Het is nogal een opmerkelijk inzicht dat verschillende Amerikaanse media afgelopen week meldden. Het opgehapte gruis van de verre planetoïde Bennu, in september vorig jaar afgeleverd door Nasa-missie Osiris-Rex, onthult dat het daar vroeger zó tjokvol water zat dat de betrokken onderzoekers zelfs het o-woord – oceaan – in de mond durven nemen.
‘Planetoïde Bennu is wellicht een fragment van een oude oceaanwereld’, zei Dante Lauretta, de hoofdonderzoeker van Osiris-Rex, dinsdag bijvoorbeeld tegen ruimtenieuwssite Space.com. ‘Dat is hoogst speculatief, maar het is de beste verklaring die ik nu heb om de oorsprong van het gevonden materiaal te verklaren.’
Pas vorige maand, op 10 januari, kregen ingenieurs betrokken bij de missie het voor elkaar om de laatste schroef van de container waarin het gruis van Bennu op aarde plofte helemaal open te draaien. Bij analyse van de buitenaardse korrels ontdekten Lauretta en collega’s vervolgens op veel daarvan een fosfaatrijke korst, vol calcium en magnesium. ‘Ik had zoiets nog nooit eerder gezien’, zei Lauretta afgelopen week tegen het populairwetenschappelijke weekblad New Scientist.
In de ruimte was zulk spul al weleens gemeten: bij waterpluimen die uit het oppervlak van Saturnus-maan Enceladus schieten, een bevroren wereld waar onder het ijs vermoedelijk een grote oceaan huist.
Dat hetzelfde stofje op Bennu voorkomt, duidt overigens niet per definitie op oceanen, waarschuwt Sara Russel, die het materiaal eveneens bestudeert, tegen New Scientist. ‘Ik stel me geen blauwe golvende oceanen voor op deze planetoïde. Ik denk helaas dat vloeistof op het oppervlak zou verdampen’, zegt ze. In plaats daarvan zou het water bijvoorbeeld in poriën in zijn binnenste hebben gezeten.
Lauretta had echter nog meer verrassends gezien, vertelde hij onomwonden. Iets dat hij ‘nanoglobules’ noemt, kleine bel-achtige structuurtjes. ‘Die zijn opwindend vanuit het perspectief van het ontstaan van leven. Het zijn een soort protocellen’, zei hij tegen New Scientist. Toen het leven op aarde ontstond, vormde het als een van de eerste stappen namelijk een container waarin de levenschemie gescheiden is van de omgeving: een cel.
Voorzichtigheid is vooralsnog geboden. Want wat bij alle jubelberichten afgelopen week nog ontbrak, is een wetenschappelijke publicatie. Zowel New Scientist als Space.com belde met diverse betrokken onderzoekers, die hun euforie over de eerste metingen niet wisten te verbergen. De meer nuchtere, kritische blik van hun collega’s is er echter nog niet aan te pas gekomen.
Tegelijkertijd is het idee van die oude waterwereld wel heel aanlokkelijk. Een plek waarop een samenspel van chemie en evolutie al de eerste ministapjes richting het leven zette, totdat een catastrofale botsing dat proces bruut in de kiem smoorde. Zo’n kosmische tragedie zou ook een hint zijn dat het leven elders, op waterwerelden als Enceladus of Jupiter-maan Europa, wellicht wél een weg heeft gevonden. Als dat klopt, hoeven we het daar alleen nog maar te vinden. Ruimtesonde Juice – die onder meer naar leven gaat zoeken op Europa – is sinds vorig jaar al onderweg.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Van Hal publiceerde boeken over alles van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.