Het meest opvallend aan de jongste FDF-campagne zijn niet de woorden maar de mikpunten: het begint Mark van den Oever kennelijk te dagen dat hij een achterhoedegevecht voert.
Het was alweer even geleden dat Farmers Defence Force-voorman Mark van den Oever van zich liet horen. Vandaar ook misschien dat in het collectieve geheugen weer wat was weggezakt dat intimidatie een pijler is van zijn bestaan als actievoerder. Voor de boeren die minister Van der Wal een huisbezoek brachten, had hij destijds niets dan lof. Het waren zijn aanhangers die ministers en Kamerleden op de sociale media met de dood bedreigden. Zelf zette hij een peiling op Facebook met de vraag of Brabantse CDA-politici ‘persoonlijk’ moesten worden aangepakt wegens hun ‘verraad’ aan de boeren.
Zijn filmpje waarin hij vrijdag, met een brandende vuurstapel op de achtergrond, aankondigde dat minister Piet Adema en NSC-Kamerlid Harm Holman nu ‘in het centrum van de belangstelling’ komen te staan, paste dus naadloos in een traditie. Dat geldt overigens ook voor de veelbesproken reactie van BBB-leider Van der Plas, die als zo vaak benadrukte dat ze niets moet hebben van geweld en intimidatie maar intussen aarzelde om afstand te nemen van de manier van opereren van FDF.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De angst om een deel van haar achterban voor het hoofd te stoten, zal een rol spelen. Maar als dat inderdaad zo is, kan ze haar borst nog nat maken. Het meest opvallende aan Van den Oevers filmpje waren namelijk niet zijn woorden, maar zijn mikpunten: nu eens niet D66 en GroenLinks, maar politici van partijen die doorgaans uiterst voorzichtig omspringen met de emoties op het platteland. Adema heeft de afgelopen twee jaar hemel en aarde bewogen om vooral niemand boos te maken en niemand ergens toe te dwingen. Het is een belangrijke oorzaak voor het feit dat Nederland vijf jaar na de stikstofuitspraak van de Raad van State nog altijd geen overtuigend stikstofbeleid heeft.
Toch zal het Van den Oever zijn opgevallen dat Adema niet ontkent dat er wel iets moet gebeuren, omdat dat nou eenmaal de juridische werkelijkheid is: zonder aantoonbare afname van de natuurschade zullen rechters overal bouwvergunningen blijven weigeren. Het is vrij schieten voor de milieubeweging.
Dat weet ook Holman, die weliswaar veel kritiek heeft op het demissionaire kabinet, maar wel vindt dat actie noodzakelijk is: NSC wil de stikstofdoelen van Rutte IV voor 2030 halen, is voor een (vrijwillige) opkoopregeling voor veehouders en wil de mestmarkt weer ‘in balans’ brengen met 25 procent minder varkens en 10 procent minder koeien. Ook hoopt Holman boeren te overtuigen dat krimp goed voor hen is: ‘Wat wij willen, is de landbouw in balans brengen met de milieugebruiksruimte.’
Dat is in grote lijnen ook het VVD-standpunt. Van der Plas weet zich aan de formatietafel dus geconfronteerd met twee gesprekspartners die de realiteit van het Nederlandse mestprobleem niet ontkennen. Beredeneerd vanuit NSC, de partij die zo gespitst is op behoorlijk bestuur en een betrouwbare overheid, zou dat ook geen optie zijn.
Zelfs het meest rechtse kabinet van na de oorlog zal – als het er al komt – dan ook vroeg of laat stuiten op Van den Oevers razernij. Hij is geen bondgenoot op wie Van der Plas nog lang kan bouwen.
Source: Volkskrant