Home

De nationalisme-val: hoe de angst voor vreemde elementen in eigen land weer opleeft

De PVV is de grootste partij in Nederland en ook in Europa stevent radicaal-rechts af op forse verkiezingswinst. Hoe kwam het zover en hoe staan we ervoor? Tijd voor een opfriscursus nationalisme – juist in een land dat altijd tolerant dacht te zijn.

Typisch Nederlands nationalisme, dat is de ontkenning van nationalisme. Praat met wetenschappers die nationalisme onderzoeken en ze beginnen erover. Nederlanders vinden zichzelf eerder tolerant. Toleranter dan andere volken dus – daarin ligt hun gevoel van superioriteit al besloten.

Intussen haalt de PVV hier 37 zetels met een radicaal-rechts ‘eigen volk eerst’-programma. En voorspelt de European Council on Foreign Relations dat radicaal-rechts in juni ook flinke winst kan boeken bij de Europese verkiezingen.

WIJ/ZIJ-MAATSCHAPPIJ

Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij

In heel Europa leeft het idee dat landen worden bedreigd door vreemde elementen. Europese sociologen en politicologen houden de cijfers gezamenlijk bij, voor iedereen toegankelijk op hun website The PopuList.

Radicaal-rechts haalt in vijftien EU-landen meer dan 20 procent van de stemmen. In Duitsland overlegden radicaal-rechtse AfD-politici met neonazi’s over de gedwongen remigratie van immigranten.

Nederlanders hielden het in deze context opvallend lang vol zichzelf een uitzondering te vinden en niet aan serieus nationalisme te doen. Hooguit aan het gezellig, oranje getinte ‘wij-gevoel van Hollandse snit’, dat neerlandicus Herman Pleij beschreef.

De eerste data uit het langlopend Nationaal Kiezersonderzoek kwamen in december dan ook hard aan: een meerderheid van de kiezers die een maand eerder PVV hadden gestemd, antwoordde in open vragen dat zij dit deden omdat ze tegen immigratie zijn en willen dat ‘Nederland weer voor de Nederlanders’ wordt.

Alle reden kortom voor een opfriscursus. Wat is nationalisme? Hoe ontstaat het? Wanneer wordt nationalisme gevaarlijk en hoe kun je het ten goede keren?

Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.

Wanneer is nationalisme ontstaan? Joep Leerssen, nationalisme-expert en emeritus hoogleraar Europese studies, houdt het bij de opkomst van het begrip ‘volkssoevereiniteit’ of ‘volkswil’.

De term komt uit Het sociaal contract van de Zwitsers-Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau uit 1762 – nog onlangs opgefrist door Pieter Omtzigt in zijn partijnaam Nieuw Sociaal Contract. ‘Tot die tijd was niet de vraag bij welk land je hoorde, maar wie jouw vorst was.’

Leerssen ontving de Spinozapremie, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap, voor zijn onderzoek naar culturele en nationale beeldvorming. Daarna stelde hij met hulp van 350 Europese onderzoekers de Encyclopedia of Romantic Nationalism in Europe samen. Een boekwerk van ruim vijftienhonderd pagina’s, vrij toegankelijk op de bijbehorende website.

Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, onderzoekt nationale identiteitsvorming rond onder meer oorlogen en rampen. Ze ziet nog wat eerdere wortels van het nationale gevoel: eind 16de, begin 17de eeuw, tijdens de opstand tegen de Spanjaarden.

‘Toen in 1588 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd opgericht, zag je al veel verwijzingen naar zaken waar de jonge republiek trots op mocht zijn’, zegt Jensen. ‘Van de Nederlandse leeuw tot zelfs al de vaderlandse koe.’ Ook de latere Nederlandse trots op de Gouden Eeuw, de bloei van handel, cultuur en economie, is dan al aanwezig. ‘Al spreken dichters dan nog van ‘de Gouden Tijd’.’

Jensen en Leerssen zijn het hierover eens: het nationalisme waarnaar Nederlandse populistische politici van tegenwoordig weer verwijzen, nadat het ruim een eeuw was weggeëbd door de wereldoorlogen en de Koude Oorlog, is terug te voeren op een kortdurende 19de-eeuwse hype. Leerssen: ‘En daar hebben we nog steeds veel mee te stellen.’

Om te begrijpen hoe invloedrijk deze cultus rond de Nederlandse nationaliteit eind 19de eeuw was, zegt Leerssen, moet je eens op onze omstreden standbeelden letten. ‘Wie was Jan Pieterszoon Coen en wat heeft hij met de VOC allemaal uitgehaald? Nog beter kun je je afvragen: wanneer is dat standbeeld van Coen in Hoorn eigenlijk opgericht?’

Het antwoord: Coen werd geboren in de 16de eeuw, maar het standbeeld in Hoorn is pas in 1893 neergezet. Bijna alle omstreden standbeelden van Nederland zijn in een opvallend korte periode ‘van circa 1860 tot pakweg 1925’ in de natie geplant. Dat geldt ook voor bijbehorende ideeën over bijvoorbeeld de ‘typisch Nederlandse VOC-mentaliteit’, waar Nederlanders daarna tot aan premier Balkenende toe trots op zouden zijn.

In teksten uit de tijd dat in Hoorn wordt voorgesteld Coen een standbeeld te geven, zie je wel wat kritische geluiden, zegt Jensen, maar toch vooral instemming en superioriteitsgevoel.

Het hele nostalgisch terugblikkende idee van Nederlanderschap dat tot op de dag van vandaag doorwerkt, is gebaseerd op een romantische opvatting die in de 19de eeuw maar een paar decennia een hype was, zegt Leerssen.

Toen is bijvoorbeeld ook de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee op de markt gebracht, bomvol vaderlandslievende liederen zoals Neêrlands Volkslied van Tollens (‘Wien Neêr-landsch bloed door d’a-d’ren vloeit…’), Mijn Nederland (‘Waar de blanke top der duinen…’), De Zilvervloot en Eendracht.

Nationalisme werd een soort ‘fervent burgerschap’. Waarom juist in die periode?

Leerssen ziet een opeenstapeling van gebeurtenissen. In Nederland was de Tachtigjarige Oorlog net met eeuwfeesten herdacht. Er was blijdschap rond de geboorte van Wilhelmina. ‘En de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika, van de Nederlandse kolonisten tegen de Britten, waren een enorme aanzwengelaar. Nederland klampte zich met een romantische kijk op de natie vast aan de koloniën en de Gouden Eeuw.’

‘Dat hele 19de-eeuwse tromgeroffel’, zegt Jensen, ‘was meteen al schadelijk in de zin dat zwarte kanten van onze geschiedenis werden weggepoetst. Aan onze handen kleeft geen bloed, schreef dichter Jan Frederik Helmers, die de koloniën compleet verheerlijkte, al in 1812 in De Hollandsche natie.

Zo’n standbeeld van Coen lijkt wel over de Gouden Eeuw te gaan, zegt Leerssen, ‘maar het is de romantische Eftelingversie, die er door de 19de-eeuwers van is gemaakt.’

Leerssen vergelijkt de invloed van de Romantiek in heel Europa met een klontje suiker in de koffie: ‘Het valt er vrij plotseling met een plons in. De romantici zijn hemelbestormers, het gaat allemaal bruusk en snel, maar zo bruusk houdt het niet meer op.’

Het Efteling-nationalisme is nooit meer uit Nederland weggegaan. ‘De suiker zit nog steeds in de koffie, omdat deze nationalistische symbolen zich steeds gemakkelijker lieten verspreiden.’

In de 19de eeuw komen de grote rotatiepersen op gang, die kranten in grote oplagen drukken, en pulplectuur vol nationalistische romantiek. En dan gaat het hard.

Toen mensen eenmaal over een ‘volkswil’ nadachten, raakte ook het begrip natie (‘gemeenschap’) in zwang. En daarmee het idee van de natiestaat: een staat van een gemeenschap van mensen die zich verbonden voelen.

Dus toen in 1918 de vredesonderhandelingen van Versailles begonnen, die oude keizerrijken na de Eerste Wereldoorlog zouden opsplitsen, werden er natiestaten ingedeeld naar het principe van het ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’.

De nadelen kwamen pas gaande de rit naar voren. ‘Wie of wat bepaalt de grenzen van die gemeenschap? Is dat de hele bevolking van een democratische staat, laten we zeggen alle belastingbetalende burgers? Of is het een gemeenschap van mensen met eenzelfde cultuurtraditie, een taal en gezamenlijke herinneringen?’

Voor dat onderscheid gebruiken wetenschappers de Griekse termen ‘demos’ en ‘ethnos’. Natiestaat is een hybride begrip, zegt Leerssen: ‘De natie is ethnos; het staatsburgerschap is demos.’

Het ideaal bleek niet lang houdbaar. Joep Leerssen brengt graag even de natiestaten in herinnering die al ruim vóór Hitler en Stalin ‘volstrekt ontspoorden’, onder autoritaire staatshoofden met een dictatoriaal bewind: Hongarije, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Griekenland en Roemenië. Later volgden Italië, Spanje, Portugal, Oostenrijk en Vichy-Frankrijk.

Hoe kwamen autoritaire leiders daar zo snel aan de macht? De Duitse socioloog Max Weber wees op een nieuwe machtsfactor: het ‘charisma’ van volksmenners – tegenwoordig zouden we populisten zeggen.

De smaakmaker van dat charisma, zegt Leerssen, was het romantisch nationalisme – zie het suikerklontje: ‘Allemaal claimden ze voorvechters te zijn van de etniciteit van hun land. Ze veranderden democratie in etnocratie.’

Leerssen ziet in Europa een ‘wipwap-mechanisme’ rond natiestaten. ‘Een sterke staat leunt meer op de demos dan op de ethnos. Maar als de staat terugtreedt, bijvoorbeeld omdat zaken aan de markt worden overgelaten, probeert men dat goed te maken door culturele saamhorigheid, dus de ethnos, te beklemtonen.’

Het probleem met een natiestaat die op ethnos leunt, zegt Leerssen, is dat die al snel leidt tot de behoefte aan een ondeelbare, homogene bevolking, een samenleving zonder minderheden, waar niemand uit de pas loopt.

‘Ethnos is een dubbel begrip. In de onschuldige variant kan het neerkomen op het delen van vergelijkbare cultuurpatronen, zoals Canadezen en hun liefde voor ijshockey. Zolang je niet over afstamming begint, kun je daarmee een gezond wij-gevoel ontwikkelen. Ethnos is een prima bindmiddel zolang je ermee naar de toekomst kijkt: wie doen er hier mee. Maar bij wie zich alleen op het verleden richt, wordt het al snel een uitsluitingsmechanisme.’

Gezamenlijke herdenkingen en vieringen, zoals 4 en 5 mei: niets mis mee, zegt zowel Jensen als Marcel Lubbers, hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit Utrecht: ‘Evenementen en symbolen die in het teken staan van het kweken van saamhorigheid in een land maken dat mensen samenwerken en zich aan de regels houden. Je ziet ze dan ook vaak bij het ontstaan van nieuwe landen.’

Lubbers omschrijft nationalisme als een getrapt verschijnsel. ‘Patriottisme is de eerste trede, dat is je willen inzetten voor je land, zonder je daarmee per se van anderen te willen onderscheiden.’ Patriottisme is bijvoorbeeld ook de saamhorigheid van de mensen die samen langs de snelwegen gingen staan toen de slachtoffers van de aanslag op vlucht MH17 werden thuisgebracht.

Chauvinisme is de tweede trede: ‘Chauvinisme kan mensen een idee geven van wie ze zijn. Wat de natie behelst, of wat Nederlanders zijn.’ Zie de inhoud van het liedboek Kun je nog zingen, zing dan mee.

Lubbers: ‘Het komt voor dat mensen dat soort zaken willen behouden zonder zichzelf superieur te vinden, maar chauvinisme heeft nogal de neiging door te schieten: chauvinisten vinden al snel dat hun land beter is dan andere landen.’

Dat is de weg naar de derde, actuele trede van nationalisme: het nativisme.

‘Chauvinisme gaat vaak over hoe mensen in een land zichzelf met het buitenland vergelijken’, zegt socioloog Jan Willem Duyvendak, directeur van het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW). ‘Bij nativisme gaat het om interne vijanden, mensen die niet als onderdeel van de demos of ethnos van het eigen land worden gezien.’

Nativisten beschouwen mensen die een homogene samenleving in de weg staan als een bedreiging. ‘En die mensen zijn vaak immigranten.’

Duyvendak schreef samen met cultuursocioloog Josip Kešić het boek The Return of the Native over de opkomst van het nativistische nationalisme in de VS, Frankrijk en Nederland, ‘oftewel de fictieve tegenstelling tussen natives en non-natives binnen deze landen’. Tussen ‘oorspronkelijke’ bewoners en ‘vreemdelingen’.

Zij noemen Geert Wilders de belichaming van het Nederlands nativisme: hij behandelt asielzoekers, arbeidsmigranten, moslims, Marokkanen en Nederlanders van kleur die tegen Zwarte Piet demonstreren als een bedreiging en doet alsof ze nooit ‘echt’ Nederlands kunnen worden. ‘Linkse elites’ worden landverraders. Nativisme ontaardt gemakkelijk in islamofobie en racisme.

Marcel Lubbers onderzoekt nu ruim 25 jaar de invloed van onder meer migratie op radicaal-rechts stemgedrag in Europa. ‘En het opmerkelijke is dat mensen al die tijd ongeveer dezelfde nativistische opvattingen over migratie hadden als nu. Alleen stemden ze vroeger veel minder radicaal-rechts.’

Voor een opleving van nativisme in stemgedrag, zegt Duyvendak, heb je dan ook twee ingrediënten nodig: ‘interne buitenstaanders en een vijandig verhaal’.

‘Migranten waren er al in de jaren zestig en zeventig’, vult Josip Kešić aan. ‘En ze werden geregeld vijandig behandeld, er zijn zelfs pensions in brand gestoken. Maar het was politiek nog totaal onaanvaardbaar om ongenoegen over migranten te politiseren zoals nu gebeurt.’

Waarom gebeurde dat de laatste twintig jaar opeens wel in Nederland, en elders? ‘In 1994 was er ook een asielpiek’, zegt Lubbers. ‘Je ziet dat mensen dan meer gaan aanslaan op wij-zijdenken.’

‘En 9/11 heeft natuurlijk een enorme invloed gehad’, zegt Duyvendak. ‘Veel sterker dan in andere Europese landen volgde daar hier meteen uit dat de islam slecht is. Wij hadden toen Pim Fortuyn al, die de islam een achterlijke cultuur noemde.’

Toen Lubbers in 1998 met zijn onderzoek begon, was hij ‘echt verbaasd’ dat de afwijzende houding van Nederlanders ten opzichte van migranten toen al zo wijdverspreid bleek te zijn. ‘Zeker omdat de rechts-radicale partijen nog zo klein waren. Er ligt al 25 jaar een groot nativistisch potentieel klaar voor radicaal-rechts. En het komt elke keer weer naar de oppervlakte.’

Dit schrijft ook de Amerikaanse politicoloog Larry Bartels in zijn laatste boek Democracy Erodes from the Top. Ook Bartels concludeert op basis van langlopend Europees onderzoek dat er in Europa al decennialang een groot ‘reservoir’ aan potentiële steun bestaat voor nativistische, rechts-radicale partijen.

Volgens Bartels noemen de media de huidige steun voor radicaal-rechts in Europa dan ook ten onrechte een ‘golf’. Niet zozeer de vraag naar radicaal-rechts is gegroeid, stelt Bartels, maar het aanbod van populistische partijen van radicaal-rechtse signatuur – en de aandacht die de media hun geven.

‘Het succes van radicaal-rechts is vooral te wijten aan het succes van radicaal-rechts’, zegt ook Duyvendak. ‘Zij zijn erin geslaagd om de voor veel mensen meest overtuigende interpretatie van hun problemen te leveren: het nativistisch nationalisme. Het gaat om de aantrekkingskracht van een eenvoudig verhaal.’

‘Als de vijand eenmaal in je eigen land te vinden is’, waarschuwt Leerssen, ‘dan richt radicaal-rechts zijn pijlen op een twee-eenheid van verderfelijke booswichten. Xenofobie gaat stelselmatig samen met anti-intellectualisme, en vaak het anti-elitaire.’

In 2018 wilden parlementariërs plotseling een Nederlandse vlag in de Tweede Kamer. Men noemde het een kwestie van ‘grandeur’.

De Britse socioloog Michael Billig liet in zijn onder wetenschappers beroemde boek Banal Nationalism uit 1995 zien dat zo’n vlag en ook meer alledaagse nationalistische symbolen minder onschuldig zijn dan ze lijken.

In Nederland kun je dan denken aan snelbinders in rood-wit-blauw, of Pickwick-thee die vroeger als typisch Brits werd verkocht, maar rond 2010 opeens overschakelde op VOC-achtige landkaarten en een ‘Dutch blend’. ‘Of de tv-quiz Ik hou van Holland’, zegt Leerssen. En de al dertien jaar succesvolle musical Soldaat van Oranje, met 3,5 miljoen bezoekers.

Banaal nationalisme gaat over het uitdragen van je natie als feelgoodfactor. ‘Een lekkere smaakmaker, iets om je behaaglijk bij te voelen.’

Leerssen wijdde er zijn afscheidscollege aan met de titel Verstopt in de popcorn: hoe romantisch nationalisme overleefde in de 21ste eeuw.

Banaal nationalisme wordt vaak ingezet door mensen met een achtergrond in reclame en branding en werkt net zo manipulatief, zegt Leerssen. Neem de melk met de verpakking ‘van Nederlandse koeien’. ‘Waarom zou zoiets vertrouwen moeten wekken? Het is nationalisme in camouflage.’

Camouflage die heel goed van pas komt bij het typisch Nederlandse ‘anti-nationalistische nationalisme’, zegt ook Kešić.

Maar de natie, waarschuwt Leerssen, is meer dan feelgood. Het is een politieke uitvinding, die met machtsverdeling in eigen land en op wereldschaal te maken heeft.

Banaal nationalisme reduceert dat tot de knusse uitstraling van familiewaarden. ‘Vaderlandsliefde gaat dan bij de morele zaken horen die ons betere mensen zouden maken: zorgen voor je gezin, lief zijn voor dieren. Terwijl een natie ook om een bikkelharde afweging van belangen gaat.’

Niet dat hij banaal-nationalistische uitingen zou willen verbieden, zegt Leerssen. ‘Maar wees je bewust van waar je naar kijkt. Anders word je erdoor verblind. Dan denk je al snel dat Zwarte Piet moet blijven, terwijl dat ook niet meer is dan een ingesleten patroon.’

Joep Leerssen bekijkt de Europese opleving van nationalisme met grote bezorgdheid. ‘Ik dacht altijd dat het populisme wel een enorme stemmingmaker was, maar weinig mobiliserend vermogen had. Nu blijkt dat anders te liggen.’

Het meest maakt hij zich zorgen over een toenemende ‘weigerachtigheid om nog in internationaal verband te opereren. Dat men zich steeds minder gelegen laat liggen aan internationale verdragen.’

Lotte Jensen las alle verkiezingsprogramma’s zorgvuldig om te zien wat partijen precies van plan waren met onze nationale identiteit. ‘Interessant hoe dominant het thema is van BBB en NSC tot GroenLinks-PvdA en SP, maar op verschillende manieren.’

Met name de uitwerking van Omtzigts NSC viel haar gunstig op: een duidelijke positie op het gebied van geschiedenisonderwijs, taal en tradities. ‘Maar niet op een conservatieve manier.’

Meer demos dan ethnos? ‘Ja, meer van onderop. Niet gebaseerd op uitsluiting, maar wat we hier belangrijk vinden als je mee wil doen.’

D66 onderschat hoe belangrijk mensen een lokale of nationale gemeenschap vinden, zegt Jensen. ‘Hun verkiezingsprogramma vertelt alleen het Europese verhaal. Daar is niets mis mee, maar je kunt daarnaast ook onderkennen dat we Nederlands zijn.’

De meestgemaakte fout bij het schrijven en denken over nationalisme, zegt ook Marcel Lubbers, is niet durven erkennen dat het ook een positieve kracht kan zijn. ‘Mensen mogen best trots zijn op hun land. Dat kan saamhorigheid veroorzaken, die onmisbaar is.’

‘Neem het nadenken over de toekomst van de verzorgingsstaat’, bevestigt Jan Willem Duyvendak. ‘Wie wil eigenlijk voor wie betalen? Je ontkomt dan niet aan een mate van solidariteit.’

Wie grote problemen wil oplossen, kan niet zonder een zekere mate van nationalisme, concluderen alle onderzoekers. Maar houd scherp in de gaten welk nationalisme politici en andere verkopers je precies aanbieden. Voordat het opnieuw een gevaarlijke afslag neemt.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next