De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: hoe indrukwekkend een bijeenkomst lijkt is vaak een kwestie van perspectief.
Dat ziet er vervaarlijk uit, de kogelriem, een sieraad van munitie, die van het geweer op de schouder van de Houthi-strijder langs zijn lichaam reikt tot aan de knieën. De riem om zijn middel drukt een grote traditionele dolk op zijn buik. Ja, de strijder van het volksleger in de Jemenitische hoofdstad Sanaa is tot de tanden bewapend. Op de achtergrond zijn nog meer vechters te zien, ook met geweren, maar zonder bloeddorstige dolk. Logisch dus dat deze fotogenieke Houthi de aandacht naar zich toe heeft getrokken.
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over fotografie en de manier waarop nieuwsfoto’s ons wereldbeeld bepalen.
Er vallen wel een paar dingen op, als de eerste schrik is geweken van het wapengekletter bij de mobilisatiecampagne van woensdag. Die hoort bij het offensief van de door Iran gesteunde Houthi’s tegen Israël en zijn ‘handlangers’. De fotograaf Khaled Abdullah, werkzaam voor het internationale persbureau Reuters, is door de knieën gegaan toen hij afdrukte. Dat lage standpunt doet iets met de gestalte van de strijder, die daardoor groter lijkt en meer imponeert dan het geval zou zijn als de camera zich op ooghoogte had bevonden.
Door dat lage perspectief ontneemt de fotograaf ons het overzicht van de groep mannen. De setting lijkt, door hun beeldvullende aanwezigheid, die van een massabijeenkomst. Maar dat is vooral suggestie: er bestaat van deze bijeenkomst geen foto met distantie waarop de ware omvang voor de kijker zou zijn vast te stellen. Alle foto’s die Abdullah hier woensdag maakte, geven dezelfde visueel beperkte werkelijkheid weer. Dat wekt het vermoeden dat de mobilisatiecampagne de omvang had van pakweg een schoolklas: geenszins een aanduiding van massaal enthousiasme onder de Jemenieten voor de gewapende strijd.
Het zijn allemaal mannen op leeftijd die hier, losjes, in de houding staan. Getaande huid, sommigen met een buikje dat op een weldoorvoed leven duidt, sandalen en slippers aan de voeten. Zijn dit de manschappen die de wereld schrik moeten aanjagen, olietankers en containerschepen de Rode Zee doen mijden en dwingen om Afrika heen te varen? Die op hun beurt gebombardeerd worden door de Amerikanen en Britten, met Nederlandse assistentie? Nee, hun aanblik zal de wereld niet doen sidderen. Ik vermoed dat de campagnebijeenkomst en de foto’s die daarvan zijn gemaakt vooral zijn bedoeld voor de Houthi’s zélf: een aanmoediging voor de burgers om het moreel hoog te houden. En een bewijs dat de strijd door de samenleving volop wordt gesteund.
Fotograaf Abdullah heeft er een handje van de machthebbers in Sanaa te behagen. Veel meer foto’s die hij de afgelopen weken maakte van demonstraties en parades – zijn belangrijkste onderwerpen – hebben het kikvorsperspectief dat reuzen schept, en het benauwde kader dat het zicht op het grotere (vermoedelijk beperkte) geheel ontneemt. Ze lijken daardoor op een massascène in een speelfilm met een te beperkt budget voor figuranten.
Alleen als een samenscholing getalsmatig écht imposant is, lijkt Abdullah een hoog standpunt te gebruiken om die voluit in beeld te brengen. Zoals van een bijeenkomst dinsdag van politiemannen en kadetten in een stampvolle moskee waar Houthi-leider Abdul-Malik al- Houthi een redevoering hield. Of van een grote, tegen de Verenigde Staten gerichte demonstratie in Sanaa op 19 januari.
Dat Abdullah vanuit het territorium van de Houthi-rebellen eenzijdig bericht, is zeker in tijden van oorlog niet onbegrijpelijk. Maar het zou kunnen dat aan de journalistieke onafhankelijkheid die Reuters nastreeft enigszins wordt getornd door de sympathie die Abdullah misschien voelt voor zijn landgenoten. In hoeverre hij, onder de knoet van de rebellen, vrij is om een breder perspectief te tonen, weten we niet. Maar wat ook kan: dat, in de concurrentiestrijd die de fotojournalistiek óók is, zijn streven naar spannende beelden de overhand heeft gekregen. Hij zou de eerste journalist niet zijn die dat overkomt.
Source: Volkskrant