Home

Is er een nieuwe seksuele revolutie gaande of valt het wel mee? Zeven inzichten over polyamorie en open relaties

Wie niet beter weet, zou denken dat je als monogaam koppel een uitzondering vormt, zo veel gaat het in de media over non-monogamie. Waar komt deze interesse vandaan, en is er daadwerkelijk een seksuele kentering gaande? Zeven belangrijke inzichten over polyamorie en open relaties.

De Utrechtse ict-manager Jeroen (35) en verpleegkundige Eva (33) wisten al snel nadat ze elkaar hadden ontmoet op een datingapp hoe ze hun seksuele en emotionele relatie wilden vormgeven. ‘Ik kan het soms lastig uitleggen, want het is vooral een gevoel, intuïtie’, zegt Eva over hun monogame relatievorm.

Jeroen en Eva doen iets bijzonders: ze zijn ‘exclusief’. In hun relatie zijn geen derde of vierde partijen betrokken, en ook slippertjes worden niet toegestaan, zelfs niet oogluikend. Beiden kennen de ontmoedigende cijfers over monogamie: een op de drie huwelijken en een op de twee relaties strandt voortijdig. Dromen over eeuwige trouw slaan niet zelden stuk op het verlangen naar iets of iemand anders. Je hoeft het Eva en Jeroen niet te vertellen, ze worstelen zelf met een intimiteitsvacuüm sinds de komst van hun tweede. Ze weten ook wel dat hun relatievorm niet ‘natuurlijk’ is; slechts een handjevol dieren doet hen na. En die dieren, stokstaartjes, bevers, zwanen en vossen, zijn gespeend van zelfbewustzijn en hebben bovendien een veel lagere levensverwachting. Jeroen en Eva moeten nog zo’n vijftig jaar binnen de lijnen van de huwelijkse geloften zien te kleuren. En toch zet het stel door.

Eva en Jeroen vormen in werkelijkheid natuurlijk helemaal geen uitzondering. Ze bestaan niet eens, het zijn archetypen ontsproten uit de fantasie van de auteur van dit stuk. En die had daar bar weinig fantasie voor nodig, want monogamie is nog steeds de meest gepraktiseerde relatievorm, niet alleen in het Westen, maar werkelijk overal ter aarde. Natuurlijk, er zijn uitzonderingen, zoals de polygyne praktijken van de mormonen in de Amerikaanse staat Utah, en in islamitische landen als Afghanistan en Pakistan. En in sommige uithoeken van de wereld, zoals in rurale gebieden van Tibet en het tropisch regenwoud in Noordwest-Brazilië, zijn het vrouwen die met meerdere partners samenleven (polyandrie).

Maar op alle andere plekken is monogamie de norm. De kans is groot dat ook u, lezer, tot het soort behoort dat zich avond aan avond neervlijt naast exact dezelfde partner, om seks te hebben, om te klagen over de voorbije kantoordag, of om met leesbril op voor te lezen uit de laatste van Herman Koch.

En met die lifestyle is niets mis, zegt Peter van de Wijngaart. ‘Ik zou alleen willen dat mensen in vrijheid kunnen kiezen voor een alternatief, zonder dat ze worden gediscrimineerd’, verzucht de secretaris van Stichting Polyamorie Nederland.

‘Monogamie is net zo valide als elke andere consensuele, goed geïnformeerde relatiekeuze’, stellen ook de Amerikaanse auteurs Dossie Easton en Janet Hardy. In hun boek De integere slet (1997) sommen ze de voordelen op van monogamie: je kunt je focussen op één partner, in plaats van je aandacht te moeten verdelen. Monogamie kan handig zijn als je andere zaken aan je hoofd hebt (een baby, een promotieonderzoek).

Persoonlijk verkiezen Easton en Hardy het alternatief: polyamorie. Liefde en intimiteit delen met meerdere partners ervaren beide vrouwen als lekkerder, leuker en gezelliger. Als alleenstaande moeder zwoer Easton de monogame liefde in 1969 af: een gewelddadige relatie had haar tot nieuwe inzichten gebracht. Ze sloot zich aan bij een queercommune vol andere moeders.

Hardy’s huwelijk liep in de jaren tachtig op de klippen omdat haar man geen bdsm-interesses had. Ze is opnieuw getrouwd, met een man met wie ze geen seks heeft en een ‘heel huiselijk leven leidt’. Daarnaast zijn er andere intieme en seksuele partners, onder wie coauteur Easton. Klinkt ingewikkeld? Hardy vindt van niet. Hardy: ‘Ik heb een rijk leven, vol waardevolle verbindingen. Ik ben verder een stabiel persoon, ik heb een fijne jeugd gehad, en nu voel ik me het fijnst bij polyamorie.’

Lange tijd was hun boodschap slechts hoorbaar in progressieve kringen van Californië, maar inmiddels is De integere slet uitgegroeid tot een bescheiden besteller, ook in Nederland. Via een Zoomverbinding vertelt Hardy: ‘In de tijd dat wij dit boek publiceerden, bestond ons publiek uit oude hippies zoals wijzelf, en geeks: nerdy sciencefictionfans die niet voldeden aan de conventionele schoonheidsnorm. Maar nu zijn onze lezers veel diverser, en een stuk jonger. Er is ontzettend veel interesse in polyamorie.’

Is er een nieuwe seksuele revolutie gaande? Veel Amerikaanse media denken van wel. New York Magazine publiceerde midden januari een handleiding ‘consensuele non-monogamie’, in dit stuk verder afgekort als CNM.

CNM varieert, zo legt het magazine uit, van swingers (stellen die zich gezamenlijk neervlijen tijdens orgies of trio’s) en mensen met een open relatie (stellen die afspreken dat ze naast de pot mogen piesen) tot polyamoristen (intieme relaties met meerdere partners tegelijk). En in al die relatievormen ligt de nadruk op toestemming: CNM werkt alleen als iedereen aan boord en gehoord is.

De speciale magazineuitgave staat bol van het idioom dat Dossie Easton en Janet Hardy bezigen in De integere slet; termen als monogamish (mensen die in principe monogaam zijn, maar af en toe seks buiten de relatie toestaan), metamour (de partner van je partner, met wie je ook bevriend raakt) en compersion (het tegenovergestelde van jaloezie: de blijdschap die je voelt als je partner romantisch of seksueel geluk ervaart met een ander). Op de tijdschriftcover van het blad prijkten vier in elkaar verstrengelde katten, de lezer kan het gemoedelijke spinnen bijna horen.

Wie afgaat op de vele artikelen in Nederlandse kranten en tijdschriften, krijgt het idee dat we ons ook hier opmaken voor een seksuele kentering. ‘In Amsterdam lijkt monogamie onder druk te staan’ schreef Het Parool begin januari over de trend onder met name Randstedelijke hoogopgeleide jongeren. Ook NRC signaleert een groeiend enthousiasme voor non-monogamie.

Het praatprogramma Nadia besteedde vorig jaar mei aandacht aan het onderwerp. Een getatoeëerde millennial genaamd Thomas vertelde daar dat hij vijf liefjes heeft en solo-poly is: ‘Ik woon op mezelf, in mijn polypaleis in Den Haag. Ik heb het daar heel erg fijn met mijn kat, mijn enige vaste poes.’ De blonde Eva, naast hem op het podium, legde uit dat ze een ‘ankerrelatie’ heeft, ‘en verder heb ik twee à drie lovers.’ Haar zoektocht naar de ideale vorm begon als een open relatie, maar inmiddels is ze polyamoreus. Dat is ‘best wel veel werk’. Eva: ‘Op een gegeven moment had ik drie vriendjes, en nog een extra persoon op wie ik verliefd werd, toen kwam ik niet meer uit de logistieke puzzel.’

Hoe groot is de animo voor non-monogamie in de polder? Harde en recente cijfers ontbreken. Zowel internationale studies als Nederlandse onderzoeken gaan ervan uit dat zo’n 5 procent van de populatie polyamoreus is of anderzijds non-monogaam, maar de interesse lijkt te groeien. Vorig jaar bleek uit een peiling van 3Vraagt, onderdeel van het EenVandaag Opiniepanel, dat bijna een kwart van de Nederlandse jongeren denkt dat een open relatie wel bij ze past. Uit een recentere peiling van Hart van Nederland, in samenwerking met tv-programma Half 8, blijkt dat een op de zes mannen een open relatie ambieert, tegen slechts 5 procent van de vrouwen.

Sommige deskundigen trekken de non-monogame trend ook in twijfel. ‘Ik heb het idee dat ‘open relaties als trend’ meer een mediahype is’, zegt seksuoloog Rik van Lunsen in Het Parool.

Ook de Duitse relatieonderzoeker Christian Roesler, eerder betrokken bij een Volkskrant Magazine-onderzoek naar relatietherapie, heeft zijn bedenkingen, vertelt hij aan de telefoon. ‘Ik maak uit mijn onderzoek op dat vooral jonge mensen er graag over praten en filosoferen, maar dat tegelijkertijd monogamie populairder is dan ooit, met dank aan het homohuwelijk, waardoor de monogame norm in brede zin juist is bestendigd.’

Is consensuele non-monogamie een (media)hype, iets waar we graag over theoretiseren, maar wat we zelden doen? De deskundigen uit binnen- en buitenland die het Volkskrant Magazine voor dit stuk sprak, schetsen toch een ander beeld: CNM is wel degelijk in opkomst, al is een echte uitdager voor monogamie nog niet gevonden. Ze schetsen een ontwikkeling die lijkt samen te gaan met de emancipatie van de lhbti-beweging en het maatschappelijke debat over genderidentiteit.

Uit die gesprekken blijkt dat ook dat consensuele non-monogamie een weliswaar overbelichte, maar tegelijkertijd nog steeds onbegrepen trend is.

Waar komt deze interesse in non-monogamie vandaan, en wie heeft het meest baat bij een alternatief voor eeuwige trouw? Zes belangrijke inzichten over polyamorie en open relaties.

Oud-politica, feminist en socioloog Hedy d’Ancona (zie ook Meegegeven op pagina 11) was vorig jaar te gast bij een debatavond over polyamorie in De Balie. Zestig jaar geleden speelde een jonge D’Ancona een voorname rol in de Nederlandse seksuele revolutie, nu luisterde ze met gespitste oren naar een nieuwe generatie die strijdt voor seksuele vrijheid. D’Ancona: ‘Ik vond het allemaal reuze-interessant om te horen hoe deze generatie van alles overlegt met elkaar, over seks en jaloezie. Dat gebeurde in onze tijd niet.’

Wel ziet ze overeenkomsten tussen de strijd die ze als feminist in de jaren zestig voerde en de polyamoristen die nu hun plek opeisen. ‘Ook wij streden tegen de verstikkende normen van het monogame huwelijk. En in de tijd van de vrouwenbeweging waren er ook al vrouwen die non-monogamie ontdekten en dat praktiseerden. Maar er was veel minder informatie beschikbaar. Zelf ben ik nooit polyamoreus geweest, ik ging wel zonder overleg vreemd en hoopte dan dat zo’n verliefdheid overging. Het geheim heeft ook zijn aantrekkelijkheden, alhoewel ik vreemdgaan beslist niet kan aanbevelen.’

Consensuele non-monogamie wordt vaak gelinkt aan de seksuele revolutie van de jaren zestig, maar de fundamenten liggen elders.

Christopher M. Gleasons boek American Poly: a history, dat eind oktober vorig jaar uitkwam bij Oxford University Press, vertelt de wonderlijke ontstaansgeschiedenis van polyamorie in Amerika, onbetwist gidsland voor non-monogamisten. ‘Die geschiedenis begon ver voor de roerige jaren zestig’, zegt Gleason. Zo was er in de 19de eeuw de feminist Victoria Woodhull, de eerste vrouwelijke beurshandelaar van Amerika, en in 1872 de eerste vrouwelijke presidentskandidaat. Woodhull was openlijk voorstander van de vrije liefde en haalde fel uit naar de dubbele moraal waarbij mannen wel vreemd mochten gaan en vrouwen niet. Vlak voor de verkiezingen werd ze gearresteerd en veroordeeld wegens ‘obscene uitspraken’, ze haalde uiteindelijk geen stemmen.

Een andere intrigerende voorstander van de vrije liefde en polyamorie was de joods-Amerikaanse anarchist Emma Goldman, zij leefde openlijk met haar man en nog een stel samen. Goldman werd begin vorige eeuw veroordeeld wegens een poging tot moord op een rijke bankier en later verbannen naar Rusland wegens het promoten van anticonceptie.’

Polyamorie als de georganiseerde leefstijl die we nu kennen, kwam op in de Amerikaanse tegenculturen van de vorige eeuw. Gleason beschrijft in zijn boek twee belangrijke bewegingen. De eerste was de zogenoemde Church of All Worlds (CAW), een Californische neo-heidense beweging, geleid door ene Oberon Zell-Ravenheart, een man die zich gaandeweg steeds meer als Gandalf ging uitdossen. CAW promootte van meet af aan polyamorie, ook al bestond dat woord toen nog niet. De leden mochten liefhebben wie ze maar wilden, zolang alles met wederzijdse instemming en respect gebeurde.

Een andere invloedrijke groep was Kerista, een non-monogame beweging die in het New York van eind jaren vijftig prominente mensen als dichter Allen Ginsberg aantrok. Gleason: ‘Hun leider was een patriottische oorlogsveteraan die zichzelf Brother Jud noemde. De Kerista’s begonnen net als CAW met vrije liefde en drugs, maar uiteindelijk viel de groep door financiële stress en persoonlijke spanningen uit elkaar, en raakte Brother Jud zijn gezin kwijt. In een tweede Kerista-beweging begin jaren zeventig stelde Brother Jud een waslijst aan leefregels op. Zijn volgelingen moesten met iedereen uit de groep een seksuele relatie hebben, elke vorm van romantiek of hechting moest worden vermeden. Jud bedacht een roterend en strikt slaapschema, waarbij Kerista-leden elke nacht naast een ander in bed lagen. Gleason: ‘Sommigen zeggen dat hij dat schema alleen maar had ingevoerd omdat hij verreweg het oudste en minst aantrekkelijke lid was, en bang was anders niet genoeg ‘horizontale tijd’ te krijgen met jongere sekteleden.’

Beide groepen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het vocabulaire dat door millennials en Gen-Z’ers wordt beleden, termen die ook in De integere slet voorkomen. Zo muntte Morning Glory Zell-Ravenheart, de tweede vrouw van Oberon Zell-Ravenheart, de term polyamorie. Het begrip compersion, de blijheid voor de seks en liefde die je partner heeft met een ander, wordt inmiddels ook door wetenschappers gehanteerd, maar kwam tot stand tijdens een nachtelijke Kerista-seance met een ouija-bord (een plank met letters, waarmee wordt getracht geesten op te roepen). Gleason: ‘Beide groepen legden de ideologische fundamenten voor non-monogamie als een gelijkwaardige, sociale levensstijl.’

In de jaren zeventig en tachtig waren het vooral vrouwen die de aandacht vestigden op polyamorie, beschrijft Christopher Gleason. Vrouwen als Ryam Nearing, een kortgeknipte no-nonsense vrouw die zich als throuple met haar twee besnorde echtgenoten aansloot bij de Kerista’s, maar al snel genoeg had van de strikte regels van Broeder Jud en haar eigen polyamoreuze club opzette. Of neem klinisch psycholoog en voorvechter van oneindig veel seksuele vrijheid Deborah Anapol, die het lijfblad van de polyamoristen Loving More bestierde.

De strategie die deze vrouwen kozen om de aandacht van het grote publiek te krijgen was soms wat omslachtig. Zo zijn er verwoede, niet-succesvolle pogingen geweest om Star Trek-afleveringen met polyvriendelijke verhaallijnen te produceren en op de buis te krijgen. In een van die afleveringen stuit het Enterprise-ruimteschip op een kolonie vredelievende polyamoreuze aliens, die hun eigen gender kunnen kiezen.

Nearing en Anapol schoven ook regelmatig aan bij talkshows als The Phil Donahue Show, maar werden vaak uitgejoeld door een vijandig, monogaam publiek. De tijdgeest zat in de jaren tachtig dan ook volledig tegen: Amerikanen hadden een stevige afkeer van de tegenbewegingen uit de jaren zestig en zeventig, en dan was er ook nog een angstaanjagende aidsepidemie, die een schaduw wierp over het ideaal van seksuele vrijheid. Gleason: ‘Pas toen het internet zijn intrede deed, konden Amerikaanse polyamoristen en andere non-monogamisten hun krachten bundelen. Eind jaren negentig en begin 2000 werden belangrijke stappen gezet in homo-acceptatie en de queerbeweging. In het kielzog van die ontwikkelingen kwam consensuele non-monogamie weer om de hoek kijken.’

Ook in Nederland heeft internet een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van de polyamoreuze gemeenschap, ook hier waren ideeën over vrije liefde weggezakt. En ook hier spelen vrouwen een voorname rol in de acceptatie van polyamorie en open relaties, vertelt Joost Horsten, mede-oprichter van stichting Pluk de liefde, een kennisplatform voor consensuele non-monogamie. ‘2010 was een belangrijk jaar, toen schreef Ageeth Venemans het veelgelezen boek Ik hou van twee mannen, over een vrouw met een legenestsyndroom die kiest voor polyamorie. In datzelfde jaar publiceerde therapeut Leonie Linssen haar boek Love unlimited. Daarnaast zette Venemans in dat jaar een polyamoreuze datingsite op, maar sindsdien heeft zij zich teruggetrokken, en leeft ze weer monogaam.’ Peter van de Wijngaart van Stichting Polyamorie: ‘Die boeken hebben vorm gegeven aan de polyamoriegemeenschap in Nederland, die lange tijd bestond uit veertigers en vijftigers. Ik kom uit 1971, maar was lang de jongste bezoeker van borrels.’

Inmiddels zien zowel Horsten als van de Wijngaart steeds meer jongeren op hun bijeenkomsten. Horsten: ‘Jonge mensen lijken meer open te staan voor non-monogamie, dat is een recente ontwikkeling die ik persoonlijk koppel aan het maatschappelijke gesprek over en de zoektocht naar genderidentiteit. Dat roept de vraag op: welke relatievorm past hierbij?’

Begin december vorig jaar plaatste het populaire Instagramaccount @Havermelkelite een historisch plaatje van een man aan een schandpaal, met daaronder de tekst: ‘POV: je woont in Amsterdam en hebt geen open relatie.’ Wie in Amsterdam woont, kan zich soms de laatste der monogamen wanen. Ook in de media wordt het beeld geschetst van een progressieve, hoogopgeleide randstedelijke kluwen millennials en Gen-Z’ers, die zich richten op non-monogamie als strategie om dichter bij zichzelf te komen, of verder van die kleinburgerlijke, kapitalistische samenleving. Peter van de Wijngaart stoort zich aan dat beeld: ‘De bezoekers van onze bijeenkomsten komen echt uit het hele land. Ze hebben alle leeftijden en alle politieke overtuigingen. Sommige mensen zijn polyamoreus vanuit een geëngageerd maatschappijbeeld, maar voor anderen was het eerder een kwestie van opeens verliefd worden op een ander.’

Dat ziet ook Rahil Roodsaz, antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar Nederlandse romantische relaties en hield diepte-interviews met Nederlandse beoefenaars van polyamorie: ‘Ik weet niet of je echt van een gemeenschap kunt spreken: de mensen die ik sprak zijn verspreid over het hele land, en verschillen in leeftijd en achtergrond. Ze zijn ook lang niet allemaal progressief in hun maatschappelijke opvattingen. Ook opvallend: homomannen zijn minder vertegenwoordigd op polyamoreuze borrels en bijeenkomsten.

Haroon Ali, journalist, columnist en auteur van het boek Spectrum: de regenbooggemeenschap in de 21ste eeuw, kan zich daar wel iets bij voorstellen. ‘Ik denk dat homo’s minder vertegenwoordigd zijn omdat ze al een eeuwigheid non-monogamie bedrijven, maar daarbij vaak niet op zoek zijn naar een andere romantische partner, het gaat vooral om seks. Al zijn er ook throuples, die met zijn drieën een romantische relatie hebben.’

Het patroon dat Ali in zijn eigen omgeving ontwaart: gay mannen beginnen monogaam, als de seks een beetje uitdooft gaan ze op zoek naar alternatieven. Ali: ‘Er worden dan wel afspraken gemaakt over seks met anderen, dat heb ik met mijn vriend ook gedaan. Sommigen vertellen elkaar in geuren en kleuren over hun veroveringen, anderen hanteren een don’t ask, don’t tell-situatie, om gevoelens van jaloezie te voorkomen. Geen enkele aanpak is vrij van risico’s. En ik denk dat homo’s nog wel kunnen leren om beter te praten over hun dieper liggende emotionele behoeftes en onzekerheden.’

Voor veel monogamisten lijkt het een onmogelijk scenario: op een dinsdagavond zappend op de bank met een zak Hamka’s, terwijl je partner elders in de stad op het punt staat zich uit te kleden voor een ander. Dan word je toch he-le-maal gek?

Maar non-monogamisten zien gevoelens van jaloezie als een kans op persoonlijke én relationele groei. ‘Laat jaloezie je leraar zijn’, schrijft de eerder genoemde Deborah Anapol in haar zelfhulpboek Love Without Limits (1992). Volgens de klinisch psycholoog kan jaloezie je gidsen naar ‘je eigen duistere kant en het pad naar totale zelfrealisatie’.

Ook Janet Hardy en Dossie Easton wijden een hoofdstuk aan jaloezie. Hardy: ‘Jaloezie is natuurlijk niet leuk, maar wij denken dat mensen te veel macht geven aan deze emotie. Bovendien: jaloezie komt ook voor in monogame relaties. We moeten er allemaal mee aan de slag door erover te praten, en het te onderzoeken. Waar komt je angst vandaan? ’

‘Mensen hebben het idee dat jaloezie allesverslindend is, en dat non-monogame relaties daarom meer gevaar lopen’, zegt de Amerikaanse Rhonda Balzarini, als onderzoeker verbonden aan het Kinsey Institute. ‘Maar uit mijn onderzoek blijkt dat mensen in polyamoreuze relaties zich minder zorgen maken over jaloezie, en vaker gevoelens rapporteren van compersion.’ Jaloezie lijkt daarbij te werken als de angst voor harige spinnen: wie er op een veilige manier aan wordt blootgesteld, leert er ook beter mee omgaan. Balzarini: ‘Mensen in non-monogame relaties ervaren vaak dat hun partner niet bij ze weggaat, en niet minder van ze houdt, terwijl ze ook intiem zijn met een ander.’

Het is volgens Balzarini vaak de onzekerheid over de eigen rol, die maakt dat mensen jaloers worden: zijn ze nog wel belangrijk voor die ander, worden ze niet gedumpt? Balzarini: ‘Mensen in open relaties spreken nogal eens af om hun ervaringen niet te delen: alles speelt zich af buiten het zicht van de ander. Maar dat leidt niet tot minder jaloezie, zo’n situatie roept soms juist meer onzekerheid op.’

Relatietherapeut Hermine Kroon begeleidt sinds 2014 mensen met een open relatie. ‘Bij de stellen die ik begeleid heeft vaak een van de twee partners, of allebei, een gedesorganiseerde hechtingsstijl: ze hebben een grillige vorm liefde gehad van ouders die dan weer nabij, dan weer onbeschikbaar zijn. Ze vinden enerzijds de dynamiek van de open relatie aantrekkelijk en gunnen het hun partner graag. Aan de andere kant hebben ze vaak meer last van angst en jaloezie dan mensen die veiliger zijn gehecht. Het is een worsteling.’

Inmiddels zijn er ook weer handleidingen om te voorkomen dat je hechtingsstijl in de weg staat van non-monogaam plezier. Kroon wijst op het populaire zelfhulpboek Polysecure (2020) van de Amerikaanse therapeut Jessica Fern. En ook in De integere slet staan oefeningen om je jaloezie de baas te blijven: praat met je partner, vraag om geruststelling en zorg goed voor jezelf: maak een lijstje van tien redenen waarom hij, zij of die blij met jou moet zijn. Neem een voetenbad.

Het is een veelgehoorde klacht van polyamoreuze vrouwen in het onderzoek van UvA-antropoloog Rahil Roodsaz: dat hun moeders of vriendinnen vragen of ze niet worden gebruikt. Roodsaz: ‘De omgeving denkt nogal eens dat vrouwen in open en polyamoreuze relaties worden misleid door mannen die seks willen. Ze maken zich zorgen om hun dochters, zussen of vriendinnen, en vragen dingen als: ‘Weet je zeker dat je niet gewoon zijn geheime minnares bent?’

Is de non-monogame relatie een dekmantel voor mannen die met zoveel mogelijk vrouwen seks willen hebben? Roodsaz: ‘Dat is absoluut niet de bedoeling van de mensen binnen de polyamoreuze gemeenschap. Als mensen signalen ontvangen, waarschuwen ze elkaar.’ Evenwel kent de geschiedenis pijnlijke voorbeelden van hitsige mannen die hun kans schoon zagen. In American Poly beschrijft Christopher Gleason hoe in de Kerista-commune soms jonge mannen rondhingen die niets anders deden dan seks hebben met alle vrouwen, om vervolgens de benen te nemen. Daarnaast is er natuurlijk het dubieuze slaapschema van Broeder Jud. Gleason: ‘De geschiedenis van polyamorie heeft twee kanten. Er zijn ontzettend veel vrouwen geweest die zich hebben ingezet voor non-monogamie. Maar er zijn ook mannen geweest die vrouwen hebben misleid. En wat ik nu zie, is dat zogenoemde pick-up artists (een beweging van vaak radicaal-rechtse mannen die zoveel mogelijk seksueel succes nastreven, red.) andere mannen online aanzetten om het idioom van polyamorie te gebruiken, om zo vrouwen met wie ze seks willen hebben om de tuin te leiden.’

Roodsaz: ‘Polyamorie is altijd een onderdeel geweest van een feministisch discours, omdat het indruist tegen onderdrukkende, patriarchale ideeën van bezit en eigendom, waar vooral vrouwen last van hebben.’ Toch waarschuwt Roodsaz voor geniepige genderpatronen die ook in polyamoreuze relaties sluipen.

‘De vrouwen die ik sprak, hadden vaak meer moeite met de eenzaamheid die soms gepaard kan gaan met een polyamoreuze leefstijl. Ze genieten enerzijds van de vrijheid, maar missen de geborgenheid. Mannen hadden daar veel minder last van. En sommige vrouwen waren bang om behoeftig over te komen. Ze gaan meteen bij zichzelf te rade als ze negatieve gevoelens hebben, terwijl er situaties zijn waarin ze niet eerlijk worden behandeld. Ik sprak bijvoorbeeld met een vrouw, wier partner tijdens een vakantie zonder haar een seksuele relatie was aangegaan met een 18-jarig meisje. Ze vond dat heel moeilijk. Ik vind haar angst om ingeruild te worden voor een jonger exemplaar reëel, en haar zorgen over dat jonge meisje ook, toch zag ze de negatieve gevoelens die ze had als jaloezie waar ze zelf aan moest werken.’

Eigenlijk, stelt Roodsaz, staat er voor vrouwen in polyamoreuze en open relaties meer op het spel: in een samenleving waarin vooral vrouwen te maken krijgen met leeftijdsdiscriminatie, is er een grotere zorg om te worden ingeruild voor jongere exemplaren. Roodsaz: ‘Het is voor vrouwen met kinderen daarnaast lastiger om het ouderschap te combineren met een polyamoureuze levensstijl, ze hebben het gevoel dat ze worden veroordeeld door andere moeders.’

Zijn CNM-relaties minder stabiel? Precies naar die vraag deed de Amerikaanse sociaal psycholoog aan de Universiteit van Michigan Terri Conley jarenlang onderzoek. ‘Mijn studies wijzen keer op keer uit dat CNM-relaties óf net zo stabiel en bevredigend zijn als non-monogame relaties, of zelfs beter scoren op tevredenheid over de relatie, zegt ze. ‘Als je daarbij meetelt dat deze relatievormen vaak op discriminatie stuiten, is dat extra opmerkelijk.’

Maar er zijn wel grote verschillen: polyamoristen, en swingers – mensen die gezamenlijk naar seksfeesten gaan, of aan trio’s of kwartetten doen – zijn over het algemeen gelukkiger dan mensen die een open relatie hebben. ‘Bij die stellen is de keuze voor non-monogamie niet altijd vrijwillig of vanuit een diepe overtuiging gemaakt. Deze stellen kiezen vaak voor een open relatie omdat er andere dingen spelen: een verliefdheid op een ander, of een sleur in de relatie.’

Relatietherapeut Hermine Kroon herkent vanuit haar praktijk in De Bilt die zorgen over stellen met open relaties. ‘De stellen die bij mij komen hebben vaak een hobbelige start van hun open relatie: de relatie loopt al een tijd niet lekker, er is te weinig seks, iemand is verliefd op een ander. Ze zien de open relatie dan als een oplossing, maar vervolgens blijkt de praktijk heel ingewikkeld, en zie ik ze niet meer terug.’ Maar als het mensen lukt om hun open relatie vorm te geven, ervaren ze veel meer bevrediging dan toen ze nog monogaam waren, zegt Kroon. ‘Daarvoor moeten ze zich kwetsbaar opstellen en in staat zijn de pijn te verdragen. Ik krijg een optimistisch gevoel als mensen durven toe te geven hoe jaloers ze zijn, als ze echt luisteren naar elkaar. De alarmbel gaat af als mensen zich verstoppen, of proberen te verbergen dat ze hun nieuwe liefde veel lekkerder en liever vinden.’

Een vermoedelijke reden waarom consensuele non-monogamie zoveel wordt besproken, is omdat ze de belofte in zich draagt van vrijheid.

Consensuele non-monogamie kan je de mogelijkheid bieden van een spannende Feeld-date op een doodgewone donderdagavond, waarna je in bed kruipt bij de moeder of vader van je kinderen, die ook nog eens een liefkozende aai over je bol geeft. CNM kan ook betekenen dat je met één partner naar een lezing over de Russische cineast Andrej Tarkovski gaat, en met de ander naar Almere-Fortuna.

Maar de keuzevrijheid en weldaad aan romantische aandacht die non-monogamie biedt, komt met een prijs. Want wie werkelijk ‘consensueel’ wil zijn, moet veel communiceren, en minstens zo goed kunnen plannen. Janet Hardy: ‘Als je een integere slet wilt zijn, moet je altijd je agenda bij je hebben. Want je wilt voor verschillende mensen tegelijk zorgen, dus moet je goed op de hoogte zijn van wat er speelt in ieders leven. En ook je eigen agenda moet je goed in de gaten houden, je kunt echt opgebrand raken als je te veel energie in relaties steekt. Mijn leven is nu in rustiger vaarwater gekomen, ik word 69, ik ga veel minder uit en heb gewoon een lager libido, maar lange tijd was ik een wandelende kalender.’

Antropoloog Rahil Roodsaz: ‘Als het werkt, is polyamorie een mooie balans: enerzijds laat je risico’s toe, en anderzijds hebben polyamoristen een raamwerk van commitment.’ CNM betekent ook dat je gevoelens niet voor je kunt houden: jaloezie, verliefdheden, seksuele verlangens: ze moeten allemaal besproken worden, om het onderlinge vertrouwen goed te houden. En dat vergt ongelooflijk veel inspanning. De publicatie van antropoloog Rahil Roodsaz heeft niet voor niets als titel: The hard work of polyamory Roodsaz: ‘Het is heel hard werken om polyamoreus of ‘open’ te zijn, niet alleen omdat je veel moet overleggen, maar ook omdat je goed op je eigen gevoelens moet reflecteren.’

Voor wie op zoek is naar oneindig veel seksuele vrijheid en minimale verantwoordelijkheid is CNM niet de heilige graal. Die ligt nog steeds in handen van Don Draper, de hoofdpersoon uit Mad Men, die een trits aan stomende affaires kon aangaan om ’s avonds thuis te komen bij zijn altijd even aantrekkelijke Betty, die in strakke kokerrok een heerlijk geurende ovenschotel op tafel zet.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next