Home

Aan vergeven wil niemand in Noord-Ierland nog denken. ‘Het zit in mijn hoofd en daar blijft het tot ik sterf’

Burgeroorlog Unionisten en nationalisten, die in Noord-Ierland normaliter overhoop liggen, zijn eensgezind in hun kritiek op een nieuwe amnestiewet. Want niemand wil amnestie voor de ander.

Het was hun zondagse bingoavond met de rest van de buurt. De vader van Harry Gagan vroeg of hij even naar huis wilde lopen om te kijken hoe het met de kinderen ging die waren thuisgebleven, maar daar had Harry geen zin in. Zijn zus Margaret zei dat zij wel wilde gaan. Ze ging en werd onderweg doodgeschoten.

Harry Gagan is nu 64 jaar. Hij was twaalf toen zijn zus, één jaar ouder dan hij, werd neergeschoten door Britse militairen. Nog altijd voelt hij zich schuldig dat híj niet ging. „Ze zeggen dat ik hulp moet zoeken, met een therapeut moet praten. Maar wie ik ook spreek, het zit in mijn hoofd en daar blijft het tot ik sterf.”

Dit gebeurde in de zomer van 1972. Nu, bijna 52 jaar later, is de zaak van Margaret Gagan onderwerp van een gerechtelijk onderzoek. Ze was een van de vijf slachtoffers van wat in Noord-Ierland bekendstaat als het ‘Springhill-bloedbad’, waarbij Britse militairen in een katholieke buurt het vuur openden op ongewapende burgers. Naast Margaret Gagan werden een jongen van vijftien, een jongen van zestien, een man van 38 en een priester van veertig neergeschoten.

Als Harry Gagan en de andere nabestaanden geluk hebben, dan is het onderzoek vóór 1 mei aanstaande afgerond. Lukt dat niet, dan is hun kans op gerechtigheid voorbij.

Het Britse parlement heeft namelijk vorig jaar september een wet aangenomen die bepaalt dat alle onvoltooide gerechtelijke onderzoeken en civiele zaken over The Troubles – de burgeroorlog tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland van 1969 tot 1998 – op 1 mei worden stopgezet. Er komt een nieuwe verzoeningscommissie die amnestie kan verlenen aan individuen die naar eer en geweten getuigen. Zo kan er een streep onder de gewelddadige geschiedenis getrokken worden, redeneerde de Conservatieve Partij.

Alleen zien ze dat in Noord-Ierland anders. Geen van de politieke partijen in Noord-Ierland kan zich in de wet vinden; zo eensgezind zijn ze niet vaak. Zowel de unionistische partijen (die Noord-Ierland als verweven met het VK zien) als de nationalistische partijen (die liever één herenigd Ierland willen) waren ertegen. Beide kanten willen geen amnestie voor de ander mogelijk maken. Uit protest tegen de wet is de regering van Ierland nu zelfs een rechtszaak begonnen tegen het Verenigd Koninkrijk bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), omdat de wet in strijd zou zijn met rechten die zijn vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Die rechtszaak kwam er mede op aandringen van Mark Thompson van Relatives for Justice, een non-gouvernementele organisatie in Belfast die nabestaanden helpt bij verwerking van hun trauma’s en waar mogelijk gerechtigheid probeert te krijgen voor gepleegde misdaden tijdens het conflict. „Ik ben naar Dublin gegaan en naar de Ierse gemeenschap in de Verenigde Staten om hiervoor te lobbyen. Ierland heeft het eerst diplomatiek geprobeerd, zodat het niet tot een rechtszaak hoefde te komen, maar de Britten luisterden niet”, zegt hij.

Op de muur voor hun pand hangt een grote schildering, gericht tegen de wet. Vrouwe Justitia heeft haar blinddoek om haar mond gebonden, in plaats van over haar ogen. „Staatsmoord is staatsmoord”, staat op haar buik geschreven.

Mark Thompson vertelt hoe ze de afgelopen decennia met horten en stoten de weg vrijmaakten voor onafhankelijk onderzoek naar de opstelling van de Britse politie en militairen, die tijdens het conflict geregeld met geweld de orde probeerden te herstellen. De Britse overheid is altijd aan het traineren en vertragen, zegt Thompson: „Dan verklaren ze allerlei documenten ineens tot staatsgeheim, dan hebben ze meer tijd nodig om hun archief door te nemen, of zijn er juist dingen verdwenen. Ze grijpen alles aan voor uitstel.”

Cruciaal was een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2001, waarbij rechters in Straatsburg vaststelden dat het VK fatsoenlijk onderzoek had moeten doen naar de dood van tien leden van het Ierse Republikeinse leger (IRA). Door dat na te laten, schond het VK artikel 2 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin het recht op leven ligt vastgelegd. Na een paar mislukte pogingen om zulk onafhankelijk onderzoek te faciliteren, spraken de Britse en Ierse overheid in 2014 af dat er een nieuw mechanisme zou komen dat transparant, eerlijk en gebalanceerd naar de incidenten zou kijken. Daar is het onderzoek naar Springhill nu onderdeel van.

Die nieuwe afspraken werkten, al duren veel onderzoeken nog altijd jaren en kost het veel tijd voor ze überhaupt tot stand komen. Bij veel gezinnen drukt het verlies nog altijd zwaar op de nabestaanden, vertelt Martin Butler, dus zo’n onderzoek vraagt veel van hen. Hij is de zoon van Patrick Butler, de 38-jarige man die ook werd doodgeschoten in Springhill. „Thuis praatten we nooit over wat er was gebeurd. Dat kon mijn moeder niet aan.” Elke keer dat er een nieuw Brits regiment kwam, deden de militairen bij hen een huiszoeking. „Mijn moeder nagelde het tapijt niet eens meer vast, omdat ze dat toch steeds weer eruit moest halen. En soldaten spuugden op de foto van mijn vader die aan de muur hing.”

Dat de regering in Londen heeft besloten om alle lopende onderzoeken te stoppen, noemt Butler wreed. „Ons onderzoek kan nog op tijd klaar zijn, maar iedereen na ons kan alles in de prullenbak gooien.”

In de onderzoekscommissie die er volgens de nieuwe wet komt, eenzijdig door ‘Londen’ in het leven geroepen, heeft hij geen vertrouwen. „Wij hebben altijd gezegd dat we niet geïnteresseerd zijn in de veroordeling van de Britse militairen. Dat krijgen we toch nooit voor elkaar. Wij willen alleen dat de naam van onze familie wordt gezuiverd, dat onze mensen onschuldig worden verklaard.”

In recente onderzoeken concludeerde de rechter inderdaad dat de neergeschoten burgers ongewapend waren en niet de bedreiging vormden waardoor Britse militairen naar eigen zeggen het vuur hadden geopend. Ook Margaret Gagan en Patrick Butler waren volgens de Britse lezing schietgevaarlijk. Harry Gagan: „De verklaring van de soldaat destijds was dat hij dacht dat Margaret een twintigjarige man was met een wapen in zijn linkerhand. Een meisje van dertien, een gewapende schutter?”

Voor het eerst in de geschiedenis van Noord-Ierland is zaterdag een premier van een nationalistische partij beëdigd. Tot nu toe werd het land altijd geregeerd door unionistische politici, elf op rij. Sinds zaterdag mag Michelle O’Neill van Sinn Féin zich premier noemen.

Met de installatie van een nieuwe regering komt een eind aan een twee jaar lange impasse in de Noord-Ierse politiek, die ontstond doordat de Democratic Union Party (DUP) zich tegen Brexit-afspraken keerde. Eerder deze week liet de DUP haar bezwaren tegen de handelsafspraken uit het akkoord varen, na nieuwe afspraken met de Britse regering over vrij verkeer van goederen tussen Noord-Ierland en de rest van het Verenigd Koninkrijk.

Sinds de Brexit bestond er de facto een grens tussen Noord-Ierland en de rest van het VK, ook omdat een grens op land tussen Ierland en Noord-Ierland onbespreekbaar was gebleken. Omdat Noord-Ierland daarmee op afstand van de rest van het VK zou worden geplaatst, stapte de DUP twee jaar geleden uit de regering.

Sinn Féin won kort daarop de verkiezingen, maar het land bleek door de weigering van de DUP onbestuurbaar. Noord-Ierland moet – zo is vastgelegd in de Goedevrijdag-akkoorden van 1998 – bestuurd worden door zowel een unionistische als een nationalistische partij.

Met het akkoord vorige week, na massale protesten vorige maand van de Noord-Ierse bevolking, was de weg vrij voor de DUP om weer regeringsverantwoordelijkheid te nemen. „Dit is een historische dag”, zei de 47-jarige O’Neill zaterdag.

De Conservatieve Partij komt met de wet tegemoet aan Britse veteranen, die na hun getuigenis geen vervolging meer hoeven te vrezen voor hun diensttijd in Noord-Ierland. Er zitten bijna vijftig veteranen in het Lagerhuis, van wie de overgrote meerderheid voor de Conservatieven. Veteranenclubs zijn dan ook zo’n beetje als enige positief over de wet en noemen die „een voorzichtige stap in de goede richting”. Een nationalistisch element speelt hier zeker mee: de Tories willen graag hun trots op de Britse strijdkrachten tentoonspreiden.

De rechtszaak die Ierland tegen het Verenigd Koninkrijk is begonnen in Straatsburg helpt de Conservatieven daar in wezen bij. Het EHRM moet het al langer bezuren bij de radicalere rechterflank van de Conservatieve Partij. Die ziet het liefst dat het VK dat hof niet langer erkent en zich helemaal terugtrekt uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het verdrag zit de Tories in de weg, bijvoorbeeld bij hun plan om asielzoekers voortaan uit te besteden aan Rwanda. Premier en partijleider Rishi Sunak zegt vaak dat hij niet zal toelaten dat „een buitenlandse rechtbank” vluchten naar Rwanda zou blokkeren.

Rechtsbuiten van de partij Suella Braverman riep, nadat bekend was geworden dat Ierland naar het EHRM was gestapt, opnieuw op om de ratificatie van het verdrag in te trekken. „Jarenlang zijn dappere veteranen onheus bejegend door de rechtbanken. […] Het VK moet er alles aan doen om hen te beschermen.” Als het EHRM straks beslist dat het VK fout zit, is dat volgens Braverman en de haren extra reden om het internationale verdrag op te zeggen.

Een andere mogelijkheid is dat Labour de wet intrekt, bij een machtswissel na Lagerhuisverkiezingen later dit jaar. Partijleider Keir Starmer heeft vorig jaar gezegd dat hij de wet een stap achteruit vindt, eentje die „het wachten op antwoorden en rekenschap voor veel gezinnen verder zou verlengen”.

Veel vertrouwen hebben ze bij Relatives for Justice niet in Starmers belofte om de wet in te trekken, mocht Labour inderdaad aan de macht komen. De veteranenclubs zullen ook hem belobbyen, denkt Mark Thompson, dus zet Relatives for Justice vol in op de juridische route. Het EHRM verklaarde immers al eerder het handelen van de Britse regering in strijd met de mensenrechten – en nu zijn volgens Ierland diezelfde verdragsartikelen weer in het geding. En naast de Europese zaak lopen er ook meerdere rechtszaken bij lagere rechters in Noord-Ierland. „Uiteindelijk komen we er wel. Veel van de nabestaanden worden ouder en overlijden, maar de jongere generatie is vastbesloten om namens hen gerechtigheid te krijgen.”

Source: NRC

Previous

Next