Home

Politieonderhandelaars worden vaker ingezet, vooral bij psychische nood: ‘We zijn al zes keer langs geweest omdat die vrouw op het dak van haar flat stond’

De politie zet steeds vaker onderhandelaars in. Eens waren ze bedoeld voor ontvoeringen en gijzelingen, nu worden de politieonderhandelaars vooral gebruikt bij situaties met personen in psychische nood. Hoe pakken ze dat aan?

Ik vecht me dood als jullie me een spuit geven, heeft de jongeman geroepen vanuit zijn schuilplaats. Het is oktober 2023, ergens in de regio Den Haag. De psychiatrisch patiënt heeft zich verschanst in een kamer van de ggz-kliniek. Niemand mag binnenkomen, waarschuwt hij.

Niemand van het zorgpersoneel durft ook binnen te komen. Gezien zijn dossier is er het gevaar reëel dat de jongen zijn dreigement zal uitvoeren.

Zolang de patiënt in de kamer zit, is iedereen veilig. Maar, en dat weten alle aanwezigen: hoe langer het duurt voordat hij zijn medicatie krijgt, hoe groter de kans dat hij verder ontspoort.

Over de auteur
Elsbeth Stoker verslaat als regioverslaggever van de Volkskrant ontwikkelingen in Amsterdam en omstreken. Eerder schreef ze veel over politie, justitie en criminaliteit. Ze maakte onder meer de prijswinnende podcast Grijs Gebied over een omstreden undercovermethode.

De hondengeleider van de politie staat al verdekt opgesteld verderop in de gang, net als een paar agenten. Ze zullen ingrijpen als het echt nodig is. Maar eerst, zo is besloten, doet politieonderhandelaar Aad Egberts een poging om met de jongeman te praten.

Het liefst gaat Egberts, een rustige verschijning die zijn dienstwapen verhuld draagt onder zijn normale kleding, er ‘blanco’ in. Veel weet hij niet van de patiënt. Alleen een naam, en een beetje over diens psychiatrische achtergrond.

‘Niet schrikken’, zegt Egberts als hij aanklopt. ‘Ik ben Aad en ik ben niet gekomen om met je te vechten, maar om te praten.’

Steeds vaker worden politieonderhandelaars ingezet. Werden deze honderd gespecialiseerde agenten in 2017 nog ruim zeshonderd keer gebeld, vorig jaar was dat twaalfhonderd keer. In ongeveer de helft van de gevallen blijft het bij telefonisch advies, in de andere helft gaan de onderhandelaars, in teams van drie, daadwerkelijk op pad.

En hoewel deze specialisatie aanvankelijk werd opgetuigd voor complexe ontvoerings- en gijzelingszaken, zoals twee jaar geleden de gijzeling in de Amsterdamse Apple Store, is dat nog maar een fractie van hun werk.

‘Vind je het goed als ik de deur open doe?’, vraagt Egberts aan de jongeman in de ggz-instelling. ‘Ik vind het makkelijker om te praten als ik je zie.’

De jongen vindt het goed. ‘Ik weet niet waarom jij in deze zorginstelling zit, maar blijkbaar heb je medicatie nodig’, vervolgt de politieonderhandelaar. ‘Iedereen hier maakt zich zorgen over jou.’

Iets verderop in de ruimte ziet hij een jongeman ‘die boos is op de wereld en alle artsen die hem willen platspuiten’. Om die reden gaat Egberts niet door over de medicatie. Hij wil eerst van de jongen horen wie hij is. ‘Om te laten zien dat ik er voor hem ben, dat ik luister.’

Geleidelijk ziet Egberts de houding van de jongeman veranderen. Eerst stond hij nog dominant, agressief kijkend, klaar om te vechten. Na een half uur ziet Egberts vooral een bange patiënt, iemand die zich geen raad weet.

‘Zal ik erbij blijven als de artsen jou een injectie geven?’, biedt Egberts aan het eind van het gesprek aan. Dat vindt de jongeman een fijne gedachte. Samen lopen ze de gang op, waar de andere agenten en de hondengeleider nog altijd uit het zicht staan.

‘Ik probeer altijd te bedenken: stel dat mijn broer of zus het leven even niet op orde heeft en in de war raakt, hoe zou ik dan willen dat de overheid met mijn familielid omgaat?’, zegt Egberts, die op het politiebureau in Alphen aan den Rijn zijn verhaal doet.

Zeventien jaar is hij politieonderhandelaar. Daarnaast is hij als docent verbonden aan de Politieacademie, om nieuwe onderhandelaars op te leiden. ‘Toen ik veertig jaar geleden bij de politie begon, kwam het bijna nooit voor dat mensen op een dak of een bouwkraan gingen staan als ze zelfmoord wilden plegen. Pakweg de laatste twintig jaar zijn zulke meldingen vast onderdeel van het politiewerk. Net als meldingen over mensen met onbegrepen gedrag.’

Kreeg de politie in 2012 zo’n 44 duizend meldingen over mensen met verward gedrag, in 2023 waren dat er bijna 142 duizend. Al moet daarbij opgemerkt worden dat deze zogenoemde E33-meldingen een vergaarbak zijn: van mensen die eenmalig in de war zijn door drugs, drank of psychische nood tot dementerende bejaarden, psychiatrisch patiënten en verslaafden. Lang niet altijd dreigt gevaar.

‘Maar de laatste vijf jaar zijn mensen met onbegrepen gedrag wel uitgegroeid tot onze core business’, aldus Egberts. Bij sommigen komen ze zelfs meermaals langs. ‘In augustus kregen we een melding van een vrouw bij wie we afgelopen drie jaar al een stuk of zes keer zijn langs geweest omdat ze weer op het dak van haar flat stond.’

Niet alleen politieonderhandelaars rukken vaker uit. Dat geldt ook voor de arrestatieteams die de onderhandelaars vaak vergezellen. Gingen deze zwaarbewapende teams van de Dienst Speciale Interventies in 2019 nog 56 keer op pad voor een melding over een verward persoon, in 2023 was dat 138 keer. Daarnaast rukte de DSI vorig jaar 61 keer uit voor een dreigende zelfdoding.

Het is een zomeravond in augustus 2021 als een verontruste echtgenoot de deur van zijn appartement niet open krijgt. Die is geblokkeerd. Vanuit de flat hoort de man het geroep van zijn vrouw, die kampt met depressies. Onder geen beding mag hij de politie bellen, zegt ze.

Snel gaat de man naar beneden. Daar, ver in de hoogte, ziet hij zijn vrouw staan op de richel van het balkon. Stilletjes komen ondertussen de hulpdiensten aan. Politie, ambulance, brandweer en het arrestatieteam. Ook Egberts is er, samen met twee collega’s. Ze zijn toch gebeld, allemaal proberen ze uit het zicht van de vrouw te blijven.

De politieonderhandelaars kijken naar boven. De stelregel is dat ze zo snel mogelijk met iemand moeten gaan praten. Is dat ook in dit geval verstandig? ‘Je wilt niet de prikkel zijn waardoor ze toch springt.’ Het is een lastig dilemma. De vrouw zei geen politie te willen. De echtgenoot heeft bovendien haar behandelend psycholoog gebeld. Zij is onderweg.

Meestal is de politie terughoudend om burgers in te zetten. Zo gebeurde het eens dat iemand dreigde van een flat te springen, maar aan de politieonderhandelaar vroeg eerst zijn schoonmoeder te halen voor een gesprek. ‘Je weet nooit helemaal hoe die band is’, zegt Egberts. ‘Het kan ook zijn dat iemand juist uit wraak voor de ogen van de schoonmoeder zelfmoord wil plegen.’

Ook in dit geval twijfelt hij. Bovendien duurt het nog vijftien minuten voordat de psycholoog er is. ‘Maar de echtgenoot had verzekerd dat zijn vrouw een goede band had met de psycholoog.’ Ze besluiten de gok te wagen.

Niet veel later staat Egberts, samen met een collega en de psycholoog, op een hoger gelegen balkon. Nog zonder dat de vrouw hen kan zien, begint de psycholoog te praten. ‘Ik ben er’, zegt ze. ‘Niet schrikken, alsjeblieft. Hou je vast. Ik heb hier twee aardige mannen van de politie meegenomen.’

De vrouw reageert rustig. En al snel blijkt dat ze tot de conclusie is gekomen dat ze op dit moment niet dood wil. Alleen: hoe komt ze weer aan de juiste kant van het balkonhek? Buiten is het fris geworden. ‘Ze was aan het verkrampen, ze kon zichzelf niet meer in veiligheid brengen. Het kon nog altijd fout gaan.’

We willen je helpen, zegt Egberts tegen de vrouw. Zij knikt dat ze het goed vindt. Niet veel later zeilen, vanaf een balkon twee verdiepingen hoger, leden van het arrestatieteam aan touwen naar beneden. Zonder dat de vrouw het heeft gezien, hebben ze zich klaargemaakt. Eenmaal bij de vrouw grijpen ze haar vast en tillen ze haar over de reling.

Twee weken later ligt er een kaart op Egberts bureau. ‘Bedankt dat jullie het leven van mijn vrouw hebben gered’, staat erop.

Het kan ook anders aflopen. Afgelopen jaren kreeg de politie kritiek wegens de omgang met verwarde personen. Uit een onderzoek van Bureau Beke, uit februari 2022, bleek dat 84 procent van de mensen die stierven na politiegeweld verward gedrag vertoonde. Daardoor is ook binnen de politie de discussie opgelaaid. ‘We moeten ons aanpassen aan wat er in de maatschappij gebeurt’, zegt Egberts, die tevens in een werkgroep zit die de politietop hierover adviseert.

Wat hem betreft zouden agenten vaker moeten denken: volgens de wet zou ik mijn taser of wapenstok mogen gebruiken, maar wíl ik dat zelf eigenlijk wel? ‘Want we staan vaak tegenover patiënten.’

Egberts is ervan overtuigd dat door te praten – ‘en goed te luisteren’ – het politiegeweld in situaties met verwarde personen kan verminderen. Alleen: ‘Nu is de opleiding ‘de-escalerend communiceren’ nog facultatief. Het beperkte aantal agenten dat die opleiding jaarlijks volgt, zegt vrijwel unaniem: dit had ik eerder willen weten. Vooral degenen die al langer meelopen, zeggen dat ze dan minder vaak naar een wapen hadden gegrepen.’

Hij pleit ervoor om tijdens de reguliere politieopleiding meer aandacht te besteden aan dit deel van het politiewerk. ‘Want het is heftig hoor, als je als net afgestudeerde agent van 20 tegenover iemand staat die er een eind aan wil maken.’

Bovendien: ‘De Nederlandse politie draagt al jaren uit dat ‘onze stem’ het beste wapen is. Maar het gebruik van dit belangrijkste wapen oefenen we niet jaarlijks. Terwijl we wel elk jaar moeten trainen om te mogen schieten, te taseren, te schoppen, te slaan en te spuiten.’

Volgens Egberts plegen in ‘99 procent van de gevallen’ mensen geen zelfmoord als er een politieonderhandelaar komt. Al heeft dat misschien niet alleen met de onderhandelaar te maken. ‘Wij komen bij de mensen die misschien wel op dat balkon, die bouwkraan of die stoel staan, maar de laatste stap nog niet hebben gezet. Ze willen vaak het leven nog wel, alleen niet het leven dat ze op dat moment hebben.’

Eén keer in de zeventien jaar dat Egberts dit werk nu doet, is het wel misgegaan. ‘Het was anderhalf jaar geleden. Midden in de nacht.’

Ergens in de regio Haaglanden houdt een man zich vast aan de reling van een galerijflat. Egberts staat beneden, als coördinator. Zijn twee collega’s staan op de twaalfde verdieping met de man te praten. Via zijn oortje luistert Egberts mee.

Het arrestatieteam is onderweg. Voor de zekerheid. Al is het de vraag of het in dit geval iets kan doen. De suïcidale man kijkt alert om zich heen, één verkeerde beweging zou aanleiding kunnen zijn om te springen.

‘Er was een patstelling.’ Via zijn oortje hoort Egberts dat de man zijn ex-vriendin wil zien, die in deze flat woont. Probeert hij het contact met zijn ex op deze manier te herstellen? Of wil hij voor haar ogen springen? Egberts overlegt met zijn collega’s. Ze vragen de ex of zij zich heel kort aan hem wil laten zien. De vrouw voelt er niks voor, ze heeft al genoeg te stellen gehad met hem.

‘Ze wil in deze situatie geen contact met je’, zegt een van de onderhandelaars tegen de man. Meteen erna valt hij.

Was het echt zijn bedoeling om te springen? Of wilde hij doen alsof en ging dat fout? ‘We hebben het nooit kunnen achterhalen’, zegt Egberts.

Verantwoordelijk? Nee, zo voelt de politieonderhandelaar zich niet. ‘Psychologen hebben ons verteld dat het nooit onze schuld is. Mensen nemen zelf het besluit om er een eind aan te maken.’

Dat is ook de boodschap die hij geeft aan studenten. ‘Probeer altijd, hoe moeilijk ook, het gesprek aan te gaan. Laat zien wie je bent en dat je niet weggaat. Als je niet weet wat je moet zeggen, geef dat dan toe. Laat weten hoe verschrikkelijk je het vindt iemand in zo’n toestand te zien.’

Springt iemand toch? Dan rest maar één ding: ‘Draai je snel om, doe je handen over je oren.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next