Home

Weg met de dirigent, en spelen uit het hoofd: Pynarello gooit de orkestpraktijk op de schop

Amsterdam, een repetitielokaal, zaterdagochtend. Twintig strijkers van het orkest Pynarello komen voor het eerst bij elkaar om te schaven aan Verklärte Nacht, het zwoel-romantische meesterwerk van Arnold Schönberg. Binnenkort gaat het mee op tournee van Tilburg tot Groningen, nu wordt er uitgeprobeerd en gediscussieerd. Meteen valt op: geen dirigent te bekennen. Iedereen draagt suggesties bij, met aanloopjes als: kunnen we proberen..., ik zou graag..., ik merk...

Zo democratisch doen ze dat bij Pynarello, het collectief dat de orkestpraktijk op de schop gooit. Dus weg met de dirigent. Niet zittend spelen, maar staand. En het rebelst: alle noten uit het hoofd spelen, zo nodig hele symfonieën. Maar waarom wil een orkest dat? Is het niet moeilijk en stressvol? En wat levert het op?

Over de auteur
Guido van Oorschot schrijft sinds 2000 voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera. Hij maakt de maandelijkse podcast Klassieke klets.

Bij de eerste verkenning van Verklärte Nacht zit iedereen nog gewoon op een stoel, met de noten voor de neus. Wel zo efficiënt, zegt violist Lonneke van Straalen als je verwijst naar een vertraging in maat 94. Van Straalen richtte Pynarello op in 2017. Ze kwam op de naam toen ze een fiets zag van het Italiaanse sportmerk Pinarello. Haar eerste uit-het-hoofdervaring had ze bij het Aurora Orchestra in Londen. ‘Ze speelden staand en zonder lessenaars. Ik vond het een bevrijding. Je wordt wendbaar, kunt je omdraaien en maakt met iedereen contact.’ Altviolist Michiel Wittink vult aan: ‘Behalve beter kijken ga je ook beter luisteren. Zo kom je sneller tot de essentie van musiceren: verbinding.’

Van Straalen: ‘Daar hebben we het onderling ook weleens over: hoe pak jij het aan? Iedereen volgt een andere strategie. De een heeft een fotografisch geheugen en ziet de noten voor zich. Een ander gebruikt zijn spiergeheugen: de bewegingen die je al studerend maakt, slijten langzaam in. Weer een ander benut het muzikale geheugen: waar gaat deze melodie heen? Maar vaak is het ook ouderwets stampen. Ik herinner me dat ik weken heb geploeterd op de complexe, tegendraadse ritmes van Stravinsky’s Sacre du printemps.’

‘Nu snap je meteen’, zegt de cellist Emma Kroon, ‘waarom we met Pynarello niet elke week of elke maand een nieuw programma kunnen spelen. Dan krijg je een gefrituurd brein.’

Kroon: ‘Na elk project houden we onder de spelers een enquête. Daarin staat ook de vraag: ervaar je meer spanning omdat je uit het hoofd speelt? Keer op keer blijkt dat niet zo te zijn.’

Altviolist Wittink: ‘Toch dacht ik toen ik voor het eerst meedeed: gaat het wel lukken? Vooral in de aanloop naar de eerste repetitie, of vlak voor een concert. Maar al doende heb ik geleerd hoe verbazend krachtig het menselijk geheugen is.’

Cellist Kroon: ‘En vlak het groepsgevoel niet uit. In Pynarello heerst een groot onderling vertrouwen. Natuurlijk krijgt iemand weleens een black-out, of vliegt in al z’n enthousiasme uit de bocht. Nou en, dat gebeurt in andere orkesten ook. En je weet dat de groep je opvangt.’

Michiel Wittink: ‘Bij een concert merk je meteen dat de dynamiek anders is, alleen al doordat de lessenaar als fysiek obstakel ontbreekt. Het publiek pikt meteen op dat wij ons durven over te geven aan de muziek.’

Van Straalen: ‘Dat directe contact mis ik soms als ik meespeel bij andere orkesten, hoe fantastisch een concert ook kan zijn. Je loopt via de artiesteningang binnen en gaat langs de artiesteningang weer weg. Dan denk ik: maar voor wie heb ik nu eigenlijk gespeeld? Daarom vind je heel Pynarello na een optreden in de foyer.’

Van Straalen: ‘Ik zou niet weten waarom niet. De enige beperking die ik zie is opera. Je zit met z’n allen in de orkestbak en krijgt niet mee wat de zangers boven je op het toneel doen. Het repetitie- en productieproces van opera is zo lang en ingewikkeld dat vanaf de lessenaar spelen met een dirigent erbij juist handig is.’

Cellist Kroon: ‘Maar niet elk orkeststuk beklijft even makkelijk. Voor Beethovens Vijfde symfonie kun je me midden in de nacht wakker maken en dan speel ik de cellopartij zo weg. Maar er zijn ook stukken die ik een maand later al niet meer in de vingers heb. Kun je opnieuw beginnen.’

Vanaf 7 februari toert Pynarello door het land met het programma Ode aan de Liefde. Centraal staat Arnold Schönbergs strijkerswerk Verklärte Nacht. De sopraan Jeanette van Schaik zingt liefdesaria’s en de schrijvend performer Naomi Grant tilt de romantiek naar het heden. Onlangs kreeg Pynarello De Ovatie, de prijs voor het indrukwekkendste klassieke concert van het seizoen 2022-2023.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next