Aankomend weekeinde barst het carnaval weer los in dat deel van Nederland waar de patatgeneratie vooral friet eet. Ongetwijfeld haken de meeste Volkskrant-lezers bij deze eerste zin al af, maar in een van oorsprong rooms-katholieke krant met het hoofdkantoor in ’s-Hertogenbosch, moet er ruimte zijn om wat dédain opzij te schuiven. Niet iedereen hoeft er zo verknocht aan te zijn als Klaas Dijkhoff, Jan van Mersbergen, Beppie Kraft of Toon Hermans, maar zoals essayist Anton van Duinkerken ons helpt herinneren: ‘Niet wie carnaval viert, is veroordeeld een barbaar te worden. Maar wie deze viering op zichzelve verwerpelijk acht, heeft grote kans het reeds te zijn.’
Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij schrijft eens per twee weken een column. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In bovenstaande eerste alinea zit bewust een onjuist beeld verwerkt, wat ik desalniettemin vaak in het minder carnavalminnende deel van Nederland te horen krijg. Zo ‘barst’ aankomend weekeinde het carnaval of de Vastenavond niet los, maar vormen de aankomende dagen tot Aswoensdag het sluitstuk op een carnavalsseizoen vanaf 11 november. Daaraan voorbijgaan ontneemt het zicht op carnaval als sociale structuur.
Weinigen zijn zich ervan bewust dat honderdduizenden Nederlanders zich al maandenlang voorbereiden in een fanfare, bestuur of bouwclub. Dat dit bovendien gebeurt over de scheidslijnen van generaties, opleidingsniveau of politieke voorkeur, kan voor tamelijk bubbelvaste mensen een onwerkelijke ervaring zijn. Wie, zoals ikzelf, in deze weken op een willekeurige zondag Bergen op Zoom bezoekt of vorig weekend door ’s-Hertogenbosch, Venlo, Roosendaal of Maastricht loopt, wordt getroffen door een massale vorm van publieke vrolijkheid en creativiteit.
Vanuit sociologisch perspectief toont carnaval het belang van wat de Franse socioloog Pierre Bourdieu omschrijft als ‘sociaal kapitaal’, datgene wat iemand kan aanwenden om doelen te verwezenlijken. Vrienden, familieleden en buren zijn een belangrijke vorm van sociaal kapitaal, die je in staat kunnen stellen iets te realiseren. Iedereen die weleens een fiets heeft geleend, een vacature doorgespeeld kreeg of het genoegen van een vriendenkring kent, weet: sociaal kapitaal is essentieel.
Juist die lange aanloop vanaf 11 november stelt mensen in staat om verbindingen te leggen, netwerken uit te breiden en kapitaal op te bouwen. Ik heb zelf vele uitjes, relaties en zelfs huwelijken zien eindigen en ontstaan tijdens mijn carnavalsdagen. Door jaarlijkse herhaling kunnen zachte verbindingen zelfs verdichten en de waarde daarvan valt nauwelijks te onderschatten.
En dat blijft niet beperkt tot het carnavalsseizoen. Zo ging de Amerikaanse socioloog Robert Putnam nog een stap verder en toonde overtuigend aan dat een hoge mate van sociaal kapitaal en vertrouwen essentiële steunberen zijn voor een doorleefde democratie.
De toenmalig veiligheidscoördinator van de gemeente Maastricht stelt in een interview dat ze in die stad tijdens carnaval de politie van Amsterdam en Rotterdam op bezoek hadden en ‘die stonden ervan te kijken dat we dit zonder inzet van de ME in goede banen leiden. Maar tijdens carnaval vinden niet meer incidenten plaats dan op een reguliere zaterdagavond, terwijl er wel tussen de zestig- en honderdduizend mensen in de stad zijn.’ Naast het beeld van mateloosheid of dat kleffe ons-kent-ons, staat dus ook het beeld van zelfregulering, disciplinering en vertrouwen.
Die kijk op democratie gaat verder dan waar het nu bij ons veelal over gaat. Als politici spreken over democratie gaat het vooral over verkiezingen, inspraak of zelfs ‘goed bestuur’. Ooit was het Hans van Mierlo nog te doen om democratische ‘kanalen te graven’ richting de macht. Een referendum, kiesstelselwijziging en inspraak moesten bijdragen aan meer democratie. Voor een ‘levendige democratie’ gaat het bij de BBB nu om ‘meer inspraak en een corrigerend referendum’, de PVV om een bindend referendum en gekozen burgemeester en voerde NSC campagne voor ‘een werkende democratie’ middels een constitutioneel hof, correctief referendum en meervoudige kiesdistricten.
Het toont dat politici democratie veelal verengen tot politieke democratie. Dan wordt ‘kanalen graven’ vooral politieke kanalen graven. Dat maakt het eenvoudig om de sociale kanalen waar die politieke democratie op is gestut te veronachtzamen. Maar het zijn juist die sociale netwerken die creativiteit, verbondenheid en vindingrijkheid kanaliseren. Kanalen die ervoor zorgen dat men samen zingt, een optocht organiseert en een wethouder bespot. Zonder die kanalen geen doorleefde democratie.
Als carnaval iets is, is het een narrige spiegelwerkelijkheid. Carnaval houdt een lachspiegel voor en keert ideeën om. Zo ook ons idee van democratie. Dat is niets om je met dédain toe te verhouden, maar een democratisch inzicht dat zowel carnavalsvierders, barbaren als formerende politici mag aanspreken.
Source: Volkskrant