Home

Laat PVV, VVD en BBB het maar eens samen proberen, zonder geforceerde zoektocht naar een vierde partner

De conclusie dringt zich op: de Nederlandse formatietraditie werkt niet meer. Het automatische streven naar meerderheden is een te grote hindernis geworden.

Niet alles was vroeger beter, maar kabinetsformaties wel. Die van 1948, bijvoorbeeld, stond destijds te boek als tamelijk hobbelig. De PvdA weigerde in een kabinet met KVP, VVD en CHU te stappen. Er moest een tweede formateur aan te pas komen. Pas toen die PvdA-voorman Willem Drees het premierschap aanbood, hapten de sociaaldemocraten toe. Het kabinet Drees-Van Schaik stond op 7 augustus 1948 op het bordes. Dat was precies een maand na de verkiezingen.

De politieke omstandigheden zijn uiteraard veranderd en zo’n flitsformatie is ook helemaal niet nodig – er mag best even onderhandeld worden – maar inmiddels kunnen we concluderen dat we in het andere uiterste zijn beland: de Nederlandse formatietraditie werkt niet meer.

Op de recordformatie van 2017 (225 dagen), volgde die van 2021 (299 dagen) en nu zijn we alweer 81 dagen onderweg zonder einde in zicht. Als we niet uitkijken hebben we vaker demissionaire dan echte kabinetten aan het roer. Dat heeft hoe dan ook gevolgen voor de bestuurskracht van een land.

De vorige Tweede Kamer zag dat al aankomen en voerde vlak voor de verkiezingen nog wat wijzigingen door in het proces. De belangrijkste was dat de informateur voortaan op geregelde basis verslag moet uitbrengen. Dat leek een goed idee in het kader van de transparantie, maar nu de eerste deadline nadert is het proces weer terug bij af.

Een harde deadline dan maar, met automatisch verkiezingen als er niet binnen enkele maanden een kabinet is? Eén blik op Israël, waar die deadline tussen 2019 en 2022 leidde tot vijf verkiezingen, leert dat het geen garantie is voor meer politieke stabiliteit.

Een andere oplossing ligt meer voor de hand: stop met het streven naar meerderheidskabinetten. Het is mooi als het kan, het geeft wat meer zekerheid, maar het is in de versplinterde Tweede Kamer een te grote hindernis geworden. In 2021 verspilden VVD, CDA en D66 maanden met ruziën over welke partij hun een meerderheid mocht bezorgen, de ChristenUnie of GroenLinks-PvdA. Zouden ze echt minder effectief zijn geweest als ze met z’n drieën gewoon voor elk wetsvoorstel op zoek waren gegaan naar voldoende draagvlak?

Die vraag is nu weer actueel. Aangezien Omtzigt niet wil meeregeren en alle betrokkenen – inclusief Frans Timmermans en Rob Jetten – het erover eens zijn dat een groot middenkabinet ongewenst is, ligt het voor de hand dat PVV, VVD en BBB het maar eens samen gaan proberen, zonder geforceerde zoektocht naar een vierde regerings- of gedoogpartner.

De drie zeggen zelf dat ze veel raakvlakken zien. VVD en BBB beloven net zo pal te staan voor de rechtsstaat als Omtzigt dat deed. En voor wie dat niet gelooft, is er de geruststelling dat zo’n kabinet voor elk wezenlijk wetsvoorstel de steun zal moeten vinden in het politieke midden in beide Kamers, aangevoerd door NSC, GroenLinks-PvdA en D66.

Blijft over de vraag of Wilders erin slaagt voldoende gekwalificeerde mensen te vinden voor zijn ploeg. Maar als dat niet lukt, kan hij niemand anders dan zichzelf de schuld geven en zijn de kiezers toch ook weer wat wijzer geworden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next