‘Het begint altijd bij beelden. De woorden komen daaruit voort. Mijn liefde voor taal en voor beelden is even groot, maar dat deze volgorde voor mij het beste werkt, wist ik lang niet.
‘Het schrijverschap was mijn grote droom. Maar ik ben volledig stukgelopen op het schrijven van mijn eerste roman, die in 2016 verscheen. Zozeer dat ik in een depressie belandde. Ik probeerde aan een beeld te voldoen waarvan ik dacht dat het nodig was om in de Nederlandse literatuur mee te spelen. Wat ik maakte, kwam niet echt uit mij.
Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
‘Daarna kon ik twee jaar lang bijna niets. Tot ik langzaam weer begon met tekenen en schilderen. Wandelen en beelden maken. Ik begon hout- en linosneden te maken van wat ik in mijn directe omgeving zag. Ik woon na veel omzwervingen alweer een tijd in Limburg, aan de rand van Roermond. Er zijn hier akkers en bossen. Ik begon vogels te maken, ik houd erg van vogels. Daar is uiteindelijk mijn eerste prentenboek uit voortgekomen, Het lied van de spreeuw.’
‘Het lied van de spreeuw verscheen in 2021. Het is het werk waarin ik eindelijk mijn vorm heb gevonden. Dat boek heeft me zo veel gegeven. Het maken ervan, maar ook wat het vervolgens bij mensen opriep. Het reist nu de wereld over. Dan hoor ik ineens hoe het in Japan wordt ontvangen, of in Canada. Dat is prachtig, maar ook abstract, want ik zit hier gewoon elke dag in mijn atelier.
‘Nu kies ik voor Dit gaat nooit voorbij, mijn nieuwe boek. Ik bevind me in de overgangsfase van het maak- naar het publieke proces. Ik ben net uit mijn cocon gekropen en sta nu aan de rand van het zwembad. Dat is spannend, want ik weet nog niet of het water warm of koud gaat zijn.’
‘Het lied van de spreeuw is een boek op het grensvlak. Dat Dit gaat nooit voorbij een boek voor volwassenen is geworden, was geen bewuste keuze. Het onderwerp is in zekere zin hetzelfde: mijn zoektocht naar troost en schoonheid. Net zoals bij Het lied ben ik begonnen met de prenten, de tekst kwam later en dit was wat er kwam. Dit is voor volwassenen, zei de uitgever. Nou, dan is dat zo, zei ik.’
‘Troost, absoluut. Ik heb me lang vastgeklampt aan hoop, aan de gedachte dat alles ergens goed voor is, dat dingen weer goedkomen. Maar ziekte, dood en de grimmigheid van het leven hebben geen enkel doel. En het kan ook níét goedkomen. Dan is hoop ontoereikend.
‘Die gedachte zorgde in eerste instantie voor ontreddering. Tot ik me realiseerde dat er dingen zijn die blijven staan als alles omvalt. Ik ben graag in de natuur, wandel veel. In mijn donkerste perioden kwam er af en toe iets van schoonheid en troost op mijn pad: een waas van groen boven de akkers, het drasland waar de sneeuwklokjes uit tevoorschijn komen, kamille en klaprozen, bomen en vogels.
‘Troost is een vorm van overgave. Troost is wat overblijft als al het andere is vervlogen. De schoonheid van de natuur is mijn troost. Daar vind ik lichtpuntjes waardoor ik zwaarte kan dragen. Het besef dat de maanden verstrijken, dat de natuur de seizoenen doorloopt ongeacht wat ik doe, geeft me een prettig gevoel van nederigheid en vrijheid.
‘Er zijn natuurlijk mensen die in zoveel narigheid zitten dat troost geen ruimte biedt, het leven kan je dingen toewerpen die je volledig uit het veld slaan. Die fase ken ik ook, dat je het licht echt even niet kunt zien, dat overleven de enige optie is.’
‘Ik ben graag buiten, in de natuur, maar ik hou ook ontzettend van thuis zijn. Mijn grootste vrijheid ervaar ik als ik aan het werk ben, hier in mijn atelier. Buiten mijn vertrouwde omgeving en mijn kleine kring van fijne mensen voel ik me al snel raar en heb ik last van angsten. Ik houd niet van dingen die veel andere mensen juist fijn vinden. Ik ga niet graag weg, houd niet van vakantie.
‘Ik gedij bij voorspelbaarheid en een bepaalde regelmaat. Misschien heb ik daarom ook wel de maanden van het jaar als vorm voor het boek gekozen. Het vaste ritme waarmee de tijd verstrijkt. Al is tijd natuurlijk een menselijk concept, dieren kennen het niet, die zijn altijd ‘in het moment’. Ik ben dat alleen als ik aan het werk ben. Dan verdwijn ik in een tijdloze capsule waarin alles vanzelf gaat.
‘In het dagelijks leven zit mijn innerlijke criticus me in de weg en een onophoudelijke stroom van twijfels, onzekerheden. Als ik werk, weet ik precies wat ik moet opschrijven, maken, tekenen of gutsen. Dan is er geen enkele twijfel of vraag meer. Dan voelt mijn hoofd als een kamer zonder muren waarin ik vrij kan bewegen. Dan denk ik niet meer, maar weet ik.’
‘Winter! De zomer vind ik verschrikkelijk. Sommige mensen krijgen in de winter een dip, ik heb dat in de zomer. Ik kan niet tegen hitte en de zomer maakt lawaai, iedereen is tot ’s avonds buiten aan het schreeuwen. Ik weet dat ik een buitenbeentje ben, maar in de zomer voel ik me nadrukkelijk raar. Iedereen vraagt: en ga je nog op vakantie? Nee, want ik houd helemaal niet van vakantie, maar dat vinden mensen gek. Ik ben heel blij als het weer september is.’
‘Ik kan niet kiezen omdat ze zo verbonden zijn. Ik hou van het contrast tussen licht en donker, dag en nacht, zwart en wit – daarom maak ik linosneden. Hoe scherper de lijnen, hoe beter. Nog elke keer als ik een afdruk maak, ben ik betoverd door de contrasten. Het is ook waar Dit gaat nooit voorbij over gaat. Donker en licht bestaan bij gratie van elkaar.’
‘Een paar jaar geleden had ik anders geantwoord, toen was de angst in me geweven. Als een metgezel die ik niet kon afschudden. Het is een lange weg geweest, maar ik heb mezelf leren kennen. Zolang ik mijn werk kan doen, kan ik mijn binnenwereld gezond houden. Natuurlijk kan ik bang zijn dat ik weer in een depressie raak. Maar ik voel meer rust, vertrouwen.
‘De wereld is vol akelige en onvoorspelbare dingen, zoals ongelukken, rampen, oorlogen en verlies. Maar wat ik in Dit gaat nooit voorbij probeer te tonen, is dat er desondanks een vorm van geluk in het universum besloten ligt. Het geluk dat ik kan voelen als ik een vogel zie, is een vorm van geluk die voorbijgaat aan de individuele sensatie. In elke nieuwe generatie zullen er weer mensen bestaan die geluk ervaren als ze een vogel zien.’
‘Een tikkend korenveld is werkelijk prachtig. Het is een subtiel geluid van korenaren die loskomen als ze helemaal rijp en droog zijn. Je moet het weten, anders hoor je het niet. Alsof de aren je roepen. Toch kies ik voor zingend ijs, als schaatsfan word ik daar zielsgelukkig van.’
‘De spreeuw is prachtig, hij lijkt zwart, maar als je goed kijkt ligt er een olielaagje over dat verenkleed. De ekster zit ook fantastisch in zijn veren en hij kan je zo brutaal aankijken. Maar kiezen tussen vogels? Dat kan niet. Ik wil geen vogel voor het hoofd stoten. Ze zijn allemaal fantastisch. Niet dat ik een vogelfreak ben, ik heb geen verrekijker om ze te bekijken, en ik vind een mus net zo bijzonder als een zeldzame vogel.’
‘Mijn man, onze hond en ik wandelen vaak op plekken waar we nog nooit zijn geweest, maar ik kies toch voor het routinerondje. Er zit iets moois in het kennen van een bepaald gebied. Je leert op sporen letten, weet precies waar de dieren zitten. We hebben een vast buizerdpaar met een nest aan de bosrand, we weten in welk stukje van de beek de bevers zitten en waar we moeten letten op herten of wilde zwijnen.’
‘Zaaien. Want het liefst ben ik aan het werk in mijn atelier. Al is oogsten ook mooi. Ik hou veel van mijn publiek dat me trouw volgt, sommigen al sinds ik in 2005 begon met een weblog. En daarna op Twitter, mijn website en Instagram. Ik weet dat er veel narigheid rondgaat op sociale media, maar dat gaat volledig aan mij voorbij. Ik bevind me in een soort hoekje van schoonheid, troost en creativiteit. Een warm bad, ik kan niet anders zeggen.’
1977: geboren in Sint Odiliënberg
1995: studies rechten en Nederlandse taal- en letterkunde in Nijmegen
2000 – heden: beeldend kunstenaar en schrijft verhalen
2016: Voorland (roman)
2020: Slot (roman)
2021: Het lied van de spreeuw
2022: Zilveren penseel en shortlist Jan Wolkersprijs voor Het lied van de spreeuw
2023 – heden: Het lied van de spreeuw is vertaald in 15 talen en wint prijzen in Engeland en Duitsland
2024: Dit gaat nooit voorbij
Octavie Wolters heeft een man, twee dochters en een hond. Ze woont in Roermond.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden