In de Amsterdamse nachtclub Lofi kijken de dansende bezoekers niet alleen naar de dj van dienst, vaak richten ze hun blik omhoog. Aan het plafond van de club hingen de afgelopen maanden zeventien lichtstaven achter elkaar, in een lijn die de hele ruimte van achteren naar voren doorkruiste. Licht in allerlei kleuren leek van de staven te druppelen, om vervolgens weer omhoog te schieten, richting het plafond. In onvoorspelbare en betoverende patronen bewoog het licht over de spijlen. Net als de bezoeker dacht de installatie te begrijpen, bleken de staven van links naar rechts over het plafond te kunnen bewegen. Met een lome S-bocht vulde de installatie de ruimte nog verder op.
Deze installatie werd speciaal gemaakt door de mediakunstenaars van Lumus Instruments speciaal voor het Amsterdam Dance Event van oktober vorig jaar. Hij hing tot een week geleden in de club, en is nu vervangen door een nieuwe installatie van Lumus Instruments. Bij deze installatie lijken rechthoeken elkaar te doorkruisen en beweegt het licht op eenzelfde magische manier over de geometrische vormen. Club Lofi geeft de kunstenaars veel ruimte, en is daarin steeds minder uniek. Dat de rol van mediakunst in het nachtleven groeit is duidelijk zichtbaar voor wie weleens een feest bezoekt. Uit gesprekken met mediakunstenaars blijkt dan ook dat het aantal clubs en festivals dat hun werk wil hebben toeneemt.
Over de auteur
Els de Grefte is popredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over popmuziek en cultuur in brede zin.
Timo Lejeune is een van de drie oprichters en eigenaren van Lumus Instruments. Hij is al vanaf het prille begin van Lofi in 2019 betrokken bij het lichtplan van de club. Nog tijdens zijn studie industrieel ontwerpen in Eindhoven ontwierp hij met medeoprichter Julius Oosting de audiovisuele installatie Omnipresent, waarvoor ze een ruimte vulden met lichtgevende voorwerpen die live reageerden op muziek. Met hun werk trok het net opgerichte Lumus Instruments de aandacht in het nachtleven.
Hun werk werd ook gezien door de oprichters van Lofi. ‘We deden toen al wel leuke dingen, maar het waren echt nog knutselprojecten’, zegt Lejeune. ‘Je hebt dat soort mensen nodig om te kunnen vernieuwen. Mensen die je alle vertrouwen en een budget geven.’ Zo heeft Lumus Instruments de ruimte vanaf de allereerste ledstrip naar hun hand kunnen zetten.
Daardoor zit achter het lichtplan in de hele clubruimte van Lofi één artistieke visie. ‘Dat maakt Lofi wat mij betreft een unieke club in Europa’, zegt Lejeune. ‘Ik ken geen andere club met zo’n specifieke esthetiek.’ Dat Lumus Instruments de vrije hand heeft, geeft het collectief ook de mogelijkheid om alles te perfectioneren. Tijdens ieder feest kunnen kleine details in het lichtplan worden aangepast.
Er zijn steeds meer mediakunstenaars die zich richten op licht in nachtclubs, valt ook Lejeune op. De belangrijkste oorzaak: toegankelijke technologie. ‘We kregen laatst een mailtje van een Canadese man, verstuurd op zijn 54ste verjaardag’, zegt Lejeune. ‘Hij vertelde dat hij op onze Instagrampagina was gestuit en dat hij dat het mooiste cadeau vond wat hij voor zijn verjaardag had gekregen. Hij probeerde dertig jaar geleden soortgelijke dingen te maken, maar de technologie bestond toen simpelweg nog niet. Je kan allemaal ideeën hebben, maar als de techniek er niet is of als die onbereikbaar is, wordt het hem gewoon niet.’
Zoals de opkomst van relatief laagdrempelige muzieksoftware als Traktor en Ableton een nieuwe generatie dj’s voortbracht, doet visuele software als Touchdesigner dat nu voor lichtkunstenaars. Iedereen met een laptop kan aan de slag met deze software, en voor je het weet heb je een lichtshow ontworpen.
De ontwikkeling van lichtkunst is niet hetzelfde als die van elektronische muziek. Zo zijn de kunstenaar en de lichttechnicus vaak nog dezelfde persoon: degene die het lichtplan heeft ontworpen, gaat zelf over de bediening ervan. Aan de geluidskant zijn de dj en de geluidstechnicus van elkaar gescheiden.
De positie van de visuele artiest in het nachtleven is nog niet optimaal, vindt Lejeune. ‘We moeten toe naar een systeem waarin ook artiesten zoals wij zichtbaarder worden en erkenning krijgen’, zegt hij. Als een visuele kunstenaar iets maakt op een festival, staat hun naam nu nergens, waardoor de bezoeker niet weet wie de lichtinstallatie heeft gemaakt. De namen van dj’s prijken wel op de line-up, terwijl een lichtkunstenaar niet minder hard werkt: dj’s wisselen elkaar om de twee uur af, de lichtoperator staat er tien uur lang.’
Hij pleit daarom voor een andere mentaliteit in nachtclubs. ‘Er moet meer balans komen tussen de aandacht die er vanuit de club naar de dj en naar de visuele artiest gaat', vindt Lejeune. Dj's en visuele artiesten komen zo dichter bij elkaar, wat de kunst ten goede komt. ‘Je hebt allebei de helft van de ervaring van de bezoekers in handen: je moet het samen doen.’
‘Bijna alle mediakunstenaars die ik ken, hebben een geschiedenis met clubs’, zegt kunstenaar Boris Acket. Zelf maakte hij meermaals mediakunst voor de Amsterdamse nachtclub De School, die in januari haar deuren sloot. Ondanks het verdwijnen van die toonaangevende club is er nog steeds een vruchtbaar klimaat voor mediakunst in het nachtleven: laatst zag Acket zes festivals en clubevents met mediakunst in een periode van twee weken. ‘Het is vet om te zien dat daar in Nederland veel aandacht voor is. We zijn daar internationaal gezien uniek in.’
De combinatie van mediakunst en het nachtleven is best logisch, vindt Acket. ‘In een nachtclub begeef je je in een soort vacuüm buiten de maatschappij. Je tijdsbeleving is er compleet anders dan op andere plekken’, zegt hij. Dat is precies het effect dat veel mediakunst ook wil bereiken. In De School exposeerde Acket vorig jaar een doek dat eindeloos bewoog en daardoor het licht steeds anders weerkaatste. ‘Sommige mensen zijn daar meer dan acht uur blijven steken, omdat ze zo gefascineerd waren door die beweging’, zegt hij. ‘Het is wel kunst waar je een bepaald geduld voor moet hebben om je erin te kunnen verliezen; juist die mindset vind je vaak bij mensen in het nachtleven.’
Ook Bram van Ravenhorst van Silence of the Lights heeft een clubverleden. Hij had een eigen club in China, tot hij zich in de coronajaren volledig op licht stortte. ‘Dan kom je erachter dat er heel veel kennis te vergaren is, op allerlei fronten’, zegt Van Ravenhorst. ‘Je kunt dit werk alleen doen als je heel nieuwsgierig bent en alles wil leren.’ Er zijn volgens hem drie bouwstenen voor sfeer in een nachtclub: muziek, licht en het publiek. ‘Je hebt met licht dus best wel invloed op hoe de nacht wordt gevormd’, zegt Van Ravenhorst.
Hij leerde veel en maakt nu lichtkunst, onder andere voor het nachtleven. Op het festival Strafwerk zette hij afgelopen zomer een lichtgevende bol neer. In de bol zat een sensor, die geactiveerd werd als het publiek dicht in de buurt kwam. De bol begon dan chaotisch licht en geluid uit te zenden. In de praktijk komt het publiek bijna altijd dichtbij, het ging bijvoorbeeld in de bol zitten. Veel festivalgangers hebben de bol daardoor nooit in rustige staat gezien. ‘Zo zie ik de maatschappij ook’, zegt Van Ravenhorst. ‘We zitten in zo’n chaotische staat van zijn dat we niet eens meer weten hoe de rust voelt.’
Al sinds de eerste installatie die Nick Verstand ontwierp, gebruikt hij de mogelijkheden die hij kent uit het nachtleven: geluid, licht en de ruimte zelf. Ook al staat Verstands kunst inmiddels vaker in musea dan op feesten, de esthetiek van de clubcultuur en elektronische muziek vormt de basis voor zijn werk.
Vroeger organiseerde Verstand zelf feesten, waarvoor hij samenwerkte met een groep mensen die allemaal een aspect van de organisatie op zich namen. ‘Daar heb ik geleerd dat ik kan vragen om hulp’, zegt Verstand. ‘Als ik alle disciplines zelf zou moeten beheersen voor een kunstproject dat ik doe, zou ik daar ongeveer twintig jaar mee bezig zijn.’ Dus verzamelt hij voor zijn kunstprojecten onder andere technici om zich heen.
Met hun hulp ontwierp Verstand Orbiter, een grote ring met bewegend licht die onder andere op technofeest Awakenings hing tijdens het Amsterdam Dance Event. Midden in de ring hangt een grote discobal, waardoor het lijkt alsof planeet Saturnus het nachtleven betreedt. Orbiter kwam voor het eerst tevoorschijn tijdens een set van techno-dj Charlotte de Witte, die het werk van Verstand bleek te kennen. ‘Het is eigenlijk niet gebruikelijk om van tevoren met de dj te overleggen, maar door vijf minuten met haar te praten is die show veel strakker geworden’, zegt Verstand.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden