Vorig jaar doneerden 292 mensen bij overlijden een of meer organen, meldt de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) in de jaarcijfers. Dat is een toename van 2,5 procent. In 2022 gingen 285 anderen hun voor. De NTS sprak toen al van het grootste aantal ooit.
In meer gevallen vond orgaandonatie plaats na euthanasie. Wel gaven iets minder levenden een (deel van een) orgaan aan een ander. De NTS ziet die lichte daling als een "gewone schommeling". In totaal werden 1.417 patiënten met een orgaantransplantatie geholpen.
De NTS ziet dat patiënten iets minder lang hoeven te wachten op een donororgaan. Zo daalde de wachttijd voor nierpatiënten van 29 naar 27 maanden. Ook de wachttijd voor andere organen nam in 2023 af.
'We zien dat meer patiënten een plek op de wachtlijst kunnen krijgen zonder dat de wachttijd toeneemt", vertelt NTS-directeur Naomi Nathan. "En dat is goed nieuws. Want hierdoor kunnen meer patiënten geholpen worden met een levensreddende orgaantransplantatie."
Hoewel de wachttijd dus iets is afgenomen, nemen de wachtlijsten niet voor alle organen af. Dat komt doordat er meer mensen op de wachtlijst bij komen. Ook komen patiënten sneller op de wachtlijst dan voorheen.
Naast een orgaantransplantatie zijn ook veel mensen geholpen met een weefseltransplantatie. In 2023 doneerden 2.543 mensen na overlijden één of meer weefsels. Dat gaat vooral om het hoornvlies, de hartklep, huid en bot.
Zo vond er afgelopen jaar 1.947 keer een hoornvliestransplantatie plaats, iets vaker dan in 2022. Ook bot- en huidweefseltransplantaties vonden veelvuldig plaats, schrijft de NTS. Een donor kan hiermee namelijk meerdere patiënten helpen.
"De wachtlijsten voor weefsel zijn stabiel, de vraag en het aanbod zijn in evenwicht", laat de NTS weten over de weefseltransplantaties.
Source: Nu.nl algemeen