Het is een publiek geheim in Italië dat de taxibranche op grote schaal belasting ontduikt. Een taxichauffeur uit Bologna kaart het probleem aan door zijn inkomsten te openbaren op sociale media. De bedreigingen neemt hij voor lief. ‘Wij hebben mooi werk en we verdienen goed.’
Roberto Mantovani (54) oogt op het eerste gezicht als een taxichauffeur zoals duizenden andere in Italië: kaal hoofd, spijkerbroek en een witte Volkswagen, waarmee hij vier à vijf nachten per week de straten van zijn geliefde thuisstad Bologna doorkruist. Toch is hij een eenling in het Italiaanse taxiwezen, door veel collega’s diep gehaat. Vorig jaar stak iemand zelfs de banden van zijn taxi lek. De reden? Een paar dagen eerder, op 1 mei 2023, begon Mantovani zijn dagelijkse omzet op sociale media te publiceren, vanaf zijn keukentafel in het centrum van Bologna.
Hij meldt niet alleen hoeveel geld hij per dienst opstrijkt, maar ook hoeveel daarvan contant wordt betaald en hoeveel via pin. Zijn transparantieactie is tegen het zere been van zijn collega’s, omdat hij daarmee de schijnwerper zet op de gigantische schaal waarop Italiaanse taxichauffeurs belasting ontduiken. Gemiddeld gaven ze de afgelopen jaren zo’n 15.000 euro aan inkomsten op bij de belastingdienst, een schamele en niet erg realistische 1.250 euro per maand.
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Hoe dat werkt, legde een bijna gepensioneerde taxichauffeur onlangs uit in een heimelijk gefilmd item op de Italiaanse tv. Een undercoverjournalist deed zich voor als koper, geïnteresseerd in het overnemen van de taxilicentie. De ervaren rot legde aan hem uit wat gebruikelijk is: zodra je in een maand 800 à 1.000 euro aan elektronische betalingen hebt ontvangen, zeg je tegen klanten – vooral buitenlanders – dat de batterij van de pinautomaat leeg is. De rest laat je contant en zwart in de zak verdwijnen.
Gewoonlijk krijgt een taxichauffeur eens in de vijftien jaar controle, legt Mantovani uit. ‘Dan betaal je een boete van 10.000 euro, maar dat is voordeliger dan al die jaren belasting afdragen.’ Het is staande praktijk in vrijwel heel Italië, stelt Mantovani, die collega’s aan elkaar uitleggen en doorgeven zoals in het verborgencamerafragment. De grootste taxi-coöperatie van Bologna, Cotabo, waarbij ook Mantovani is aangesloten, reageerde niet op vragen van de Volkskrant over belastingontwijking en de voorkeur voor contante betaling onder hun leden.
De massale belastingontduiking door taxichauffeurs was nooit echt een geheim, maar de actie van Mantovani maakt pijnlijk zichtbaar hoeveel geld de fiscus misloopt. Per dienst zette hij gemiddeld zo’n 410 euro om. Zijn bruto-omzet over vorig jaar was 82.926 euro, in 202 gewerkte dagen. Daar moeten nog veel kosten (brandstof, onderhoud, bijdrage aan de centrale, taxilicentie) van af, haast Mantovani zich te benadrukken, net als de uiteindelijke belastingen natuurlijk. ‘Maar dan nog: wij hebben mooi werk en we verdienen goed.’
Precies die boodschap mag hij van zijn collega’s niet uitdragen. De lobby van de taxichauffeurs is in Italië sterk. Zij dragen consequent de boodschap uit dat taxichauffeurs keihard werken voor weinig geld, ziet Mantovani. ‘Taxichauffeurs klagen continu. Ze doen alsof ze arm zijn en niets verdienen, om te voorkomen dat de politiek hen aanpakt.’
Naast de ontduiking speelt er in de Italiaanse taxisector nog een probleem: schaarste aan taxi’s, vooral in Rome en Milaan. Italië werkt met een licentiesysteem, dus bij een tekort zouden gemeenten in theorie meer licenties kunnen uitgeven. In de praktijk is dat een traag, bureaucratisch proces, dat in de sector bovendien op enorme weerstand stuit: het leidt immers tot meer concurrentie, dus minder gegarandeerde klandizie. Elke keer dat een stad meer licenties wil uitgeven, roepen de taxivakbonden stakingen uit. Vorige week werd in Rome de eerste 24-uursstaking van dit jaar gehouden.
In de praktijk is de gangbare manier om taxichauffeur te worden dus het overkopen van een licentie, zoals ook Mantovani in 2016 heeft gedaan. Hij besloot de opbrengst van de verkoop van het huis van zijn overleden ouders te investeren in een taxilicentie, die hij voor 240.000 euro kocht van een collega die met pensioen ging. De dure licenties vormen een begrijpelijke reden waarom taxichauffeurs zich verzetten tegen het verstrekken van meer licenties: uit angst voor waardedaling.
Het is een enorme investering, beaamt Mantovani, maar wel een die zich voor hem goed uitbetaalt. Als hij straks aan zijn dienst begint, weet hij zeker dat er via de centrale van zijn taxicoöperatie al dertig ritverzoeken voor hem klaarstaan. ‘Klandizie is nooit een probleem. Integendeel, het is moeilijk om aan het eind van een dienst te stoppen met werken.’
Behalve het leksteken van zijn banden kreeg Mantovani massa’s digitale beledigingen, bedreigingen en zelfs een envelop met uitwerpselen aan huis. Zijn volwassen kinderen maken zich weleens zorgen om zijn veiligheid. De steunbetuigingen die hij van collega’s in het land kreeg, zijn op één hand te tellen en werden nooit in het openbaar geuit.
Maar, zegt de taxichauffeur, zo kwaad als zijn collega’s zijn, zo positief en dankbaar reageert de buitenwereld omdat hij de misstanden aankaart. ‘Een voorbeeld-Italiaan’, noemde een politicus van de centrum-linkse Partito Democratico hem in een bijdrage in het parlement. Een bedankje van de belastingdienst of de Guardia di Finanza kreeg hij nog niet voor zijn actie, lacht Mantovani.
En tja, geeft de taxichauffeur ruiterlijk toe, als hij ziet hoeveel belasting hij moet betalen, vraagt ook hij zich weleens af waarom hij ook alweer begonnen is aan zijn ‘kamikazeactie’, zoals hij het noemt. ‘Maar dit is het juiste om te doen, dat voelt goed.’ Dan werpt hij een blik op zijn horloge. Vrijdagmiddag, half 5. Het is weer tijd om in zijn witte auto te stappen. Hij houdt van de nacht en vooral die van vrijdag. ‘Dan gaan mensen met hun vrienden uit. De gesprekken van vijf, zes vrouwen aan het eind van de avond...’ Hij glimlacht breed. Laat het zijn collega’s niet horen, maar Mantovani is, ondanks alles, nog steeds een gelukkige taxichauffeur.
Source: Volkskrant