Home

‘De werk-Patricia is heel iemand anders dan de privé-Patricia’

‘Ik vertel eerst iets over mijn jeugd, want dat is relevant voor dit verhaal. Tijdens een hete zomer hadden we een plaag van vliegende mieren in onze tuin. Op een dag gooide mijn moeder spiritus over het mierennest. Toen ze het wilde aansteken, ontplofte die fles en vatten mijn kleren vlam. Mijn moeder zette me gillend onder de douche. Daar zag ik mijn eigen benen in brand staan.

‘Ik ben destijds voor de helft verbrand, behoorlijk ernstig, ook in een deel van mijn gezicht. Als 12-jarig meisje lag ik twee weken in coma in het brandwondencentrum in Beverwijk. Daarna begon de hel van het dagelijkse verband verschonen. Dat is heel pijnlijk kan ik je vertellen, want dat trekken ze eraf en dan liggen je benen open. Ze hebben met een soort kaasschaaf stukjes huid van mijn onderbenen gehaald en naar mijn diepste wonden getransplanteerd.

‘Omdat je nog groeit en je verbrande huid niet meerekt, heb ik tot mijn 18de zo’n twintig operaties ondergaan. Na al deze ellende en een doodsaaie kantoorbaan ging ik bij de politie werken, dat leek me uitdagend. Nou, dat was het ook. Op mijn 22ste had ik mijn eerste grote incident: een aanrijding met letsel. En brand.

‘De vlammen sloegen uit die auto, terwijl de bestuurder er nog in zat. Je wilt die man redden. Dan komt de werk-Patricia tevoorschijn, dat is heel iemand anders dan de privé-Patricia. Je gaat handelen en schakelt je emoties uit. Je denkt: ik kán dit.

‘Met onze poederblusser probeerden we die brand te blussen, maar dat ding werkte niet. Vervolgens kregen we die man er niet uit, hij zat bekneld tussen het dashboard en zijn stoel. Zelfs de brandweer kreeg hem niet los; die auto is weggetakeld met dat lichaam er nog in, hij was inmiddels overleden.

‘Daarna moesten mijn collega en ik het slechtnieuwsgesprek gaan voeren. We belden aan, de echtgenote deed open. Die ziet twee blauwbloezen staan en weet meteen: foute boel. Binnen word je met de emoties van de familie geconfronteerd, dan krijgt zo’n anonieme dode ineens een gezicht. Voor die nabestaanden is er een leven vóór en na ons bezoek. Wij zijn de kwaaie boodschapper.

‘Thuis moest ik ontzettend huilen. Dat is natuurlijk niet zo raar, als je zelf in brand hebt gestaan en vervolgens iemand ziet verbranden. Op dat moment besloot ik: ik ga voortaan óf een incident afhandelen, óf het slechtnieuwsgesprek doen, maar nooit meer allebei.

‘Ik heb veel brandincidenten meegemaakt, dat is soms moeilijk. Begin 2019 was hier in het Haagse Laakkwartier een grote gasexplosie. Ik was daar wijkagent, scheurde er op mijn scooter naartoe, kwam als eerste aan en zag hoe een heel huizenblok was opgeblazen. Vuur. Paniek. Rennende mensen. Puin. Gesprongen ramen. Heel veel rook.

‘Ik ging collega’s aansturen: haal afzetlint en zet de boel hier af, jaag die ramptoeristen weg, voer de bewoners af. Ik hielp mensen uit hun huizen halen en regelde dat ze werden opgevangen in de koffieruimte van de nabijgelegen seniorenwoningen.

‘Kort nadat de brandweer had gezegd dat het weer veilig was, kwam er een jongen naar me toe: ‘Er ligt toch nog iemand onder het puin?’ ‘Nee joh’, zei ik, ‘relax, iedereen is veilig.’ Uren later hebben ze toch een slachtoffer onder het puin gevonden. Hij was behoorlijk verbrand en werd met een ambulance weggevoerd.

‘Hoewel dat een van mijn wijkbewoners was, ben ik niet naar hem toe gegaan. Dat leek me niet verstandig met mijn verleden. Bij brandwonden worden bij mij ook weer dingen opengereten. Ik wilde er niks van weten. Geen naam, geen leeftijd, niks. Uit zelfbescherming. Je stopt het weg.

‘Dat is nu vijf jaar geleden. Het bijzondere is: begin dit jaar kwam ik tijdens een winkelcontrole iemand tegen. ‘Patries!’, riep hij, ‘hoe is het met je?’ Ik herkende hem eerst niet, totdat hij zei: ‘Ik ben die jongen van onder het puin bij die explosie.’ Toen zag ik het, ik kende hem al toen hij nog zo’n klein mannetje was, altijd aan het spelen in mijn wijk.

‘‘Joh, hoe is het?’ vroeg ik. Hij vertelde dat hij erg was verbrand, veel operaties had gehad en liet mij z’n benen zien. Het zag er afschuwelijk uit en het gaat ook nooit meer goedkomen, weet ik uit ervaring.

‘Toen deed ik iets wat ik normaal nooit doe: ik liet hem ook mijn littekens zien en vertelde wat mij is overkomen. Ik gaf nog advies: ‘Draag ’s nachts handschoentjes tegen de jeuk, dan krab je de boel niet open.’ We hadden een openhartig gesprek. Hij bedankte me en zei: ‘Ik vond jou altijd al zo’n toffe, relaxte wijkagent.’

‘Op dat moment realiseerde ik me: je moet het niet wegstoppen. Erover praten hélpt. Het deed me goed. En hem ook.’

Dinsdag 6 februari 2024 verschijnt het boek Die ene melding (uitgeverij Prometheus, € 21,99), waarin zeventig afleveringen uit deze politieserie zijn gebundeld.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next