‘Met carnaval heeft iedereen dezelfde status’, staat met koeienletters op de gevel van het Bredase café Boerke Verschuren. Alaafzeggers, zo luidt de begeleidende tekst, kunnen zich melden bij de Imitatie- en Normalisatiedienst. Binnen in het café, voor de gelegenheid omgetoverd tot het Alaaf Zeggers Centrum (azc), schalt Arie Ribbens uit de speakers, met zijn hit Brabantse nachten zijn lang.
Het is vrijdag, omstreeks borreltijd, en de bruine kroeg stroomt gestaag vol met de eerste carnavalgangers van Kielegat, zoals Breda deze dagen van het jaar heet. De kroeg staat bekend om zijn ludieke acties tijdens de carnavalsviering, bij voorkeur met een knipoog naar de actualiteit. ‘Dat mag best een beetje schuren’, zegt uitbater Johan de Vos, te herkennen aan zijn overdadige bontjas.
Een aantal jaar geleden leidde de tot Chinees restaurant omgebouwde gevel (verwijzend naar het stadsthema ‘Met carnaval kijken we nie zo nauw!’) nog tot aangifte van actiegroep De Grauwe Eeuw, die strijdt tegen racisme en koloniale overheersing.
De azc-gevel van zijn café is om meerdere redenen actueel. Niet alleen verwijst het naar de asielcrisis – het grote thema van afgelopen verkiezingen dat ook in de gemeenteraad van Breda voer was voor levendige discussies (de stad vangt onder meer honderd alleenstaande minderjarige vluchtelingen op in de voormalige Koepelgevangenis). Het raakt ook aan een andere fel bediscussieerde vorm van ruimhartigheid: hoe gastvrij moet je als traditionele carnavalsstad zijn voor mensen van boven de rivieren?
De pui van café Boerke Verschuren laat daar geen twijfel over bestaan: ‘Hier is iedereen gewoon welkom’, staat er. Maar in de praktijk worstelen steden als Den Bosch, Tilburg, Maastricht, Eindhoven en Breda met de toegenomen drukte, nu steeds meer mensen ‘van elders’ willen meehossen. Exacte cijfers zijn er niet, maar alleen al in Maastricht waren er vorig jaar 20 tot 30 procent meer feestgangers dan voor de coronacrisis, is de inschatting van de gemeente.
Die grote drukte leidde op meerdere plekken tot gevaarlijke situaties, omdat te veel mensen zich hadden opgehoopt in de nauwe straten van de oude binnensteden. Om de menigte in goede banen te leiden, nemen de carnavalsgemeenten dit jaar extra maatregelen, variërend van hekken om de pleinen tot het afsluiten van bepaalde locaties, en het strategisch plaatsen van podia en eetkramen.
‘We benaderen carnaval nu meer als één groot festivalterrein’, zegt Paul Depla, burgemeester van Breda. Het feest heeft zich volgens hem de laatste jaren steeds meer verplaatst van de cafés naar de pleinen, waar grote muziekpodia zijn ingericht. ‘Dat werkt als een magneet voor mensen van buitenaf’, zegt hij. Hij maakt de vergelijking met Koningsdag, wanneer er precies een omgekeerde beweging zichtbaar is: van het zuiden naar Amsterdam.
Deze ontwikkeling brengt de burgemeester in een lastige spagaat. Breda profileert zich graag als een gastvrije stad – ‘we willen er geen hek omheen plaatsen’ – maar tegelijkertijd wil Depla dat de traditionele carnavalssfeer behouden blijft. ‘We geven carnavalvierders mee dat ze voor een techno- of housefeest beter op een ander moment naar Breda kunnen komen.’
In café Boerke Verschuren heeft vrijdag niemand behoefte aan housemuziek. Onder muzikale begeleiding van Wim Kersten (‘Weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn’) is een levendige polonaise ontstaan. Een ‘kno-arts’ met een kartonnen kano om zijn heupen probeert zich ietwat onhandig tussen enkele edele vrouwen in witte kokerjurken te wurmen. Boven iedereen uit torent een arts op stelten: ‘Ik ben een long-arts, snap je ‘m?’
‘Weet je wat het is’, schreeuwt de 37-jarige Fenna (gezicht vol glitters, biertje in haar hand) boven het geluid uit. ‘We hebben niets tegen mensen van boven de rivieren, maar ze vieren wel anders carnaval dan wij.’ Zo zullen ze niet snel naar de lokale buurtkroegen gaan, legt ze uit, maar staan ze eerder te hossen op de grote pleinen. ‘En er wordt ook wel gezegd dat ze drugs gebruiken, terwijl je tijdens carnaval bier hoort te drinken.’
Maar het grootste verschil zit ’m volgens Fenna in de kostuums. Waar mensen van ‘buiten’ genoegen nemen met een pakje van de carnavalswinkel (‘de mannen zie je vaak in zo’n gevangenispak en de vrouwen willen er vooral sexy uitzien’), pijnigen de bewoners van Kielegat hun creatieve brein tot het uiterste om tot het ultieme outfit te komen.
Na meerdere brainstormsessies kwamen Fenna en haar vriendinnen tot het besluit om dit jaar als caissières te gaan. ‘Je moet het zien als een eerbetoon aan deze beroepsgroep’, verklaart ze. ‘Want door de komst van zelfscanners worden ze in hun voortbestaan bedreigd.’
Haar vriendin Arie (‘Niet m’n echte naam, maar iedereen noemt me zo’) wil daar nog wel wat aan toevoegen. Carnaval vieren draait op saamhorigheid, zegt ze. ‘Mensen van boven de rivieren kunnen daar net zo goed deel van uitmaken, mits ze zich aan onze normen en waarden houden, want dat doen wij andersom ook als we Koningsdag gaan vieren in Amsterdam.’
Even later staat Arie buiten een sigaretje te roken, onder haar roze glitterhoed met slierten die alle kanten op springen. Ze is ernstig ziek, vertelt ze. Kanker. Sindsdien probeert ze alles uit het leven te halen, met haar beste vriendinnen aan haar zijde. ‘Dat is precies waar carnaval om draait’, zegt ze. ‘Het vieren van vriendschap, het vieren van het leven.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden