Home

NU+ 'Zorgelijke' situatie jonge vluchtelingen: 'Maatschappij heeft verantwoordelijkheid'

Ook alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv's) hebben last van de crisis in de asielopvang. Het is tot nu toe altijd gelukt kinderen tot vijftien jaar oud in opvanggezinnen te plaatsen, maar in de opvang van jongeren vanaf vijftien jaar knelt het. De afgelopen twee jaar is elk bed steeds bezet geweest.

De jongeren blijven tijdens hun asielaanvraag in de opvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Nadat ze een verblijfsvergunning hebben gekregen, gaan ze naar de kleinschalige opvang die wordt georganiseerd door Nidos. Maar bij zowel het COA als de kleinschalige opvang van Nidos zijn te weinig plekken.

Onder meer de inspecties wezen al op de gevolgen van de drukte. Er is weinig zicht op de veiligheid van de kinderen, geen passende dagbesteding of goed onderwijs. Ook Nidos-bestuurder Tanno Klijn ziet dat.

Bijna anderhalf jaar geleden zei u in een interview met het AD dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van de jongeren. Dat lijkt nu nog niet anders. Sterker nog, demissionair staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel) noemde de situatie eind januari nog "schrijnend".

Klijn: "Ik ben het eens met de staatssecretaris. De situatie is schrijnend en zorgelijk. We zien nog steeds lange doorlooptijden voor de jongeren in de asielprocedure. Dat loopt op het moment bijna op tot een jaar."

"We zien ook dat door een tekort aan opvangplekken bij het COA er heel vaak tijdelijke plekken zijn. Dan moeten de jongeren drie of vier keer verhuizen."

"Ze hebben daardoor ook minder toegang tot onderwijs en dagbesteding. Soms is ook de toegang tot medische zorg een aandachtspunt. Dat is schrijnend, en in die zin is het ten opzichte van het interview anderhalf jaar geleden niet echt verbeterd."

Wat voor gevolgen heeft dat voor de jongeren?

"Als je met jongeren spreekt, dan geven ze aan het gevoel te hebben dat het leven stil blijft staan. Deze jongeren hebben vaak al een lange tocht vol ontberingen gemaakt. Dan kom je aan in Nederland, en dan verlang je naar rust. Dan verlang je ernaar om weer te bouwen aan een toekomst."

"Het is ongelooflijk belangrijk dat onze jongeren ook gewoon naar school en naar een sportvereniging gaan. Dat ze op zaterdag kunnen voetballen met jongeren uit de buurt. Dat ze een baantje hebben. Dan word je onderdeel van de Nederlandse samenleving."

"De situatie is schrijnend en blijft schrijnend. Ik vergelijk het zelf weleens met de tijd die jongeren in Nederland hebben meegemaakt in de coronaperiode. Je zag een afname van activiteiten, een afname aan sociaal contact..."

Die coronaperiode heeft veel invloed gehad op de mentale gezondheid van jongeren hier in Nederland.

"Wij zien nu hetzelfde gebeuren. Je ziet dat de jongeren stress hebben. Maar er ontstaat soms ook een stukje passiviteit. Je komt bijvoorbeeld uit Eritrea aan in Nederland en dan moet je onderwijs volgen. Maar als het zo lang onzeker is of je in Nederland mag blijven, neemt de motivatie om naar school te gaan ook af."

"We moeten in alle gesprekken over deze situatie ook meenemen dat deze jongeren straks onderdeel worden van de Nederlandse samenleving. Daarom moet je net als in de coronaperiode denken: hoe moet het straks verder met deze jongeren? Daar acteren we niet genoeg op, nu deze jongeren zo lang in onzekerheid zitten."

Door de crisis in de asielopvang worden de jongeren soms door het COA ondergebracht in hotels. En, als dat kan, overgeplaatst naar reguliere azc's als ze zeventien jaar en negen maanden oud zijn. De situatie blijft volgens u nog wel schrijnend. Verwacht u nog lang gebruik te moeten maken van dit soort noodgrepen?

"Ik denk dat, als we heel realistisch zijn, we zeker de komende paar maanden, nee: periode - maanden is al te snel - gebruik moeten maken van deze noodmaatregel."

"Het is positief dat de spreidingswet er is gekomen. Zo is het helder dat alle gemeenten iets moeten doen als het gaat om de asielopvang. Tegelijkertijd zien we ook dat we moeten roepen: 'ja jongens, er zijn ook nog jongeren met een verblijfsvergunning voor wie we op dit moment nog op zoek zijn naar huisvesting.'"

Klijn benadrukt dat er ook gemeenten zijn die juist heel veel doen. Hij haalt een manifest tevoorschijn waarin onder meer de gemeente Amersfoort, de gemeente Tilburg en de gemeente Ommen afgelopen zomer opriepen langdurige opvangplekken te regelen.

Nidos luidde hiermee, samen met de gemeenten en onder meer het COA, de noodklok. Klijn gaf toen aan dat deze partijen in staat zijn de benodigde zorg en begeleiding te bieden, maar dan wel duurzame opvangplekken nodig hebben.

Van der Burg noemde het een paar weken terug nog "uitermate zorgwekkend" dat het maar niet lukt om genoeg plekken te regelen. Waarom lukt dat niet?

"De opdracht die er voor gemeenten ligt, als je naar het hele woonvraagstuk kijkt, is natuurlijk enorm. Er zijn heel veel doelgroepen op zoek naar een woning, en daar komt onze groep bij."

"Soms is het ook wel frustrerend dat er heel veel aandacht gaat naar, laten we zeggen, 'de grote vraag' als het gaat om asielopvang. De opvanglocaties met vijfhonderd plekken, de opvang van Oekraïners. Onze jongeren hebben kleinschalige opvang nodig. Gemeenten willen ook juist kleinschalige opvang, maar toch komen we onvoldoende in beeld. En waarom ons dat niet goed lukt? Daar puzzelen wij ook mee."

Het aantal amv's dat nu asiel aanvraagt is relatief groot. In 2023 steeg het aantal eerste aanvragen van amv's zelfs met 38 procent ten opzichte van 2022. Is dit opvangmodel dan nog wel vol te houden?

"Ik denk dat het houdbaar is. Als je kijkt naar de aantallen waar het over gaat, dan praten we niet over tienduizenden. Op dit moment hebben we iets meer dan 1.400 plekken voor jongeren in de kleinschalige opvang. We moeten doorgroeien naar 3.900 in juli en 5.000 plekken voor eind 2024. Dat zijn toch aantallen die realiseerbaar zouden moeten zijn?"

"Wij bepalen niet of jongeren naar Nederland komen. Maar op het moment dat ze in Nederland zijn, hebben wij een verantwoordelijkheid voor hen. Dus dáár moeten we het gesprek over voeren: hoe zorgen we zo goed mogelijk voor deze jongeren?"

In november vorig jaar zei u dat de situatie structureel moet verbeteren. Wat heeft Nidos nodig?

"We hebben wel echt die plekken nodig, zowel Nidos zelf als het COA. Anders kom je toch in de situatie waarin je moet grijpen naar noodmaatregelen die we nu echt niet willen."

Maar het is de afgelopen twee jaar niet gelukt dat voor elkaar te krijgen. Welke extra stappen moeten nu nog worden gezet?

"Ik zie ook wel dat we stapjes maken met een initiatief zoals een maatschappelijke alliantie. Maar dat moet wel sneller en beter. Hoe meer gemeenten aansluiten bij de alliantie, hoe groter de stap is die we kunnen zetten. Anders worden de wachtlijsten straks steeds langer en zullen we nog meer naar noodgrepen moeten grijpen. En dat is wat we met elkaar niet moeten willen."

Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.

Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next