen enkele inrichting, we leefden uit de koffers die net waren gearriveerd. Ik had in die dagen rood haar. In Australië noemen ze je dan bluey. Blijkbaar is dat het Australische gevoel voor humor. Dan kiezen ze iets wat tegenovergesteld is. Mijn moeder stond erop ons aan te kleden als kleine Britse schooljongens. Die zijn daar niet populair. Dus daar waren we dan, aan het einde van de wereld, ik werd gepest en de boel stond in brand. Om te zeggen dat het voor mij een cultuurschok was, is een enorm eufemisme. Het was veel erger dan dat.’

Zijn vader was als scholier heel goed in wiskunde. Hij werd toegelaten tot de Universiteit van Oxford, wat opmerkelijk was, gegeven zijn bescheiden komaf. Maar al snel brak de oorlog uit, en werd hij officier in het Britse leger. ‘Hij kwam terecht in Birma. Toen zag hij voor het eerst een Japanner, die hem probeerde te vermoorden. Dat was geen gelukkige ontmoeting. Mijn vader keerde terug uit de oorlog, en zag hoe Engeland bijna failliet was... Totaal gebroken na twee wereldoorlogen. Economisch, sociaal, cultureel. Mijn vader zag er geen toekomst voor ons, dus we gingen naar Australië.’

Er is nog een foto van dat zij aan boord gaan. ‘We lijken wel een club Poolse ontheemden op de vlucht voor de nazi’s. Zo zagen we eruit. We wisten niets van Australië, maar alles was beter dan Engeland. Mijn ouders namen de gok, en dat was eigenlijk heel moedig van ze. Maar mijn moeder kreeg wel de rest van haar leven heimwee, en ze werd geplaagd door huilbuien en depressies.’

Het was een vreemde jeugd in apocalyptisch Australië. ‘Dus was doe je? Je gaat lezen. Heel veel lezen. Je zoekt een schuilplaats in boeken en verhalen. En vervolgens denk je: zou ik dit zelf ook kunnen? En dat is mijn versie van een behoorlijk idioot leven dat we het schrijverschap noemen.’

Op zijn 21ste werd Hayes correspondent in de Verenigde Staten voor de The Sydney Morning Herald. Daarna werkte hij voor de radio, en in 1979 ontmoette hij de Australische regisseur George Miller. Hayes schreef mee aan diens franchise Mad Max. Meer scenario’s volgden, en in 2013 verscheen zijn monsterhit Ik ben Pelgrim.

Was er daarna dan sprake van een writer’s block?

Hayes: ‘Deels wel. Ik werd overweldigd door het wereldwijde succes, en realiseerde me dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. Maar het is niet zo dat ik mij laafde aan champagne en Ferrari’s, zoals wel werd beweerd. Het kostte tien jaar om mijn tweede thriller te schrijven. Ik ben een perfectionist. Pelgrim was 250- tot 270 duizend woorden. Mijn nieuwe boek gaat meer in de richting van 500 duizend woorden. Ondertussen kreeg het gezin met veel tegenslag te maken. Mijn beide ouders overleden kort na elkaar, en mijn oudste broer stierf aan kanker. Daarmee wordt alle succes wel gerelativeerd. Bovendien wilde ik een goede vader zijn voor mijn eigen vier kinderen, dat vraagt ook tijd. Maar goed, Sprinkhaan is nu verschenen, en ik heb net getekend voor Pelgrim II. Maar ik kan niet beloven dat het er binnen een jaar of drie is.’

In de tussentijd zoomen we in op zijn culturele voorkeuren.

‘In mijn jeugd las ik alles wat los en vast zat. Die hele Australische zomers lang. De kinderafdeling van de bibliotheek had ik al snel uit. Toen kreeg mijn vader het voor elkaar dat ik op de afdeling voor volwassenen mocht snuffelen, al moest hij daar wel een speciale verklaring voor tekenen. Er ging een geheime schatkamer voor mij open. Alsof je Saddam Hoessein losliet in een wapenfabriek.

Ik las het verzamelde werk van D.H. Lawrence. Daarna dat van Ernest Hemingway. Toen ik 15 was, had ik Hermann Hesse compleet. Als je dat overleeft, overleef je alles. Ook al begreep ik zelf maar bar weinig van zijn teksten op die leeftijd, de meisjes dachten: die Terry moet wel een soort intellectueel zijn. Zo bezorgde Hermann Hesse mij al snel een paar dates. Vervolgens begon ik met thrillers, maar het boek dat alles veranderde was Anna Karenina, de dramatische liefdesroman van Tolstoj. Ik realiseerde me: je kunt dus échte literatuur schrijven met de vaart van elke thriller die ik ooit had gelezen. Een pageturner van het allerhoogste niveau. Tolstoj is De Koning.’

‘Mijn middelbare school was North Sydney Boys High School, alleen voor jongens. Een school voor rijke kinderen, maar na een toets mocht ik er ook naartoe. Ze keken mij aan met een blik van: hoe ben jij hier in hemelsnaam terechtgekomen, Terry? Samen met een andere jongen was ik nogal een outsider. Die ander werd uiteindelijk trouwens een grote drugsdealer, en kreeg vijftien jaar gevangenisstraf in Thailand.

500 meter verderop stond de North Sydney Girls High School. Daar zat de aspirant-actrice Nicole Kidman later op. Toen ik haar in 1987 castte voor de miniserie Vietnam, schiep die gedeelde achtergrond direct een band. De serie ging over de Australische betrokkenheid bij de oorlog. Ook Australische soldaten werden uitgezonden om het regime in Zuid-Vietnam te ondersteunen.

Nicole was destijds een jaar of 18, en ze speelde de rebelse tiener binnen een conservatief pro-Amerikaans gezin. Ze deed dat fantastisch. Dus ik heb haar in 1989 gevraagd om de hoofdrol te spelen in onze thriller Dead Calm, geregisseerd door Phillip Noyce, waarvoor ik het scenario schreef. De anderen vonden haar nog te jong, maar ik zag haar talenten al wel.

Ik zei tegen Nicole: ‘Jij wordt nog eens een hele grote ster in Hollywood.’

Waarop zij sprak: ‘O Terry, hou eens op.’

En de rest is geschiedenis, zogezegd.

‘Er zijn mensen die zeggen dat hij niet kan zingen, met zijn nasale stemgeluid. Dat kan goed kloppen, maar ik zie hem in de eerste plaats als dichter. En wat doet het ertoe? Alsof W.B. Yeats zo goed kon zingen! Of Tolstoj.

Bob Dylan is de grootste tekstdichter van zijn generatie. Alles wat ik weet heb ik van Bob. Een joodse jongen uit het Midden-Westen die op een reis gaat en zichzelf uitvindt en heruitvindt. Opnieuw en opnieuw. Het is op deze intellectuele reis dat hij met passages komt die een stempel op ons leven drukken. Zoals:

A Hard Rain’s A-Gonna Fall, over de atoombom.

It’s Not Dark Yet, But it’s Getting There, over sterven.

Toen hij in 2016 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, dacht ik: nou, dat is dan de eerste keer in mijn leven dat het Nobelcomité het bij het rechte eind heeft.

Ik ben zo’n fan van Bob dat ik zijn teksten regelmatig raadpleeg voor mijn eigen boeken. Op zoek naar een maximaal effect met minimale middelen, want dat doet Bob. It’s all over now, Baby Blue laat ik mijn personages dan zeggen, of woorden van gelijke strekking, uit die liedjes van hem.’

‘Ik vond het fantastisch om te zien hoe regisseur Christopher Nolan zo’n ingewikkeld verhaal wist om te toveren in een megahit. En heel genuanceerd ook. Dat is ongelooflijk, zeker voor Hollywood. Daar is het vaak direct: Let’s nuke them!

Mijn vrouw, mijn vier kinderen, en ik – we hebben allemaal genoten van de elegantie en waardigheid waarmee Nolan het biografische verhaal vertelde, met een briljante hoofdrol ook van Cillian Murphy. Normaal houdt mijn gezin vooral van actiefilms.

Als scenarist weet ik: deze film kan alleen maar zijn gemaakt door iemand die de hele film vooraf al in zijn hoofd had. Nolan schreef zelf het scenario, maar daar heeft hij vast veel uit weggelaten, anders werd het te dik. Hij wist toch al wel wat hij van plan was. Een heel moedige film, die weer hoop geeft voor de toekomst van de cinema.’

‘Ik werkte met regisseur George Miller aan de Mad Max-reeks. Wist je trouwens dat hij van oorsprong arts is? De eerste keer dat ik hem ontmoette dacht ik: wie wil er nu zo’n carrière opgeven voor het onzekere bestaan van filmmaker? George denkt in beelden, ik in woorden. Dat gaat goed samen. Als we er bij Mad Max weer eens niet uitkwamen, pakte ik altijd het handboek van Joseph Campbell erbij: The Hero with a Thousand Faces (in het Nederlands vertaald als De held met de duizend gezichten) uit 1949. Dat is een bijna antropologische studie naar de structuur van de mythes die ons al sinds het Oude Testament omringen. Heel kort: een held moet zijn veilige haven willen verlaten om op een gevaarlijke queeste te gaan, anders kom je nergens. Heeft altijd gewerkt, en het werkt nog steeds, ook bij Star Wars of Mad Max. En die desolate woestenij van Australië hielp in ons geval ook een handje. ’

‘Dat zeg ik niet om de lezers te plezieren, want mijn hele gezin vindt Amsterdam een mooie stad. Niet te groot, behapbaar, goed georganiseerd, minus de fietsers dan. Mijn dochter Alexandra studeert aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn andere dochter Stephanie verblijft vaak in de buurt van Nijkerk en droomt van deelname aan de Olympische Spelen in de paardensport. Kon papa niet even een appartement kopen in Amsterdam, vroegen mijn dochters. Ja, zeg! Maar omdat we er allemaal gebruik van maken, ook mijn twee zoons en mijn vrouw, hebben we nu dus een familieappartement in Amsterdam. Zelf wonen we vooral in Lissabon. Ook een mooie stad, met een fijn klimaat, maar achter de façade van de toeristenindustrie gaat veel armoede en drugsproblematiek schuil. Voor jongeren in Lissabon is het momenteel een harde wereld, met weinig kansen.’

‘Je zou het misschien nu niet meer zeggen, maar ik was behoorlijk goed in sport. Dat werd mijn redding. Ik kon behoorlijk voetballen, en speelde ook cricket – dat spel geldt in Australië als een religie. Die voetbaltic heb ik van mijn vader. Ook hij kon goed meekomen op het veld, en hij was al fan van de bescheiden club Brighton, dus dat ben ik nog steeds. Mijn oudste zoon is voor Arsenal, ook een mooie club, en thuis haten we allemaal Chelsea, vanwege de pretenties. En we zijn voor Tottenham Hotspur, omdat hun coach Angelos Postecoglou in Melbourne is opgegroeid... Dan zijn we toch Aussies onder elkaar. Het beste voetbaladvies dat ik van mijn vader kreeg: jongen, de scheidsrechter heeft sowieso altijd ongelijk. Heerlijk.’

‘Ik moet bekennen: daar heb ik er heel wat van. Heel hard meezingen met Freddie Mercury en Queen bijvoorbeeld, Radio Ga Ga. En ja: ook Bohemian Rhapsody. De rest van het gezin verlaat dan schielijk de kamer. Ik ben ook niet om aan te horen. Dat maak ik later dan weer goed door samen naar die speciale YouTubekanalen te kijken: Idiots at the Wheel. Met de bizarste autocrashes in het alledaags verkeer, en dan met name die van Russische chauffeurs. Er is trouwens ook een Amerikaanse versie van. Iedereen heeft tegenwoordig een dashcam, dus die beelden rollen zo je huiskamer binnen. Dat werkt verslavend. Je kunt gewoon niet geloven dat mensen zo dom kunnen zijn. Scheuren door rood licht. Niet op het nippertje, nee. Vol door rood! Een hogere vorm van leedvermaak. Maar er vallen geen doden, hoor. Al scheelt het soms een haar.’

5 oktober 1951 Geboren in het graafschap Sussex, Engeland.
1956 Verhuist op 5-jarige leeftijd met het gezin naar Australië. Begint na de middelbare school een loopbaan in de journalistiek.
1971 Is onder meer Amerika-correspondent voor The Sydney Morning Herald.
1979 Maakt op verzoek van regisseur George Miller een bewerking van het script voor de dystopische Australische blockbuster Mad Max.
1981 Co-scenarist van het vervolg: Mad Max 2.
1989 Schrijft en produceert de Australische thriller Dead Calm, met in de hoofdrollen Sam Neill en Nicole Kidman.
1994 Vertrekt naar Hollywood als scenarist. Werkt onder meer aan script voor Return to the Planet of the Apes.
2001 Vakprijs Bram Stoker Award voor script From Hell, met Johnny Depp.
2013 Publiceert zijn eerste spionagethriller I Am Pelgrim. Het boek werd in dertig landen vertaald, en alleen al in Nederland en België (Ik ben Pelgrim) werden meer dan 500 duizend exemplaren verkocht. Wereldwijd zijn dat er inmiddels miljoenen.
2023 Thriller Het jaar van de Sprinkhaan (The Day of the Locust).

Terry Hayes is getrouwd en heeft een gezin met vier kinderen. Lissabon is zijn thuisbasis.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next