Wat is Felix Mendelssohn (1809-1847) toch fantastisch. Dat weet ik, dat weten de mensen die in staat zijn om zijn Vioolconcert tot een goed einde te brengen, dat weten best veel concertbezoekers. Maar hij verdient een grotere fanschare, dit zondagskind, deze zeer belangrijke figuur in zowat alles wat met de vorming van de westerse klassieke muziek te maken heeft.
Ga maar na: in Duitsland liet hij iedereen in grootschalige koren zingen. Händel en Bach kregen mede dankzij hem een flinke boost of zelfs renaissance. Hij was in Leipzig oprichter van het conservatorium, was als vooruitstrevend dirigent (met baton, het dirigeerstokje: toen een nieuwigheid) een van de vormgevers van het romantische symfonieorkest zoals we dat vandaag nog kennen. En dan schreef hij zelf ook nog eens fantastische stukken.
Al vond niet iedereen die, zeker vanaf halverwege de 19de eeuw, zo goed. Dat had minder te maken met zijn muziek – die, vooruit, niet altijd zo vooruitstrevend was: Mendelssohns helden leefden in het verleden. De receptie van zijn werk is nogal beïnvloed door zijn afkomst. Hij was Joods, de kleinzoon van de filosoof Moses Mendelssohn. Toen hij 7 was, lieten zijn ouders hem dopen. Maar voor critici als de antisemitische componist Richard Wagner bleef Mendelssohn Joods, iemand die de muziek zou vervuilen.
Toen de platenindustrie opkwam, was Mendelssohns muziek in nazi-Duitsland verboden verklaard en werden bekende stukken simpelweg vervangen. Ik denk dat dit geslagen gat nog steeds niet helemaal is gedicht, dus draag vooral bij aan mijn Mendelssohn-missie. Begin met deze stukken en bewondering zal zich meester van je maken.
Mendelssohn was een wonderkind, een muzikale grootmeester annex grumpy old man in een puberlichaam. Hij schreef in zijn jeugd een zwik strijkerssymfonieën, en op zijn 16de al een algemeen erkend meesterwerk als het Octet (voor vier violen, twee altviolen en twee celli). Hij was redelijk stijlvast, dus is het moeilijk vast te stellen wanneer die ‘volwassenheid’ zijn intrede deed.
Van zijn symfonieën voor volledig orkest vind ik de Italiaanse (1833) het fijnst, die zijn oorsprong vindt in de ‘grand tour’ die je als jongen uit de elite werd geacht te maken. Ideaal voor die dagen dat het nog net te kort licht is en de temperatuur net te laag.
Een van de grootste meesterwerken is Elias, het oratorium uit 1846 over de profeet Elia, die (als we de Bijbel mogen geloven) ten hemel werd opgenomen zonder te sterven. Djiezus, wat is die aria Es ist genug (waarin Elia zijn schepper vraagt zijn ziel te nemen) zielkervend. En daarna dat trio van vrouwenstemmen dat die sobere psalm Hebe deine Augen auf zu den Bergen zingt – dat hakt er toch elke keer weer in, hoor.
Ook Felix’ zus Fanny was een getalenteerd componist. Zij kreeg helaas niet de kans zich op dezelfde manier te ontplooien. Ze was Felix’ favoriete familielid. Hij schreef dit Zesde strijkkwartet (1847) niet lang nadat ze was overleden, en toen had hij zelf ook geen zin in het leven meer. Hoe klinkt radeloosheid? Zo.
Alle afspeellijsten van deze rubriek zijn terug te vinden op volkskrant.nl/deklassieker
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden