Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.
Kampong Gege in West Jakarta, een krottenwijk van zo'n 500 huishoudens, wordt aan vier kanten omzoomd door kanaaltjes waar smerig rioolwater door stroomt. Kleine grijze huisjes opgetrokken uit grauwe baksteen, beton, hout, bamboe, golfplaat, plastic, stalen platen en ander gevonden bouwmateriaal, staan tegen elkaar gepakt in smalle donkere stegen. Als een scooter door een gangetje rijdt, drukken bewoners zich tegen de muur of stappen op een van de vele kleine inpandige terrassen om ruimte te maken.
Mannen zoeken hier elke dag werk bij bouwprojecten in de stad. Vrouwen strijken en wassen voor de rijkere bewoners van Jakarta. 'Mevrouw Delima' - zo wordt ze in kampong Gege genoemd - staat voorovergebogen over een lage tafel waar een paar handdoeken overheen liggen. Het is haar strijkplank. "Als ik geluk heb, verdien ik 50.000 roepia (3 euro) per dag", zegt ze als ze de lichtgewicht strijkbout neerzet. Een enorme haan staat naast haar en wijkt niet van haar zijde.
Mevrouw Delima is de vertegenwoordiger van de 'Bond van Armen in Indonesië'. Ze helpt de kampongbewoners met aanvragen van voedselbonnen, een uitkering voor gehandicapte ouderen, schoolgeld, gratis gezondheidszorg en nog vele andere zaken waar families uit Gege recht op hebben omdat ze onder de Indonesische armoedegrens leven van een half miljoen roepia per maand, zo'n 30 euro.
"Die armoedegrens is in 1998 vastgesteld en sindsdien nooit meer bijgesteld. Anno 2024, na al die jaren, zou dat minstens een miljoen roepia moeten zijn, waarschijnlijk veel meer, om rond te komen", zegt Asep Suryahadi van het onderzoeksinstituut Smeru in Jakarta, dat research doet naar armoede en sociale zekerheid. "Maar de regering waagt zich niet aan een nieuwe realistische armoedegrens, want dan is het percentage allerarmsten veel hoger dan de ruim 9 procent van nu."
De Wereldbank hanteert zo'n 3 euro per dag als ondergrens - 90 euro per maand, dus leeft zeker 20 procent van de Indonesische bevolking onder die armoedegrens. Veel meer dan de regering in Jakarta wil horen.
Delima zou elke dag, zeven dagen in de week, werk moeten hebben om aan die ondergrens te komen, en dat haalt ze niet. Haar man, een meubelmaker, springt bij, maar samen is het nog steeds niet genoeg. Ze loopt door de kampong om het buurtje te laten zien. Groepjes mannen zitten en hurken her en der verspreid in deuropeningen, ze roken en praten. Op een pleintje veegt een grijsaard het vuil bijeen en steekt het in brand. Delima wijst op het bord Salon van een dames-kapperszaakje. "Het is ook het oppikpunt voor lokale vrouwen van mannelijke klanten. Voor sommigen is het de enige manier om hun gezin te onderhouden Het is niet goed, maar pure armoede."
Ze staat stil bij een minuscuul huisje. Twee meiden zitten in het voorportaal. Binnen zit Ida Supriyati, met haar liefste lach begroet ze de bezoekers. Een ooit roze geverfde zijmuur brokkelt af. Op een houten bank ligt het strijkgoed opgestapeld. Het enige luxe bezit is een kleine televisie uit de jaren zeventig. Ze woont hier met haar twee dochters van zeventien en dertien jaar. Ze zit financieel aan de grond. Ze heeft haar eetkar - een handkar met een glazenopbouw waar etenswaren in worden bewaard en bereid in een wok - verkocht om het examengeld van haar oudste dochter te betalen. Leningen betaalt ze af met nieuwe leningen. "Gelukkig krijg ik krediet van mensen die ik ken, waardoor ik niet veel rente betaal". Vrijwel elke kampongbewoner leeft van krediet, legt Delima uit. Sommige lenen bij woekeraars en komen dan diep in de problemen.
Supriyati hoopt met de maandelijkse uitkering van circa 12 euro de laatste lening af te lossen en hopelijk te sparen voor een nieuw eetkraampje. "Ik verdiende daar redelijk mee en hield op goede dagen zo'n 150.000 roepia over: zo'n 9 euro. Nu eten we vooral groente en tempé, dat is goedkoop. Soms krijg ik wat rijst van de buren." Ze ligt er niet meer wakker van, zegt ze in haar bloemige en kleurrijke pyjama die ze draagt. "Ik heb mijn zorgen laten varen", vertelt ze met een glimlach. Ze wast en strijkt inmiddels ook en vangt af en toe 3 euro per dag voor een hele dag werken. Ze is blij dat haar oudste dochter nu een schooldiploma heeft.
Delima legt uit dat mensen als Ida Supriyati recht hebben op financiële ondersteuning van de overheid, zoals schoolgeld. Maar ambtenaren in haar buurt verdonkeremanen vaak het geld en schuiven het naar eigen familieleden. Arme kampongbewoners kunnen naar hun financiële ondersteuning fluiten.
Teguh Dartanto, assistent professor van de Universiteit van Indonesië herkent dit. Hij doet onderzoek naar armoedebestrijding. "De rijken in de stad romen de subsidies voor de armen af en steken het in hun eigen zak. Het probleem is dat het sociale zekerheidssysteem veel te traag wordt geüpdatet, waardoor mensen die recht hebben op financiële hulp het niet krijgen."
Een ander probleem is het grote aantal niet-geregistreerde armen in de stad. De bond van Delima deed in West-Jakarta onderzoek en constateerde dat er in en rond kampong Gege zeker tweeduizend families niet bij de gemeente inschreven staan, en dus onbekend zijn. Asep Suryahadi herkent het probleem. "De allerarmsten hebben vaak geen ID-kaart en krijgen geen steun. Het gaat om substantiële aantallen. De oorzaak is migratie van Indonesiërs van het platteland naar de stad, op zoek naar werk. Die vallen dan overal buiten." De Bond van Armen in Indonesië van Delima helpt bij de registratie van deze mensen en bij het krijgen van een identiteitskaart om zo recht te hebben op sociale voorzieningen.
Delima neemt afscheid van Ida Supriyati en loopt door een doolhof van gangetjes. Overal zijn lijnen gespannen, waaraan de veelkleurige was te drogen hangt tussen bamboe vogelkooitjes met zangvogels. Twee oude vrouwen, in het roze gekleed, zitten op een hoge dorpel tegen een muur in het zonnetje. De dames worden hartelijk begroet en lachen hun tandeloze lach. "Zij krijgen eindelijk financiële steun van de overheid, waardoor ze wat eten kunnen kopen." Het blijft allemaal ver onder de armoedegrens, maar veel meer is er niet aan te doen.
Ze stapt een kleine woonkamer binnen, waar een tweepersoonsbed in staat, verschillende krukjes om op te zitten, een klein tafeltje en een minuscuul keukenblok met een koelkast. Alle muren van de kamer van 3,5 bij 3,5 meter zijn van onder tot boven volgestouwd met kastjes en dozen. Nena Sudarti nodigt Delima hartelijk uit om binnen te komen. Op de vraag naar haar leeftijd lacht ze verontschuldigend: "Ik weet niet hoe oud ik ben. Ergens in de dertig." Ze leeft hier met haar man Chaling Ridwan en twee zonen van zes en acht jaar.
"Het is hier fijn wonen", zegt ze over kampong Gege. "Ik hou van dit leven. De buurt kent een grote saamhorigheid, terwijl de bewoners toch overal vandaan komen, uit verschillende culturen en religies." Ze zou hier echt niet weg willen, maar daar schuilt bij haar de angst. Van hun mini-huisje is de eigendom onduidelijk. En dat geldt voor de meeste inwoners van Gege.
Delima legt uit dat een grote projectontwikkelaar een claim heeft gelegd op het land naast hun kampong om daar te gaan bouwen. Sudarti vreest dat hun kampong daarna aan de beurt is en wordt ontruimd. Gek is dat niet. Het overkomt veel kampongs in Jakarta. "In 2012 is ook geprobeerd een deel van Gege te ontruimen omdat een aannemer hier wilde gaan bouwen. Toen zijn we de strijd aangegaan. Het leidde tot gevechten met de politie en lokale ambtenaren", vertelt ze. De kampong won uiteindelijk. Maar het gevaar is zeker niet weg. De projectontwikkelaar zegt dat de grond van Gege van hem is. "Waar moeten we heen? Er zijn weleens reallocatie programma's, maar de afspraken worden vervolgens nooit nagekomen en ondertussen sta je wel op straat", verzucht Sudarti. Ze slaapt er slecht van.
De bond van Delima heeft alvast advocaten ingeschakeld. Kampongbewoners die ergens decennia wonen zouden, volgens haar wettelijk recht hebben op het grondeigendom. Maar als het al klopt, zit er een groot verschil in recht hebben en recht krijgen. Bewijs ook maar eens dat de bewoners van Gege er al zolang wonen. Een deel is nooit geregistreerd geweest bij de gemeente.
Haar man komt naast zijn vrouw zitten. Vandaag heeft Chaling Ridwan geen werk. Hij is sjouwer op bouwplaatsen, maar dat is meestal van dag tot dag. Sudarti werkt niet en zorgt voor haar jongens. Dus ook hier zijn er behoorlijke geldzorgen als hij een tijdje geen werk heeft.
Asep Suryahadi noemt tijdelijk werk, de los-vaste jobs, een toenemend probleem in Jakarta. "60 procent is afhankelijk van de informele sector. De rest heeft een vaste baan en dat percentage daalt." Ook Dartanto herkent die ontwikkeling. Hij schetst een bijkomend probleem. "Steeds meer productiebedrijven in de kleding- en voedselindustrie verhuizen naar kleine steden op Java, want het minimumloon ligt daar al gauw 20 procent lager dan in Jakarta. Zo verdwijnen steeds meer vaste banen uit de Indonesische hoofdstad." Hosselen, de zoektocht naar baantjes voor een of meerdere dagen, daar zijn steeds meer bewoners van de stad op aangewezen.
Armoedebeleid is een veel besproken thema tijdens de verkiezingen. Het laatste grote debat tussen de drie presidentskandidaten gaat erover. Delima begint te schateren van het lachen op de vraag of presidentsverkiezingen enig verschil zullen maken voor de bewoners van Gege. "Politici zien we hier alleen tijdens verkiezingstijd om stemmen te winnen en daarna horen we nooit meer iets van ze. Die kandidaten misbruiken gewone mensen." Ze giert van het lachen. "Ik stemmen, nee!" Anderen bewoners reageren op identieke wijze.
Suryahadi herkent het wel. Alle kandidaten hebben het over armoedebestrijding, maar hun ideeën verschillen weinig. Ze borduren voort op het huidige beleid." En daar schieten ze in kampong Gege weinig mee op. "Laten ze eerst het rioolprobleem hier eens oplossen. De kampong overstroomt regelmatig met drek, maar zelfs dat kunnen ze niet voor elkaar krijgen", zegt Delima hoofdschuddend.
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl algemeen