Coronaschulden
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Hoe lang gaat dit nog goed? Die vraag dringt zich op bij het lezen van het rapport van de Algemene Rekenkamer over de inning van de nog openstaande coronabelastingschulden. De overheid verstrekte in de pandemie-periode aan ruim 400.000 ondernemingen in totaal voor 40 miljard euro uitstel van belastingen om werkloosheid en faillissementen te voorkomen, maar dreigt nu voor enkele miljarden euro’s het schip in te gaan omdat de restschuld niet geïnd kan worden. En dat, zo valt tussen de regels door te lezen, is exemplarisch voor de toestand van de Belastingdienst.
Wie het rapport leest, valt van de ene verbazing in de andere. Zo hebben twee (gedeeltelijke) staatsbedrijven, KLM en Holland Casino, de hoogste openstaande belastingschulden: respectievelijk 1,3 miljard en 249 miljoen euro. Op plek drie een niet nader genoemd bedrijf, dat 146 miljoen aan coronaschuld heeft staan, vóór de pandemie al een belastingschuld van 286 miljoen had en inmiddels veertien termijnen achterloopt met de aflossing. Aan de andere kant van het spectrum staat een ondernemer die welgeteld 8 euro coronaschuld heeft, en er om onduidelijke redenen in geslaagd is daar een betalingsregeling voor af te spreken van 1 (één!) euro per maand. Het is evident dat de bureaucratische kosten daar de baten vele malen overschrijden. Dat riekt naar obstructie: belastingdienstje pesten.
Per saldo hebben 180.000 ondernemers hun fiscale coronaschulden afgelost, de rest is dat aan het doen (128.000) of doet dat niet meer (90.000). Begin januari stond nog 14 miljard euro aan belastingschulden open, de verwachting van het ministerie van Financiën is dat daar ongeveer 2,5 miljard nooit van terug zal komen. De Rekenkamer schat de schade hoger in: tussen de 2,9 en 5,7 miljard zal niet terugkomen.
Hier gaat iets grondig mis. Een overheid die ruimhartig steun biedt in een uitzonderlijke situatie, zou ervan uit mogen gaan dat die steun binnen redelijke termijnen wordt terugbetaald. Ondernemers die dat niet doen, zitten ofwel in financiële problemen (en zaten dat goeddeels ook al vóór de pandemie, blijkt uit een analyse), of gokken erop dat ze ermee wegkomen.
Het meest ontluisterende aan het Rekenkamerrapport is dat die laatste categorie goed lijkt te gokken. Bij de fiscus blijkt Toezicht, waaronder de inning van openstaande schulden valt, al jaren de laagste prioriteit te hebben. De Keten Inning en Betalingsverkeer kampt met een tekort van 1.000 fte, een derde van het benodigde aantal banen. Specifiek voor de coronaschulden komt de Belastingdienst 400 mensen tekort. Daardoor loopt de terugvordering spaak en worden deurwaarders niet eens meer ingeschakeld. Het contrast met de nietsontziende jacht op vermeende toeslagenfraudeurs is stuitend.
Nog los van het onterechte én onbedoelde cadeau van vele miljarden euro’s dat op deze manier naar het bedrijfsleven gaat, ligt er een groter gevaar op de loer. De inning van belastingen is cruciaal voor het functioneren van een democratie: elke euro die een overheid uitgeeft, moet eerst worden binnengebracht. Als het (bewust) ontduiken daarvan onbestraft blijft, holt dat de belastingmoraal in rap tempo uit. Een fiscus die geen dwangmiddelen meer kan inzetten om te innen wat hem rechtmatig toekomt, verliest zijn mandaat en het vertrouwen. Ook van de burgers en bedrijven die wel te goeder trouw zijn en hun fair share willen afdragen. Daarmee komt uiteindelijk de hele overheid tot stilstand. Het is de hoogste tijd het probleem dat fiscus heet nu echt op te lossen.
Source: NRC