Er spoelt geen ‘golf’ van rechts-populistisch sentiment door Europa, zegt de Amerikaanse socioloog Larry Bartels. Via langlopend Europees bevolkingsonderzoek laat hij zien waarom we beter van een groot reservoir kunnen spreken. ‘Besef dat het populistisch sentiment er in Europa allang was, maar met succes in bedwang werd gehouden.’
Als de Amerikaanse socioloog en hoogleraar politieke wetenschappen Larry Bartels op de Vanderbilt-universiteit in Nashville klaar zit voor een zoomgesprek over populistisch rechts in Europa, staat Pieter Omtzigt op het punt zich uit de formatie terug te trekken.
‘Ik denk dat er voor mainstream-politici nog steeds speelruimte is om te beslissen waar ze zich op willen concentreren.’
Bartels, die een arendsoog voor relevante data lijkt te bezitten, komt prompt met Nederlandse feiten uit een Eurobarometer-enquête van eind vorig jaar: 24 procent van de Nederlandse respondenten noemde immigratie een van de twee belangrijkste kwesties. ‘Daar lijkt dus veel overlap te zijn met de ruim 24 procent die PVV stemde, maar dat is ten opzichte van de hele bevolking nog steeds een minderheid. En 38 tot 45 procent vond dat inflatie, het milieu en huisvesting tot de belangrijkste kwesties behoorden.’
WIJ/ZIJ-MAATSCHAPPIJ Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij
Larry Bartels heeft goed en slecht nieuws voor Europa. Het goede nieuws: radicaal-rechtse politici (door Bartels 'populistisch rechts’ genoemd) zijn hier nog helemaal niet zo succesvol. En het slechte nieuws: politici zijn hier nóg helemaal niet zo succesvol.
Bartels betoogt dit in zijn boek Democracy Erodes from the Top – Leaders, Citizens and the Challenge of Populism in Europe. Op basis van langlopend Europees bevolkingsonderzoek laat hij zien dat er veel meer Europeanen zijn met opvattingen die bij rechts-radicale partijen passen, dan de kiezers die er tot op heden op stemden.
Grofweg driekwart van de stemgerechtigden die niet op rechts-radicale partijen hebben gestemd, had dat volgens Bartels op grond van hun opvattingen over onder meer politici en migratie ook wél kunnen doen.
Bartels vindt het daarom misleidend te spreken van een rechts-populistische ‘golf’ die Europa zou overspoelen, zoals vaak gebeurt. Hij spreekt liever over een ‘reservoir’ aan rechts-populistisch sentiment, omdat dit al minstens twee decennia in vrijwel gelijke mate bestaat. Dit is overigens in lijn met bevindingen van Nederlandse onderzoekers.
In Europa komt dus niet opeens een ‘wil van het volk’ op ons afrollen, stelt Bartels: radicaal-rechtse politici zijn bezig een al lang bestaand sentiment te activeren.
Hoe zorgwekkend is dit, nu radicaal-rechtse populisten al in twintig EU-landen meer dan 20 procent van de stemmen halen en de European Council on Foreign Relations hun een flinke winst bij de komende Europese verkiezingen in juni voorspelt?
Bartels neigt als Amerikaan naar een optimistische invalshoek: dat radicaal-rechtse partijen in veel Europese landen nog steeds een minderheid vormen, bewijst volgens hem dat de middenpartijen het tot dusver niet slecht hebben gedaan.
Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
In Democracy Erodes from the Top bestudeert Bartels Europa voor het eerst. Hij werd bekend met publicaties over Amerikaanse politiek en publieke opinie, in wetenschappelijke tijdschriften en onder meer The New York Times en The Washington Post .
‘Die conferentie ging over de politieke gevolgen van de eurocrisis. En het verhaal was, zoals zo vaak eigenlijk, dat die eurocrisis de populistische sentimenten in Europa enorm had gestimuleerd.
‘Maar toen ik daar de data bij zocht, bleek dat de mening van Europeanen over kwesties die het populisme voeden al tien jaar nauwelijks significant waren veranderd. Er hadden zich veranderingen voorgedaan in het stemgedrag van mensen, maar niet in hun achterliggende opvattingen.’
‘Ik zocht onder de kiezers van zestien rechts-populistische partijen naar patronen. Er zijn natuurlijk verschillen van land tot land, maar je zou kunnen zeggen dat ze van dezelfde familie zijn.
‘De twee grootste factoren zijn een conservatieve ideologie, eerder rechts dan links dus. En een anti-immigratiesentiment, dat in twintig jaar nauwelijks veranderde.
‘Minder maar ook belangrijk: gevoelens tegen Europese integratie, een gebrek aan vertrouwen in politieke leiders en onvrede over hoe de democratie werkt. En soms, maar verrassend weinig, is er sprake van economische onvrede. Dat de eurocrisis ruim baan gaf aan populisme is dus niet zo.’
Bartels analyseerde data uit de European Social Survey, een databank voor langlopend wetenschappelijk onderzoek waarin opvattingen en kiezersgedrag van Europeanen sinds 2001 worden opgeslagen.
In steeds nieuwe rondes worden dezelfde vragen gesteld aan een representatieve dwarsdoorsnede van de deelnemende landen. Zo is redelijk betrouwbaar te meten hoe opvattingen zich in verscheidene Europese landen ontwikkelen door de tijd heen, of onder invloed van crises of gebeurtenissen zoals de Europese integratie. Bartels’ analyse is gebaseerd op 183 vragenrondes onder ruim 350 duizend Europeanen uit 23 landen in de periode 2002-2019.
‘Het wijkt niet af van dat in de rest van Europa. In de meeste landen vind je een behoorlijke hoeveelheid conservatisme en anti-immigratiesentiment. Daarom noem ik het een reservoir. De afgelopen tien jaar is dat reservoir bij Nederlandse verkiezingen niet volledig ingelost. In november veranderde dat, ik denk door het gedrag van de zittende regering en de grote aandacht voor het thema migratie van politici en media.’
‘Ja, dat kan er aan hebben bijgedragen. Het heeft er in ieder geval toe geleid dat mensen hun loyaliteit aan een partij heroverwegen.’
Juist die loyaliteit aan traditionele mainstream-partijen, laat Bartels in zijn boek zien, voorkwam in Europa tot op heden dat veel meer mensen uit het reservoir overstappen naar populistisch rechts.
‘Ja, er is feitelijk geen verband. Het punt is dat er geen correlatie is te vinden. Ik bedoel, in nogal wat landen waar rechts-populistische partijen de afgelopen jaren succesvol waren, is het rechts-populistische sentiment relatief laag: Zwitserland, Zweden, Finland, Noorwegen. Er is nu veel ophef in Zweden over immigratie, maar de Zweden zijn nog steeds progressiever in hun opvattingen over immigratie dan bijna alle andere Europeanen.’
‘Hier zit altijd spanning. Ik denk dat aan beide kanten gevaren kleven. Je kunt het ook niet doen, maar dan laat je mensen impliciet weten dat hun mening niet telt. Die kunnen daardoor dan verder radicaliseren.’
Larry Bartels citeert in zijn boek de Nederlandse, in Amerika werkzame populisme-onderzoeker Cas Mudde, die al eerder stelde dat ‘de werkelijke vraag niet is waarom populistische radicaal-rechtse partijen zo succesvol zijn sinds de jaren tachtig, maar waarom er zo weinig partijen profiteerden van de vruchtbare voedingsbodem die voor hen klaar ligt.’
‘De oorzaak verschilt van plaats tot plaats en hangt sterk af van de details ter plekke. Neem Spanje. Tijdens de eurocrisis daalde het bbp daar met 10 procent en bedroeg de werkloosheid op een gegeven moment meer dan 25 procent. Maar er was nog geen invloedrijke rechts-populistische partij die op deze problemen inspeelde. Dus gold Spanje als een grote uitzondering op de regel dat rechts-populistische partijen van de EU-crisis zouden profiteren.
‘Pas jaren later groeide het radicaal-rechtse Vox, toen de economie al was aangetrokken. Vox won ook niet vanwege migratie of de houding ten opzichte van de EU, maar eerder omdat de zittende centrumrechtse regering het referendum in Catalonië had verprutst. Dat veroorzaakte een schandaal, dus zochten mensen aan de rechterkant een alternatief. Maar aan hun rechts-populistisch sentiment was als je naar de data kijkt intussen nauwelijks iets veranderd.’
‘Het werkt twee kanten op. Slechte omstandigheden maken het politici gemakkelijker om te falen. En als ze falen, voedt dat de onvrede waar populistisch rechts op kan inspelen.’
‘De pers houdt van rechts-populistische partijen omdat ze dramatisch en eng zijn, en omdat er veel interesse in hun succes is. Maar het lukt de pers minder om die successen in hun verfijnde politieke context te schetsen. Of om ze in perspectief te plaatsen en te laten zien hoe slecht dit soort partijen het feitelijk doen.
‘The New York Times had een paar weken voor de laatste Spaanse verkiezingen een groot voorpaginaverhaal over de opkomst van Vox, en hoe exemplarisch die zou zijn voor de opkomst van populistisch rechts in de rest van de wereld. En op verkiezingsdag nog zo’n voorpaginaverhaal. Maar toen Vox vervolgens veel kiezers verloor, kwam dat in een kort bericht ergens op pagina zeven.
‘Dit typeert de neiging van de media om de successen van rechts-populistische partijen te verkondigen en op te blazen. Ik denk dat dit niet alleen een kwestie van onbegrip is, maar van onbegrip met politieke gevolgen.’
‘Ik citeer in mijn boek Brits onderzoek naar het succes van de rechts-populistische Ukip in het Verenigd Koninkrijk. Daaruit blijkt dat berichtgeving in de media de belangrijkste reden was voor de groei van Ukip, en niet andersom. Als de media deze partijen afschilderen als een levensvatbaar alternatief, dan kan dat mensen verleiden hun loyaliteit aan hun eigen partij op te geven en rechts-populistisch te stemmen.’
‘Ja, dat is altijd lastig. Ik zou zeggen: probeer zowel het beleid van populistisch rechts als de steun die ze krijgen in een gepaste context te plaatsen en niet te overdrijven.’
‘Er wordt vaak een soort impliciet verband gelegd tussen het succes van rechts-populisten in West-Europa en wat we in Hongarije en Polen hebben waargenomen. Maar dat zijn verschillende verhalen. De bedreiging die Fidesz voor de rechtsstaat vormt in Hongarije en Recht en Rechtvaardigheid in Polen, die zou tamelijk onwaarschijnlijk zijn in de meeste West-Europese democratieën. Ook als rechts-populistische partijen er meer controle en macht zouden krijgen.’
‘Het is niet onmogelijk, maar veel minder waarschijnlijk. Omdat de meeste West-Europese landen een meerpartijensysteem hebben. Het uitoefenen van macht is er afhankelijk van medewerking van een vrij brede coalitie. In Hongarije behaalde Fidesz min of meer per ongeluk een tweederde-meerderheid. Dat was samen met Orbáns ijzersterke controle over de partij voldoende om de grondwet te wijzigen en hard op te treden tegen rechters en journalisten.’
‘Mensen blijken minder gehecht aan democratische normen, instituties en procedures dan we zouden willen. En meer gericht op hun dagelijkse welzijn. Dat verbaasde me echt. De verwachting dat kiezers het beschadigen van de rechtsstaat zullen afstraffen blijkt onrealistisch.
‘Dat komt ook doordat de opvatting van de meeste mensen over democratie tamelijk vaag en veranderlijk is. In Hongarije dachten ze zelfs dat de democratie beter was gaan werken toen Orbán aan de macht kwam dan daarvoor.’
‘Kijk naar Giorgia Meloni in Italië. Die is vooralsnog een stuk minder radicaal dan de berichtgeving voor haar aantreden deed vermoeden. Omdat ze een coalitie moet vormen en ook afhankelijk is van de EU.’
‘Het is een optelsom. Er zijn plaatsen waar het plotseling gebeurt omdat er nieuwe partijen zijn opgericht. Er zijn plaatsen waar populistisch rechts al langer stemmen trekt, zoals Italië. En er zijn plaatsen waar hun steun juist aanzienlijk is afgenomen, maar dat krijgt nauwelijks aandacht.’
‘In Noorwegen zijn ze de laatste paar verkiezingen achteruit gegaan. Hoe dan ook: het is vooral belangrijk om te beseffen dat het populistisch sentiment er in Europa allang was, maar lange tijd met succes in bedwang werd gehouden door gevestigde partijen en hun leiders. Het is dus niet zo dat kiezers plotseling standpunten hebben ingenomen die ze nog niet hadden. Het gaat erom dat de gevestigde politici die door eigen politieke problemen minder in bedwang kunnen houden.’
‘Dat verschilt van land tot land. Een goed voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk, waar de premier tevergeefs probeerde de opkomst van Ukip te blussen door een referendum over de Brexit te beloven.’
‘Dat is in sommige gevallen beter, maar niet altijd. Je kunt de opkomst van populistisch rechts soms ook remmen door te proberen hun standpunten te matigen, op een manier die hen afsnijdt van het reservoir aan potentiële steun. Soms moet je daar compromissen voor sluiten. Populistisch rechtse partijen hebben vaak de neiging minder radicaal te worden in hun beleidsstandpunten en in hun retoriek.’
‘Dat is wel de bredere les: wat er gebeurt, reflecteert zelden een verschuiving in de publieke opinie. Het laat eerder zien hoe mainstream-politici jongleren met problemen en spanningen, en hoe populisten daarbij een bestaand sentiment uitbaten. Er is minder verband tussen de gevoelens van kiezers en wat er feitelijk op politiek vlak gebeurt dan we graag denken.’
De analyses van Larry M. Bartels gaan vaak in tegen heersende aannames. Zo publiceerde hij in 2006 een kritische artikel over What’s the Matter with Kansas?, een in Amerika invloedrijk boek van de historicus Thomas Frank, die betoogde dat de Republikeinen de ongeschoolde Amerikaanse arbeidersklasse voor zich wonnen met culturele thema’s, zoals een anti-abortusstandpunt.
Bartels liet in zijn wetenschappelijke publicatie ‘Whats the Matter with What’s the Matter with Kansas’ zien dat met name de witte middenklasse en rijken uit de zuidelijke staten gevoelig bleken te zijn voor cultuuroorlogen.
Bartels’ boek Unequal Democracy (2009) ging over toenemende economische ongelijkheid onder nota bene Democratische presidenten. In Democracy for Realists (2016) betoogde hij samen met politicoloog Christopher Achen dat opleiding, klasse en loyaliteit aan een partij meer invloed hebben op stemgedrag dan politieke opvattingen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden