Home

Carnalvalskrakers ‘meej een krokante jas’: waar komt die traditie toch vandaan?

De frituurpan is een constante inspiratiebron voor de makers van (vooral Brabantse) carnavalshits, ook dit jaar weer. ‘De snackbarpolonaise‘ of ‘Un lekker delleke’: wie bedénkt die nummers?

Waarom gaat het zo vaak over snacks in carnavalsmuziek? Hans van Erp, Pudding in het duo Pap en Pudding, zoekt naar een verklaring voor iets dat hij eigenlijk vanzelfsprekend vindt: ‘Iedereen kent ze, ze zijn lekker. En niet onbelangrijk: ze rijmen gewoon lekker – berenklauw, jou; kroket, vet; sitostick, ik.’

Misschien is het inderdaad niet zo des carnavals om veel gedachten aan het hoezo te besteden; bij carnaval hoort drank en van drank krijg je zin in vettigheid, zo simpel is het gewoon, en zo simpel zal het komende week ook weer zijn. Dus gaan carnavalsliedjes, met name die van Brabantse makelij, sinds jaar en dag over bier, het snackbarassortiment en alle gevolgen van dien.

Over de auteurs
Gidi Heesakkers en Corto Blommaert zijn redacteur van de Volkskrant.

Vooral de frikandel blijkt een ideale drager van de seksmetafoor. Met Un lekker delleke (2020), over frietbakker Dick van de frituur (‘dè is mijn naam en mijn postuur’) en zijn voorliefde voor ‘lekkere dellekes’, legde carnavalsvereniging Veul Gère in plat Tilburgs de ultieme dubbele bodem:

Un lekker delleke
Strak in ut velleke
Vet ordinair
Jèh die lust
’m toch zo gèèr

Un lekker delleke
Die naai ik elleke
Avond veur ik gao naor bed
Nog in ut vet!

In deze traditie komen er ieder jaar nieuwe nummers met hoofd- en bijzinnen over vette happen bij, waarbij moet worden opgemerkt dat vrouwenstemmen binnen het genre ondervertegenwoordigd zijn.

En ook al begonnen bijna alle makers van carnavalsliedjes ooit ‘voor de grap’ en blijft de grap hoofdingrediënt, het schrijven en opnemen is een serieuze aangelegenheid. Hans van Erp (Pudding dus) en vijf anderen leggen uit hoe zij op hun vondst kwamen, en wat een potentiële hit volgens hen nodig heeft.

De mannen van Alaafterparty uit Tilburg (Kruikenstad) brachten in 2016 hun eerste nummer uit, Ligde gij d’r alaaf?. In november lanceerden ze Krokante jas. Jeremy Waterloo (44), Thomas Waterreus (37) en Tim van Dongen (38) hebben alle drie een achtergrond in de hiphop. Ze maken tegenwoordig ook nummers voor andere vriendengroepen en carnavalsverenigingen.

Ik kom er via via via via wel
Meej m’n krokante jas, meej m’n krokante jas
Ik ben een via via via viandel
Meej m’n krokante jas, deh is pas stijl

Tim van Dongen: ‘Aan ons eerste nummer Ligde gij d’r alaaf? kun je horen dat we maar wat deden. Mensen noemden ons een frisse wind, ze vonden het leuk hoe wij hiphopinvloeden met carnavalsmuziek combineren. De autotune is in Ligde gij d’r alaaf bijvoorbeeld extreem aanwezig – dat was toen nieuw.

‘Het is een valkuil om professioneler te worden. We denken tegenwoordig misschien toch te lang na over de tekst en de vorm van het liedje: loopt het couplet wel goed over in het voorrefrein, is het refrein wel catchy genoeg?

‘Tot dit jaar waren we altijd te laat; bij de start van het carnavalsseizoen in november hadden we nog geen liedje. Dit keer hebben we in september met zijn drieën een Center Parcs-huisje gehuurd, we hadden de nodige middelen mee, en allemaal wat ideeën op papier.

‘Tijdens optredens deden we de afgelopen jaren altijd een hiphop-carnavalsmedley. Hot in herre van rapper Nelly werd ‘verrekes heet’, we zongen dat we snacks in het frituurvet waren. Daar zat al een zin in over de viandel: ‘Ik ben net een viandel met m’n krokante jas’.

‘In Tilburg hebben carnavalsclubs allemaal hun eigen jas en kiel. Wij dragen bontjassen, die natuurlijk nat worden van al het bier. Na twee dagen is zo’n jas goed krokant. Je wordt zelf ook krokant.

‘Een goed carnavalsliedje heeft een onzintekst. Met Peter Selie brachten we dit jaar Snor! uit, met alleen maar woordspelingen over snorren en baarden. Peter Selie wil niet over drank, drugs of seks zingen – hij is biologieleraar op een school in Breda. Daar hadden wij niet eens bij stilgestaan, dat je die keuze kon maken. Wij zijn Alaafterparty, onze liedjes gaan over flink begaaien (zat zijn, red.).

‘Kan ik dit zeggen? Vóór Alaafterparty was ik niet eens echt een carnavalsvierder. Ik ging altijd snowboarden in de carnavalsvakantie. Maar het is gewoon geweldig om komende week weer een stuk of twintig keer met mijn beste vrienden in Tilburg op een podium te staan. Dat dat met carnavalsmuziek zou zijn, hadden we allemaal nooit gedacht.’

Stand Bami is het tweede nummer van Prakezère uit Eindhoven (Lampegat), vrienden Paul Lichtveld (27) en Pim Latour (29). Lichtveld is in het dagelijks leven accountmanager, Latour produceert muziek voor en met Nederlandstalige artiesten als Frans Duijts en dj’s als La Fuente.

Ze heeft mijn hart gebroken als een kroepoek,
Voor het eerst in mijn leven ben ik gedumplingd
Alleen maar omdat ze Sam balt
Maar gelukkig er zwemmen genoeg snacks in het vet,
Voor één nacht was het wel een dikke daad hoor

Pim Latour: ‘Met een club vrijwilligers uit Eindhoven organiseer ik iedere zomer drie weken Holtus, een zeilkamp voor kinderen in de Loosdrechtse Plassen. Ik ga mee als kok.

‘Zeven jaar geleden zaten we een keer ’s middags met de begeleiders te overleggen toen iemand vroeg wat we die avond zouden eten. Er stond muziek aan, Stand By Me van Ben E. King. ‘Bami’, zei ik, en iemand begon ‘stand ba-mi’ te zingen. Sindsdien eten we op kamp iedere dinsdag bami. Om het helemaal af te maken hebben we een stand gebouwd van waaruit we die bami serveren.

‘Daar moesten Paul en ik aan denken toen we in een huisje in Zeeland over ons tweede nummer zaten te bakkeleien. Tweeënhalf jaar geleden deden we dat voor het eerst, een weekendje weggaan en een carnavalsliedje verzinnen.

‘Wat schiet ons te binnen, wat vinden we een grappige tekst, hoe gaan we het nummer opbouwen? Daar gaan we dan veel te lang en veel te diep over nadenken, tot er in bijna elke zin een dubbelzinnigheid zit, of een woordgrap, of allebei. We zijn perfectionistisch en slaan daar wel een beetje in door.

Stand Bami gaat over een onenightstand en na die ene nacht alweer verlangen naar andere snackjes: ‘terug naar kroketjes, of koteletjes, andere pretjes’.

‘De release was pas op 23 januari, veel te laat. We hebben het nummer bij mij thuis in de studio opgenomen, om het makkelijk te maken voor al onze vrienden om mee te zingen. Voor de videoclip hebben we 2.000 euro betaald. Een hobby mag geld kosten, vind ik. En ik geef liever iets te veel uit en dat het dan wel echt héél leuk is.

‘Als je carnavalsmuziek gaat maken, weet je dat je er de eerste jaren waarschijnlijk niks aan verdient. De grootste lol zit ’m erin dat andere mensen het waarderen. Paul en ik willen gewoon ieder jaar een nummer maken, en dat nummer moet ieder jaar beter worden.’

Een wit maatpak, pilotenbril, sigaretje: John Tana is van mijlenver te herkennen. Het populaire typetje dat de Maastrichtenaren Seth Verhaegen (24) en Benjamin Peeters (23) in 2022 bedachten, zingt in het ‘Maastrichtois’, een mengvorm van Frans en Maastrichts dialect. Met de Heerlense band Miserabel brachten ze Daan kom iech mer oan uit.

Iech hoof vaan gister niks te wete
Al ’t kaajd beer kump oet de kraon
Daan kom iech mer oan
Frikkedelle knawwe
’t Maak m’ch neet oet, iech vreet zelfs lawwe

Seth Verhaegen: ‘Ben en ik zijn fulltime bezig met John Tana. Het is heerlijk om in het wereldje van John Tana te zitten en van daaruit te denken.

‘Als we gaan schrijven, kiezen we eerst wat nummers uit. We luisteren vervolgens alleen fonetisch naar de zang. Vaak komt er dan al snel een zin in me op. Zo ook bij Les Lacs de Connemara van Michel Sardou. ‘Connemara’ werd ‘kom iech mer oan’. Daarna ging het snel.

‘Limburgse carnavalsmuziek is vaak vrij serieus van toon. De nummers gaan vrijwel uitsluitend over hoe mooi carnaval wel niet is. Wij doen dat anders; het mag allemaal wel wat losser en grappiger. Er zijn er al genoeg die serieus over carnaval schrijven.

‘Dit is de honderdmiljoenste versie van Sardou’s nummer. Waarom onze versie zo aanslaat, is me echt een raadsel. Het is een schot in het donker. Ik denk dat het een gevoel van joie de vivre aanspreekt bij mensen tijdens carnaval, het is toch de tijd dat het gezonde eten overboord wordt gegooid. Maar het is niet zo plat dat het alleen over frituren en bier gaat.

‘We zijn al op tournee sinds Kerst: dameszittingen, herenzittingen, prinsenballen, noem het maar op. Op een gegeven moment is het echt: de auto in, auto uit, optreden, auto in en door. Zoals gezegd: het is mijn baan, dus het hoort erbij.

‘Dit jaar houden we de dinsdag vrij. Dan sluiten we af in Maastricht, lekker chauvinistisch. Nee, dan ga ik niet verkleed als John Tana. Hoe wel? Zet dat maar niet in de krant.’

Steven Harks (29) uit Veghel (Kuussegat) werkt in de thuiszorg en timmert al een tijdje aan de weg met zijn muziek. Zijn nieuwste nummer is De snackbarpolonaise.

Daar heb je Jet, ze ziet er uit als een kroket
En Nel, die lekkere del, dat is net een frikandel
Chantal, je raadt het al, die is verkleed als nasibal
Elke snackbarlekkernij die komt hier feestelijk voorbij

Steven Harks: ‘De tekst van De snackbarpolonaise is afgelopen zomer heel toevallig ontstaan. Een van de mensen die ik help heet Nellie. Toen het lunchtijd was, vroeg ze aan mij: ‘Wil jij een frikandel?’ Nou, die vind ik niet lekker, dus die sloeg ik af. Toen ik die avond thuiskwam, begon ik te denken: Nel, frikandel, dat rijmt leuk!

‘Ik ging verder denken: zijn er nog meer namen en snacks die op elkaar rijmen? Rijmt er iets op kroket? Jet! Een vriendin van me heet Desiree, dus: kaassoufflé. Ik had er ook meteen een melodie bij.

‘Ik dacht: hier heb ik iets moois te pakken. Dus toen heb ik Kees Tel gebeld, die heeft een studio in Helmond. Met Kees ben ik gaan schrijven, ter plekke ontstond het couplet. We besloten dat er maximaal vier namen in voor mogen komen, anders wordt het te ingewikkeld en wordt meezingen moeilijk. Het is ook een andere melodie geworden, wel met mijn ritme.

‘Als ik in juli een goed idee heb voor een carnavalsnummer, dan wil ik het meteen maken. Carnavalsmuziek zit in je. Ik denk ook echt dat als je geen carnaval viert, je gewoon een minder leuk leven hebt. Wat is er nou mooier dan dat gevoel van vroeger? Die nummers die iedereen kan meezingen, samen?

‘Zingen zie ik niet als werk, meer als een hobby. Er is niets leuker dan een publiek opvrolijken met muziek. Uiteindelijk wil ik met de grote namen kunnen meedoen. Je hoeft maar één hit te hebben...’

Chef Soldaat, het alter ego van contentmaker Joris Wijnen (26) uit Hoeven (Peejenland), trad op zijn 18de al op tijdens 3 Uurkes Vurraf, de show die Omroep Brabant sinds jaar en dag organiseert als carnavalsaftrap. Zijn nieuwste nummer heet Bunkeren. Deze carnaval heeft hij iedere dag vier optredens.

Bunkeren! Ja we gaan bunkeren
Friet speciaal, maximaal
Broodje döner allemaal
Bunkeren! Ja we gaan bunkeren
We maken alles soldaat
Tot de honger overgaat

Joris Wijnen: ‘Chef Soldaat is ontstaan door de jaarlijkse carnavals-cd in het dorp waar ik vandaan kom. Ik heb geen achtergrond in de muziek, het leek mij gewoon grappig om ook een keer een nummer voor die cd te maken. Dat liedje produceren met Joost van Ekeren, die een muziekstudio heeft in Roosendaal, kostte destijds 600 euro. Ik was daar op mijn 17de vrij nuchter onder. Mijn ouders hadden er zo hun bedenkingen bij.

‘Sinds 2016 verzin ik ieder jaar iets nieuws rondom het personage Chef Soldaat. Het begint altijd met ingezongen deuntjes op mijn telefoon en zinnen op bierviltjes. Op mijn computer heb ik mapjes waarin ik al die hersenspinsels bewaar, heel gestructureerd. Ik ken weinig carnavalsacts die net als ik al voor de zomer beginnen. Bunkeren was in april af.

‘Dit jaar ben ik voor het eerst met drie uitgewerkte ideeën langs vrienden en collega’s gegaan, om te horen in welk liedje zij het meest zagen. Ze gingen bijna allemaal voor Bunkeren, omdat het steviger is dan de nummers die ik eerder heb uitgebracht. Er zit net wat meer van dat botte Brabantse in. Dat past bij carnaval, toch niet het meest verfijnde feest.

‘Als ik op mijn eigen gevoel was afgegaan, had ik dit liedje niet gekozen. Ik vond het een beetje te makkelijk, te simpel. Maar carnavalsmuziek hóórt uiteindelijk ook gewoon simpel te zijn en makkelijk mee te zingen. Eigenlijk stom dat ik dat zelf niet meteen zag.

‘Een carnavalsnummer kan nog zo perfect in elkaar zitten, dat maakt het nog geen perfect nummer. Het heeft een goed bedachte gimmick nodig, maar welk liedje dé hit van het jaar wordt is voor mijn gevoel ongrijpbaar; er bestaat geen formule voor. Dat maakt het zo leuk om het ieder jaar weer te proberen.’

Pap en Pudding (respectievelijk de 52-jarige vrachtwagenchauffeur René van Rooij en 56-jarige barman Hans van Erp) is een muzikaal duo uit Oss (Ossekoppenrijk). Van Rooij verzorgt de muziek, Van Erp de teksten, zo ook in hun nieuwste nummer Leve de frietpan. Ze treden vrijwel altijd rondom Oss op, want hoe verder, hoe meer ze met tegenzin naar een optreden zeggen te gaan.

Toen heeft ze een airfryer gekocht
Wat daaruit kwam was alleen maar bocht
D’n dag erna, het is niet te geloven
Dropen de kroketten uit de oven

Hans van Erp: ‘Alles wat wij maken komt voort uit eten, drinken of de consequenties ervan. Vooral over snacks hebben we veel nummers gemaakt. Volgens mij zijn alle snacks wel voorbijgekomen, behalve de zigeunerstick – bestaat die eigenlijk nog wel?

‘Dat snacks zo vaak voorkomen in onze nummers is niet zo gek. René en ik kennen elkaar al een jaar of dertig en zaten vroeger vaak in de cafetaria. Ik heb er zelf vijf jaar een gehad, cafetaria Hans. Nu zijn we aan de vrouw, en wat verstandiger, maar we komen nog altijd wel een keer in de week in een snackbar. Ik weet gewoon het meeste van friet.

‘Het schrijven van zo’n nummer is helemaal niet sexy. Het begint vaak met een ergernis: snacks en friet uit de oven vind ik verschrikkelijk. Iedereen heeft nu een airfryer, dat zal allemaal wel gezonder zijn, maar ik ga ook geen alcoholvrij bier drinken. Als ik me er lang genoeg druk over maak, komt er een regel uit.

‘Ik wandel veel, twee keer per dag een uur. Dan ben ik op m’n best. En schiet me iets te binnen, bijvoorbeeld: ‘Vloeibaar vet en halvanaise, liever sta ik in een punaise.’ Dat hoor je nergens, daarvoor moet je eerst even lopen.

‘Soms begrijp ik er niks van of een nummer aanslaat of niet: vijf jaar geleden hebben we een nummer gemaakt over de berenklauw, bij de jeugd is dat nummer nu opeens weer populair. De laatste weken staan er alleen maar twintigers in de zaal.

‘Tijdens carnaval treden we alleen op de zaterdag en zondag op, de maandag en dinsdag houden we voor onszelf, want we vinden het te leuk om het zelf te vieren.’

Als luitenant Hilcox in Inglourious Basterds ‘op z’n Brits’ drie bier bestelt (wijsvinger, middelvinger en ringvinger en niet ‘op z’n Duits’ met duim, wijsvinger, middelvinger), weet nazicommandant Hellström meteen dat hij te maken heeft met oplichters. Tijdens carnaval ziet de snackbarhouder direct dat hij met volk van boven de rivieren te maken heeft als er ‘patat’ in plaats van friet wordt besteld. Cabaretier Rob Scheepers besloot de taalkwestie vast te leggen in een – voor carnaval typisch – opstrijkembleem. De tekst: ‘Team Friet of ge bent ut niet, patat op oew bakkes!’ Het is bijna uitverkocht.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next