Het is een jaar geleden dat de verwoestende aardbeving in Turkije en Syrië aan zo’n 60 duizend mensen het leven kostte. We maakten geld over en keken met een brok in de keel naar de tv-programma’s. Maar de drama’s van gisteren maken alweer plaats voor de tragedies die de krantenkoppen van vandaag beheersen.
Internationale aandacht is echter nog steeds nodig, benadrukt een jonge juriste, Azem Yaren Coskun die ik onlangs in Rotterdam ontmoette. Want het schandaal van na de aardbeving is dat de overlevenden nog altijd op gerechtigheid wachten. Haar strijdlust geeft een enorme veerkracht, zoals die onder woorden gebracht werd door dichter en schrijver Khalil Gibran. ‘Uit lijden zijn de sterkste zielen voortgekomen; de meest massieve personages zijn geschroeid met littekens.’
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Precies een jaar geleden verloor ze haar moeder, Azize, haar vader Bekir, haar broer Tahsin. Van haar ouderlijk huis, een appartement op de vijfde verdieping van een flat van 14 verdiepingen in Adana, is niets overgebleven.
In de nacht van de aardbeving was ze in haar studentenhuis in Antalya. Ze belde haar ouders in Adana. Geen gehoor. Ze spoedde zich naar het vliegveld, kon met moeite een plaatsje bemachtigen op een vlucht. Om half 11 die ochtend stond ze bij de verpulverde resten van het gebouw waar haar ouders woonden.
Ze laat de foto’s zien. Daar stond ze. Radeloos op een enorme berg puin, nauwelijks één verdieping hoog. Ze klom erop en begon met haar handen te graven. Brokstuk voor brokstuk. Ze sliep niet, verbleef op straat, at nauwelijks. Ze kon alleen maar denken dat ze moest blijven graven om haar familie te redden. Die lagen daar ergens. Gewond, versteend van de kou, zonder eten en drinken. Ze fantaseerde dat ze ooit heerlijk uit eten gingen, als deze nachtmerrie achter de rug was.
Het zijn in eerste instantie buurtbewoners die kwamen helpen met puinruimen. Gaandeweg werden er lichamen gevonden. Talloze buren. Ze moest iedereen bekijken, om haar familie te identificeren. Sommige lijken waren zo gehavend dat er helemaal geen gezicht meer te herkennen was. Na een paar dagen kwamen er eindelijk hulpverleners. Bulgaren, nog steeds niemand van de overheid.
Na zes dagen vond ze hen. Eerst haar vader, dan haar moeder, een dag later haar broer. Hun lichamen waren in tegenstelling tot de vele stoffelijke overschotten van buren nog redelijk intact. Haar vader hield een gebalde vuist in de lucht. ‘Typisch voor hem. Een linkse idealist. Hij is strijdbaar ten onder gegaan.’ Haar moeder had Tiny, hun geliefde poes, in haar armen geklemd. Dat haar broer ook dood was, was een klap. Hij was zo sterk, hij moest en zou overleven.
Toch vindt ze dat ze zich gelukkig mag prijzen. Veel anderen hebben helemaal niets meer van hun dierbaren teruggevonden en zijn nog altijd op zoek naar dna-sporen.
Tussen het puin vond ze nog enkele foto’s. Een verjaardagsfeest, haar ouders in zee. Ze zijn uit een gelukkig leven geroofd. ‘Het voelt als moord.’
Slechts één persoon uit hun flat overleefde. 96 mensen kwamen om.
Haar leven zal ze door moeten met dit verpletterende verdriet. Haar drijfveer is nu dat er recht moet worden gedaan. De verantwoordelijken moeten ter verantwoording geroepen worden en alles moet worden gedaan om levens in de toekomst te beschermen.
Net als vele slachtoffers hebben haar ouders na 1999 aardbevingsbelasting betaald. Na de aardbeving in Istanbul in 1999 zou alles anders gaan. In 2015 heeft het gebouw een certificaat gekregen, dat het aardbevingsbestendig is.
Human Rights Watch hekelde vorige week het feit dat er nog geen enkele ambtenaar, gekozen burgemeester of gemeenteraadslid is aangeklaagd. Velen speelden cruciale rollen bij het goedkeuren van bouwprojecten, de inspectie op de naleving van veiligheidsinstructies en het goedkeuren van de veiligheid van gebouwen.
Onderzoeken naar dit soort overheidsfunctionarissen mogen alleen worden gedaan met toestemming van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat schittert door afwezigheid. Turkije heeft een schokkende geschiedenis van straffeloosheid voor zowel particuliere actoren als overheidsfunctionarissen als het gaat om vermijdbare sterfgevallen bij aardbevingen, en dit moet veranderen, aldus Human Rights Watch.
Source: Volkskrant columns