Een kleine week geleden, het kan geen nieuwsliefhebber zijn ontgaan, kwam de Commissie-Van Rijn met een langverwacht rapport over grensoverschrijdend gedrag bij de publieke omroep. Speelse titel: Niets gezien, niets gehoord en niets gedaan. Minder speelse ondertitel: De zoekgemaakte verantwoordelijkheid.
Wat mij betreft mocht de vlag onmiddellijk uit. Nee, natuurlijk niet vanwege de onderzoeksuitkomsten die de commissie openbaar maakte. Dat, om maar wat te noemen, driekwart van de 1.484 respondenten zegt het afgelopen jaar ‘doelwit of getuige te zijn geweest van pestgedrag, intimiderend gedrag, seksisme en/of racisme’ op de werkvloer stemt allerminst tot vrolijkheid. Maar van een afstandje bezien, biedt het rapport genoeg aanleiding tot gepaste vreugde.
Altijd leerzaam: kijken naar de semantische werdegang van een term. Voor zover ik kan nagaan kende het woord ‘grensoverschrijdend’ lange tijd alleen een neutrale, letterlijke betekenis. Goederenvervoer kon grensoverschrijdend zijn, bedrijven als zodanig opereren. Pas in de jaren negentig dook grensoverschrijdend in de krantenarchieven op in combinatie met gedrag en kreeg het een negatieve lading.
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Uiteraard betekende dit niet dat grensoverschrijdend gedrag een splinternieuw verschijnsel was. Sinds mensenheugenis achtten sommige mannen het nodig om sommige vrouwen op gezette tijden een tikje op de bilpartij te geven – of (veel) erger. Ook wemelde het van oudsher van chefs die schreeuwden, programmamakers die uit hun slof schoten of artsen die verpleegkundigen afblaften. Niemand die ervan opkeek.
Maar dat niemand ervan opkeek, wijdverbreid misverstand, wilde allerminst zeggen dat het écht normaal was. Uit eigen ervaring: docenten die leerlingen intimideerden, hoogleraren die studenten het bed in praatten, hoofdredacteuren die worstelden met hun lusthuishouding – het gebeurde zelden of nooit in alle openheid. Iedereen wist best dat zulk gedrag niet deugde. Alleen kwam het niet in je op om er wat tegen te ondernemen – zelfs niet als je (zoals ik) bij een links en gedemocratiseerd bedrijf werkte. Grensoverschrijdend gedrag beschouwde je als een natuurverschijnsel: heel ergerlijk, niks aan te doen. Dus kon een despoot ongehinderd zijn despotische gang gaan, een seksist een seksist zijn, een zak een zak.
Sinds een jaartje of vijf à zeven, schat ik zo, is dat met dank aan #MeToo spectaculair aan het verschuiven. Je mag tegenwoordig van alles zijn, maar een eikel? Nou nee. Knappe jongen die nu nog met grensoverschrijdend gedrag wegkomt. Hoe je het wendt of keert, dat is nimmer eerder vertoond. Mij lijkt dat vooruitgang – vanzelfsprekend niet voor de eikel in kwestie, wel voor zijn omgeving.
Maar zo zonnig mag ik er geloof ik niet tegenaan kijken – althans, niet als ik afga op de opiniestukken die de afgelopen dagen hun licht over het thema lieten schijnen.
Neem het betoog van zelfverklaard mannenemancipator Jens van Tricht, dat dinsdag te lezen was. Volgens hem laat een rapport als dat van de Commissie-Van Rijn bovenal zien ‘hoe groot en structureel het probleem is van vooral mannelijk geweld in de samenleving’. ‘Laten we nu niet doen alsof het allemaal incidenten zijn, weg te poetsen vlekjes in een verder gaaf land, maar erkennen dat hier sprake is van een structureel, institutioneel en cultureel probleem dat over de hele wereld speelt en dus ook in Nederland.’ In Van Trichts ogen zijn ‘seksisme, machtsongelijkheid en seksualisering’ dominant aanwezig in onze cultuur.
Zou het heus?
Eerlijk gezegd word ik altijd wat lacherig van de term ‘structureel’, waar vooral progressieve denkers zo graag mee schermen. Klinkt doorgaans heel gewichtig. Maar als je vraagt wáár die structuren zich dan bevinden in organisaties die onder vuur liggen, dan krijg je meestal gemompel ten antwoord. Dus blijft onduidelijk wat er precies moet gebeuren ten einde ze af te breken. Los daarvan, hoezo zijn ‘seksisme, machtsongelijkheid en seksualisering’ dominant aanwezig in onze cultuur? Als zo’n rapport als dat van Van Rijn iets aantoont, dan juist dat onze tolerantie ervoor razendsnel afkalft.
Nee, dat betekent niet dat we het paradijs der onberispelijke omgangsvormen binnenkort zullen betreden – als dat al ooit gebeurt. Maar doen alsof we ons nog stééds als holbewoners gedragen is dan toch een tikje grotesk.
Source: Volkskrant