Het is grappig hoe snel iets een traditie wordt, zelfs op een al van tradities en vaste rituelen vergeven plek als de Tweede Kamer. Als Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV) het Vragenuur deze dinsdag niet begint met een gedicht, zoals tot nu toe steeds, krijgt hij daar meteen een opmerking over van een van de Kamerleden.
‘Straks, als er meer publiek is’, zegt Bosma, en wijst naar de Kamer, die op deze grijze dinsdag erg leeg is. Bosma lijkt zich plots tevreden te beseffen dat zijn gedeclameer nu al een vast gegeven is. ‘Het volk schreeuwt om een gedicht!’ zegt hij grappend, of misschien niet geheel grappend.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
De nieuwe Kamerleden zijn al een tijdje geïnstalleerd, maar over sommige namen bestaat nog onduidelijkheid. Zo spreekt Bosma de naam van Geert Gabriëls (GL/PvdA) uit op zijn Frans. Gabriëls met een g zoals in het Franse grand.
‘Voorzitter, mijn naam wordt uitgesproken met een g’, zegt Gabriëls – een Nederlandse g dus. ‘Maar ik weet dat mevrouw Kostić mij af en toe ook anders noemt.’ ‘Wat zegt zij dan?’ wil Bosma weten. ‘Kabriëls, precies zoals u zei,’ zegt Gabriëls. ‘Maar het is dus met een g, van Gabriël.’ ‘Met een zachte g,’ zegt Bosma. ‘Met een zachte g inderdaad,’ zegt Gabriëls.
Later die middag blijkt dat Bosma denkt dat je Gabriëls niet met een Nederlandse g moet uitspreken, maar met een zachte, Limburgse g. Ingewikkeld.
Een nog veel ingewikkelder probleem, en een van de vele nagels aan de doodskist van Dilan Yesilgöz (VVD), zijn de boerenprotesten.
Protesterende groepen: er is al menig Vragenuur aan gewijd. Ingrid Michon-Derkzen (VVD) lijkt de vaste vragensteller hierover, zij had laatst ook al vragen over Extinction Rebellion.
Yesilgöz is iemand die, als ze bestookt wordt met lastige vragen, een zin die ze zelf raak vindt, veel herhaalt. Vandaag is dat: ‘Dit is gewoon niet meer uit te leggen.’ Ze varieert met: ‘Ik kan het ook niet meer uitleggen.’
Meestal houdt ze het op die tactiek: stoïcijns een antwoord herhalen. Maar vandaag lijkt Yesilgöz de aanval te kiezen, zelfs boos te worden.
Marjolein Faber-van de Klashorst (PVV) komt met een onnavolgbare vraag over allerlei totaal niet aan elkaar gerelateerde protestgroepen. ‘We staan natuurlijk achter de boeren, maar geweld en intimidatie kunnen we natuurlijk nooit steunen. Het is wel heel mooi dat de minister een grote broek aantrekt en wat wil gaan doen. Maar kijk bijvoorbeeld naar Extinction Rebellion. Afgelopen zaterdag was het weer raak. Er zijn er gewoon duizend heengezonden zonder boete. De stations worden bezet door Hamasterroristen die oproepen om zeven miljoen Joden in Israël te vermoorden. Waarom handelt u dan niet?’
Na deze opmerking heeft Yesilgöz het gehad. ‘Mevrouw Faber moet dit gewoon niet doen. Zij moet dit echt niet doen! Ik sta hier elke keer. Ik ben er superduidelijk over. Selectieve verontwaardiging staat niemand, mevrouw Faber. Ik doe daar niet aan mee’, zegt ze fel.
Faber beent weg.
Aan het eind van het uur wordt de gloednieuwe staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Fleur Gräper-van Koolwijk (D66), bevraagd over de NPO. Want ook in de Tweede Kamer willen ze natuurlijk napraten over het rapport met de (volgens uw verslaggever) diep-ironische titel Niets gezien, niets gehoord, niets gedaan.
Doğukan Ergin (Denk) vindt dat de staatssecretaris een ‘te afhoudende’ reactie had op het rapport. Vervolgens praat Fleur Gräper-van Koolwijk langdurig over nazorg, toezicht, ‘concrete acties om het verschil te maken’ en ‘concrete instrumenten’. Ze roept iedereen bij de publieke omroep ‘die nog rondloopt met buikpijn’ op om zich alsnog te melden. En ze heeft de NPO gevraagd, zegt ze, om een ‘stevig plan van aanpak’.
Uw verslaggever hoorde in het programma Sophie & Jeroen over het plan van de NPO om naast iedere grote presentator een sidekick aan te stellen. Niet een talkshowtafelsidekick, meer een humeursidekick. Iedere keer als een presentator dan begint te schreeuwen tegen een ondergeschikte, moet die sidekick zeggen dat hij dat echt niet moet doen.
Dat zal het concrete instrument wel zijn.
Source: Volkskrant