‘Lees níét The New York Times’, antwoordt de Amerikaan Steven Nadler (1958), die onlangs een biografie over de Nederlandse portretschilder Frans Hals schreef, op de vraag hoe de non-fictie ervoor staat in de Verenigde Staten. ‘Als je daarop afgaat, denk je dat de enige non-fictie die in Amerika wordt gepubliceerd biografieën van beroemdheden en zelfhulpboeken zijn. Lees eerder The New Yorker of The Atlantic; ook The Washington Post is beter op het gebied van boeken’, zegt Nadler via Zoom vanuit zijn zolderwerkkamer in Madison, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Wisconsin.
‘En dan nog: ik denk niet dat onze literaire non-fictiecultuur op hetzelfde niveau staat als in Europa. In de VS hebben we geen televisieprogramma’s gewijd aan de boekencultuur. En afgezien van bestsellerauteurs krijgen schrijvers niet de aandacht die ze bijvoorbeeld in Nederland krijgen. Jullie gaan nu een interview publiceren met de biograaf van een kunstenaar. Ik betwijfel of dat ooit zou gebeuren in de Verenigde Staten.’
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
‘Zeggen jullie dat echt? Wij hadden vier jaar lang een analfabeet als president! Zelf ken ik Frankrijk goed. Veel academici in Frankrijk, filosofen en historici, schrijven voor het grote publiek. Natuurlijk hebben ze hun eigen, gespecialiseerde publicaties, maar ze hebben ook de neiging om naar buiten te kijken. Terwijl filosofen in de VS vooral schrijven voor andere filosofen. Martha Nussbaum is de enige uitzondering die ik kan bedenken, zij is ook duidelijk zichtbaar in het publieke debat.’
Zelf is Nadler ook filosoof, hij is hoogleraar aan de Universiteit van Wisconsin-Madison. Hij schreef onder meer boeken over Descartes, Rembrandt en Spinoza, zoals de ook in Nederland lovend ontvangen biografie De ketterij van Spinoza – Onsterfelijkheid en het Joodse denken. Onlangs verscheen, in zowel een Nederlandstalige als een Engelstalige editie, zijn biografie over Frans Hals (Antwerpen, 1582/1583-Haarlem, 1666), die naast Rembrandt en Vermeer wordt gezien als een van de grootste Nederlandse schilders uit de 17de eeuw.
De portretschilder – Frans Hals en zijn wereld kwam uit toen in de National Gallery in Londen de grootste tentoonstelling over Hals’ werk in dertig jaar te zien was. Vanaf volgende week tot half juni zijn in het Rijksmuseum in Amsterdam vijftig van de beste werken van de Haarlemse meester te zien uit internationale topcollecties.
‘Ik ben inderdaad geen kunsthistoricus of expert op het gebied van Hals. Maar mijn eerdere biografie over Baruch Spinoza heeft Nederlandse deuren geopend. Ik moest tijdens het schrijven het 17de-eeuwse Amsterdam bestuderen, en vooral Joods Amsterdam. Dat leidde tot een project over Rembrandt, omdat hij in de Joodse buurt woonde. En dat bracht me ertoe om veel kunstwerken te bekijken. Zo stuitte ik op het wereldberoemde portret dat Frans Hals maakte van de filosoof Descartes, en daardoor raakte ik verder geïnteresseerd in Hals. Dus het liep van Spinoza (1632-1677), Rembrandt (1606-1669) en Descartes (1596-1650) naar Hals.’
‘Beide. Ik heb geen reputatie als kunsthistoricus hoog te houden. Natuurlijk ben ik zenuwachtig over hoe kunsthistorici het boek zullen ontvangen. Je moet nederig zijn als je je op een terrein begeeft waar je niet je hele leven aan bent toegewijd. Tegelijkertijd voelde ik me niet gedwongen om het soort expertwerk te doen dat kunsthistorici doen. Ik ben niet opgeleid om naar schilderijen te kijken als materiële objecten. En ik ben ook niet getraind om schilderijen te interpreteren. Dat laat ik over aan de mensen die daar beter in zijn.
‘Dus ja, op die manier was er veel druk weg. Mijn uitdaging was om een verhaal te vertellen in plaats van de kunst te lezen. Er zijn veel boeken over de kunst van Hals, en ik ga niet proberen daarmee te concurreren. Maar er was nog geen biografie gewijd aan Hals. Het archiefwerk dat wetenschappers eerder over Hals hebben gedaan, had niemand nog omgezet in een samenhangend verhaal.’
Frans Hals was, zoals Nadler in zijn biografie schrijft, een vernieuwer die iets wezenlijk anders deed in zijn portretten dan zijn voorgangers en collega’s. Het meest opvallende en herkenbare aan een Hals-portret is de losse penseelvoering; een haast impressionistische manier van schilderen. Als je het van dichtbij bekijkt, zie je alleen maar afzonderlijke penseelstreken, maar als je een stapje terug doet, komt het allemaal samen.
En dan is er de manier waarop Hals de mensen laat poseren. Ze zijn ontspannen, ze leunen achterover in een stoel of drinken een glas wijn. Er zit leven in zijn portretten. Zijn groepsportretten zijn niet statisch, zoals bij veel tijdgenoten, maar iedereen is in beweging. Er wordt gegeten, gedronken, gepraat en gelachen. ‘Als je in een zaal loopt vol met Nederlandse portretten uit de 16de en 17de eeuw en er zit één schilderij van Hals tussen, dan loop je waarschijnlijk als eerste naar dat van Hals’, stelt Nadler. ‘Een schilderij van Hals zegt bijna: kom hier!’
‘Ik denk dat ik het lastiger zou vinden de biografie te schrijven van iemand over wie we heel veel informatie hebben, zoals Rubens (1577-1640). Hoe krijg je dat voor elkaar? Er moet nog steeds een grote, dikke biografie over hem komen. Maar het zou haast een levenslang project worden, want er is zo veel documentatie, zo veel dat Rubens heeft geschreven, er zijn zo veel reizen, zo veel klanten. Zijn kunst is zo divers. Daar is dus iemand voor nodig die zijn hele leven aan Rubens heeft gewijd.
‘Zelf houd ik ervan om biografieën te schrijven over mensen van wie we niet veel weten. Van Spinoza bijvoorbeeld zijn er ook weinig persoonlijke brieven. Toen ik over hem schreef, moest ik mijn verbeelding gebruiken en proberen, zonder al te veel in speculaties te vervallen, een beeld van hem op te bouwen. Hetzelfde geldt voor Hals.’
‘Ja, vaak. Maar ook al verdwijnt Hals soms uit beeld, dan nog zijn er genoeg andere gegevens waarmee ik verder kon. Haarlem in de 17de eeuw, de hele Nederlandse Republiek in die tijd, was zo’n rijke en fascinerende plek vanuit politiek, religieus, intellectueel en artistiek perspectief, dat zelfs als Hals verdwijnt er rondom hem nog veel te vertellen is. Ik ben bijvoorbeeld in de mensen gedoken van wie hij een portret heeft gemaakt. Wie waren dat eigenlijk? Veelal vermogende brouwers en textielmagnaten. Ik denk dat het een rijker verhaal is geworden doordat ik af en toe moest uitzoomen.
‘In zekere zin is het boek net zo goed een portret van Haarlem als van Hals. Haarlem is zo charmant, zowel in de 17de eeuw als nu, dat een deel van het plezier van het schrijven van dit boek was om mezelf – en hopelijk ook de lezer – onder te dompelen in deze stad, die een belangrijk centrum was voor kunst. De meeste mensen denken aan Amsterdam als het over de 17de-eeuwse Nederlandse Republiek gaat, maar Haarlem verdient meer eer. Veel van wat wij zien als typisch Nederlandse kunst vond zijn innovatieve begin in Haarlem. Zoals de portretkunst.’
‘Er zijn goede redenen om aan te nemen dat Hals en Rembrandt begin jaren 1630 een atelier deelden in Amsterdam. Rembrandt, die jonger was dan Hals, zou best eens door hem geïnspireerd kunnen zijn geweest. Zijn schilderstijl is in de loop der jaren ook ruwer en losser geworden.
‘Hals kon in zijn portretten individuen tot leven brengen. Dat geldt ook voor Rembrandt, je hebt het gevoel dat je de afgebeelde persoon op een diepere manier leert kennen dan alleen hoe hij eruitziet. Daarin schuilt natuurlijk een gevaar. Kijk bijvoorbeeld naar het schilderij van Descartes. We weten dat hij een arrogant persoon was. En als je naar het portret kijkt, heeft Descartes iets hooghartigs. Maar zou je dat ook denken als je niet al wist dat Descartes arrogant was? Kun je de persoonlijkheid van het schilderij aflezen als je niets weet van de geportretteerde?
‘Ik denk dat het kan, in het geval van de portretten van Hals en Rembrandt. Je hebt het gevoel dat de geportretteerde zowel zijn innerlijke leven als zijn uiterlijke verschijning laat zien. Je kunt door de tijd heen een relatie aangaan met de persoon op het schilderij.’
‘Allereerst zou ik meer willen weten over zijn religieuze achtergrond. Hij is geboren in Antwerpen. Zijn familie vluchtte in 1685, maar waarom weten we niet. Was het puur om economische redenen, omdat de textielindustrie zich naar Haarlem verplaatste na de Spaanse herovering van Antwerpen, of was het omdat ze protestants waren?
‘Ook was ik graag achter de bron van zijn financiële problemen gekomen. Hals lijkt, vooral later in zijn leven, last te hebben gehad van schuldeisers die er alles aan deden om te worden betaald. En hoeveel kreeg hij eigenlijk voor zijn schilderijen? In slechts een paar gevallen weten we wat hij vroeg.’
‘Hij had minstens veertien, misschien vijftien kinderen, en ze waren een bron van problemen. Hij had een zoon die geestelijk gehandicapt was en naar een inrichting moest, een dochter die twee keer buitenechtelijk zwanger raakte. Hij had andere zonen, die schulden maakten. Hij overleefde meerdere kinderen die op jonge leeftijd stierven en hij verloor een zoon op zee.
‘We hebben geen enkele correspondentie van hem, geen dagboeken. Maar ik had graag willen weten hoe dit voor hem is geweest. Ik heb zelf twee kinderen en je kent de uitdrukking: ‘Kleine kinderen, kleine problemen, grote kinderen, grote problemen.’ Hals had levenslang problemen met zijn kinderen. Als je een biografie schrijft, wil je weten hoe iemand omgaat met dit soort trauma’s, dit verdriet. Maar we weten niets over Hals’ innerlijke leven.’
‘Rond mijn 30ste heb ik Nederlands leren lezen toen ik mij verdiepte in Spinoza, ik heb toen wat Nederlandse grammaticaboeken gekocht. Op de middelbare school heb ik ooit Frans geleerd. Ik denk dat als je eenmaal een vreemde taal hebt geleerd, je weet hoe je een taal moet leren. Een taal leren is als een kookboek lezen: je krijgt het recept, dat is de basis, en je hebt de ingrediënten. En dan groeit je woordenschat. Vervolgens begin je gewoon te vertalen, dingen te lezen, met een woordenboek in de buurt. En uiteindelijk kun je het.
‘Spreken is moeilijker. Ik ben ongeveer één keer per jaar in Nederland, om vrienden te bezoeken, en als ik dan in Amsterdam ben en iets in het Nederlands probeer te zeggen, praat iedereen terug in het Engels, haha!’
‘Als ik denk aan rijke en innovatieve periodes in de geschiedenis, denk ik aan Athene in de 4de eeuw voor Christus als het gaat om filosofie, aan de 15de eeuw in Florence wat betreft de kunst, maar ik denk ook aan de 17de-eeuwse Nederlandse cultuur. Ondanks alle uitdagingen waarmee de Nederlandse Republiek toen werd geconfronteerd, was ze in staat om zich niet alleen te ontpoppen tot een onvergelijkbare militaire en politieke macht, maar ook tot een tolerante, relatief liberale, relatief seculiere, quasi-democratische republiek, die tegelijkertijd cultureel en artistiek enorm productief was.
‘Het is moeilijk onder woorden te brengen, maar ik word door iets gegrepen als ik door de straten van Amsterdam of Haarlem loop, als ik in een zaal vol Nederlandse schilderijen sta of de vroegmoderne filosofie van Spinoza lees. Er is iets intiems met de Nederlandse 17de eeuw dat het voor mij, wat betreft filosofie en kunst, een van de interessantste periodes uit de geschiedenis maakt.’
Steven Nadler: De portretschilder – Frans Hals en zijn wereld. Uit het Engels vertaald door Frits van der Waa. Atlas Contact; 384 pagina’s; € 34,99.
Steven Nadler (1958) is filosoof en hoogleraar aan de Universiteit van Wisconsin-Madison. Hij is gespecialiseerd in de vroegmoderne tijd. Van zijn hand verschenen eerder boeken over Spinoza, Menasseh Ben Israel en Rembrandt. Bij Atlas Contact verschenen in vertaling De best mogelijke wereld en De ketterij van Spinoza. Zijn boek Rembrandt’s Jews (2003) stond op de shortlist van de prestigieuze Pulitzerprijs voor non-fictie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden