Home

‘Dans dans revolutie’ van Lisa Weeda is een interessante allegorie met weinig ruimte voor nuance

Zeven maanden na het begin van de oorlog in Besulia, een land dat bijna niemand kende en waarvan de oorlog met Tenebria maar kort in het nieuws bleef, verschenen de eerste lichamen. Van het ene op het andere moment lagen er opeens lijken onder eettafels en op bedden. ‘We zijn vervloekt’, huilde een vrouw op televisie. Met een betraand gezicht stond ze in haar badkamer. ‘Het was gewoon een normale dag.’

Ze was thuisgekomen van haar werk als hr-manager bij een gerenommeerd ict-bedrijf en wilde haar gezicht wassen. Toen ze zich omdraaide, zag ze een lijk in de badkuip liggen: een oudere man in een gestreept overhemd en een nette pantalon, aan zijn voeten paarse pantoffels. Zijn handen zaten onder het bloed, zijn hoofd had meerdere deuken, ‘alsof iemand er met een honkbalknuppel op had ingeslagen’.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is columnist en recenseert sinds 2016 boeken voor de Volkskrant. Hij was eerder onder meer correspondent in Italië.

De Rotterdamse Lisa Weeda (1989) brak in 2021 door met Aleksandra, een roman waarin ze honderd jaar Oekraïense geschiedenis verweeft met die van haar eigen familie in de Donbas. Recensenten en lezers waren direct onder de indruk. Ze roemden het vertelperspectief van Weeda, net als de manier waarop ze bovennatuurlijke gebeurtenissen wist te verbinden met de harde realiteit.

Het boek verkocht dan ook goed, maar toen drie maanden later opeens de oorlog in Oekraïne uitbrak, en duizenden mensen behoefte hadden aan extra duiding over het land, stegen de verkopen explosief en eindigde Aleksandra op de eerste plek in de bestseller-top-60. Het won De Bronzen Uil en werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

In haar tweede roman, Dans dans revolutie, gaat Weeda verder waar ze gebleven was. Opnieuw schreef ze een boek over de oorlog in Oekraïne. Althans, eigenlijk draait het om een oorlog tussen de fictieve landen Besulia en Tenebria, maar het kan bijna niet anders dan dat het allemaal een grote allegorie is voor wat er momenteel in Oekraïne speelt.

De slachtoffers die vallen in de oorlog, worden niet lang na hun dood door de Notsjnik, een soort geest, naar een westers land gebracht dat sterke overeenkomsten vertoont met Nederland. Daar kunnen ze weer tot leven worden gewekt mits iemand de svaboda samoverzjenja voor ze danst, de traditionele volksdans van Besulia die helpt kwade geesten te verjagen.

Net als in het echte wereld maakt de eerste groep vluchtelingen nog een diepe indruk op de bewoners, die dan ook in groten getale dansmanifestaties organiseren. Maar met de vierde, de vijfde en later de tiende en de twintigste groep, sluipt er een zekere irritatie in de gemeenschap en maakt de opofferingsgezindheid plaats voor eigenbelang. Wat geldt in de echte wereld, geldt immers ook in de allegorie van Weeda: het gemakkelijkste moment om een goed volk te zijn, is nu eenmaal het moment vlak voordat de eerste offers moeten worden gebracht.

Die almaar toenemende oorlogsmoeheid beschrijft Weeda aan de hand van meerdere personages. Je hebt Emma, die opeens geconfronteerd wordt met een dode in haar appartement. Er is Toni, die werkt bij een zogenoemd body-drop-off-centrum – een door de overheid in het leven geroepen centrum voor overtollige doden. Er zijn Maks en Danylo, twee tot leven gedanste Besulianen die maar lastig kunnen wennen aan hun nieuwe, westerse bestaan. En er is het verhaal van de jonge influencer @AnnaFromBesulia die vanuit Besulia video’s maakt in de hoop dat zo veel mogelijk mensen de svaboda samoverzjenja blijven dansen.

De onderliggende vraag die Weeda stelt, is een zeer interessante: hoeveel ben je bereid te doen om de ellende van een ander te verzachten? Haar beschrijving over wat oorlogsmoeheid met een samenleving doet is bovendien vurig en raak, net zoals de scènes over de plotselinge botsing tussen twee verschillende culturen.

Helaas hapert de uitwerking van haar gedachtenexperiment ook geregeld. Zo blijven eigenlijk alle personages vlak, komen de vier verhaallijnen op het einde nauwelijks bij elkaar en belangrijker nog: juist doordat Weeda haar magisch-realistische wereld op een bijna sprookjesachtige wijze beschrijft, is er eigenlijk alleen ruimte voor het goede en het kwade. In haar binaire werkelijkheid maak je of de goede keuze (dansen), of de slechte (niet dansen). Punt.

De nuances die de echte wereld zo interessant, en op tijden zo verschrikkelijk frustrerend maken, blijven in haar allegorie onderbelicht. Als je een crisis inderdaad kunt stoppen door simpelweg een volksdans te dansen, dan is de keuze snel gemaakt. Maar dat is helaas niet zo. Zodra er in de echte wereld een vluchtelingenstroom op gang komt, moet je nu eenmaal rekening houden met huisvesting, werkgelegenheid, sociale zekerheid, geopolitiek en noem de hele rambam maar op. Dans dans revolutie houdt de lezer daardoor een spiegel voor die helaas matig reflecteert.

Lisa Weeda: Dans dans revolutie. De Bezige Bij; 240 pagina’s; € 21,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next