Home

Angst is een oergevoel dat je nooit moet onderschatten. Progressieve politici, doe er eens wat mee

Als we iets hebben geleerd van de afgelopen twee maanden, is het wel dat je columnisten van landelijke dagbladen vooral niet te serieus moet nemen. Vlak na de verkiezingen schreef Ronald Plasterk in zijn Telegraaf-column dat de formatie een makkie zou worden – hopsakee, zo gepiept. Twee maanden later zijn we geen snars verder, behalve dat we nu echt zeker weten dat de formateur lijdt aan een vrij dwingende vorm van ijdelheid.

En o ja, we weten ook dat Pieter Omtzigt blijkbaar geen probleem heeft met een PVV-Kamerlid dat schaamteloos oreert over ‘de voortdurende provocatie van de Nederlandse regering aan de Russische Federatie’, maar dat hij de ietwat tegenvallende rijksfinanciën wel een reden vindt om de formatieonderhandelingen te stoppen.

Woestmakend wat daar allemaal in Den Haag gebeurt, hoorde ik gisteren iemand zeggen, waarna mijn wenkbrauw een klein stukje omhoog schoot. Sinds kort woon ik namelijk zelf in Den Haag en precies vanwege dit soort opmerkingen was ik de eerste paar maanden behoorlijk op mijn hoede.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Altijd waren zinnen met ‘Den Haag’ erin een opmaat tot woede. ‘Ze maken er een rotzooi van in Den Haag’, hoorde ik vroeger bijvoorbeeld iemand op tv zeggen, waarna de meeste volwassenen instemmend begonnen te knikken.

Wat ook vaak gebeurde: snoevende arbeiders die tijdens demonstraties op het achtuurjournaal riepen: ‘Het is allemaal de schuld van Den Haag.’ Wij dag na dag doorhengsten in onze fabrieken terwijl die verwende labbekakken in Den Haag vooral lummelen.

‘Den Haag moet oppassen’, zeiden ze vervolgens, waarna ik als klein kereltje angstig dacht: dat Den Haag, dat kan niet veel soeps wezen. Daar moet ik uit wegblijven.

Angst, zo leerde ik toen al, is een krachtige emotie. Je voelt dat er iets niet in de haak is, maar je weet niet precies uit welke hoek het gevaar komt, dus ook niet hoe je het op moet lossen. Woede is wat dat betreft veel overzichtelijker. Boze mensen weten vaak exact wat er misgaat, wie daar schuldig aan is en dus hoe ze de situatie moeten aanpakken.

Niet voor niets hebben mensen die angst om weten te zetten in handzame emoties als woede dikwijls succes. Hoe bozer de boer op de stoep van het Europees Parlement, hoe losser de regels voor pesticidengebruik uiteindelijk worden. En hoe vaker Geert Wilders alles en iedereen uitscheldt voor stoethaspel, hoe meer zetels hij wint.

Progressieve politici daarentegen zijn beduidend slechter met angst. Veel te vaak doen zij alsof angst een soort retorisch bedrog van rechts is, een populistisch trucje zonder wortels in de realiteit. Maar dat is niet zo. Angst is een oergevoel dat je nooit moet onderschatten. Kijk alleen al naar de paniek waarmee jonge ouders ’s nachts naar de kinderkamer kunnen lopen om te controleren of hun baby nog ademt.

Of kijk naar migratie: dat bestaat al duizenden jaren, waardoor we heel goed weten dat het zowel een bedreiging als een belofte met zich meebrengt. Door je enkel op die belofte te richten en de dreiging te bagatelliseren, onderschat je de soms terechte angst voor verandering en geef je het onderwerp uit handen.

Wat er de komende maanden gaat gebeuren? Geen idee. Maar mijn advies aan dat deel van ‘Den Haag’ dat al twee maanden braaf aan de zijlijn staat terwijl ze verderop gesprekken voeren over het nut van de Grondwet: dat gevoel dat u al een tijdje voelt, dat heet angst. Doe er eens wat mee.

Source: Volkskrant

Previous

Next