Home

50+ en non-binair: ‘Dat ene woord verklaarde alles wat ik altijd als afwijkend heb ervaren’

De term ‘non-binair’ staat nog in de kinderschoenen en wordt doorgaans dus vooral geassocieerd met de huidige generatie adolescenten. Maar wat als je opgroeide in een tijd waarin taal noch middelen bestonden om buiten de hokjes vrouw en man te bestaan?

Die/diens, hij/hem
Beleidsmedewerker bij de overheid
35 jaar getrouwd, ouder van twee kinderen van 28 en 30

‘Die blouse vergeet ik nooit meer. Wit met een prachtige geborduurde bloem. Ik wilde hem zo graag hebben. Een paar keer ging ik terug naar de winkel, maar ik kocht hem niet. ‘Je bent een man, je loopt voor gek met zo’n blouse’, zei de stem in mijn hoofd. Dat moet rond mijn 45ste geweest zijn.

Zolang ik me kan herinneren, heb ik me een mix gevoeld van man en vrouw. Het valt te betwisten of het signalen waren, maar terugkijkend op mijn leven herken ik een patroon: ik volgde alfa- en bètavakken, hield van toneelspelen én van motorrijden, en was lid van zowel de bergsportvereniging als de bibliotheekcommissie. De flowerpowerbeweging bood ruimte om tijdens mijn studententijd in Wageningen met mijn genderexpressie te experimenteren. Niemand keek toen raar op van een jongen met lang haar en een grote ketting om zijn nek. Aan die vrijheid kwam een einde toen ik na mijn studie een jaar in militaire dienst moest. Ik knipte mijn lange haar af, en ging me volgens het mannelijke stereotype uiten. Ik had het gevoel dat het zo hoorde, al had ik niks met stoerdoenerij. Met het seksistische gedoe van veel beroepsmilitairen wilde ik niets te maken hebben.

Rond mijn 40ste nam mijn genderonrust toe. Ik zat niet lekker in mijn vel omdat ik voelde dat ik anders was, maar ik wist niet hoe. Twintig jaar lang struinde ik fora en websites af op zoek naar antwoorden, tot ik in 2020 met mijn partner op de website van belangenorganisatie Transvisie terechtkwam. Daar stuitten we op de term non-binair. Ik las dat er een diversiteit aan gevoelens en voorkeuren bestaat, en dat gender geen binair begrip is maar een spectrum. Nu begreep ik: dát is wat ik ben! Ook mijn partner herkende het in mij.

Vanwege de ruim twee jaar lange wachtlijst bij de genderpoli in Nederland startte ik met een gendertraject in Duitsland. Daar kon ik drie maanden na de verwijzing van mijn huisarts terecht. Sinds ik dat een jaar geleden afrondde, gebruik ik oestrogeen. Niet omdat ik vrouw wil worden, maar omdat ik minder man wil zijn.

Rond diezelfde tijd liet ik mijn haar groeien en begon ik met kleding te experimenteren. Toen ik voor het eerst met een halsketting om buiten een rondje ging lopen, vond ik dat doodeng, bang voor wat anderen van mij zouden denken. Inmiddels voel ik me zelfverzekerd genoeg om te dragen wat ik wil: een mix van mannen- en vrouwenkleding, soms met een paar gelakte nagels. Ik voel me het prettigst tussen de twee hokjes in.

Nu ik door al deze veranderingen heen ben gegaan, heb ik moeite met de hoeveelheid mails die ik ontvang met in de aanhef ‘mijnheer’ of ‘de heer’. Meermaals heb ik instanties verzocht mij genderneutraal aan te spreken, meestal zonder succes. ‘Dit is helaas niet mogelijk in het systeem’, krijg ik dan te horen. Om mijn protest kracht bij te zetten, ben ik bezig met de gerechtelijke procedure om een x in mijn paspoort te krijgen.

Mijn partner en ik zijn erg naar elkaar toegegroeid, doordat we elkaar beter begrijpen. Alsof we opnieuw zijn begonnen sinds ik Ruud achter me liet en als Ru verderging. De ironie wil dat ik geboren ben als Ru. Dat staat in mijn paspoort. Op de basisschool noemden ze me Rudy, daarna werd het Ruud. Maar ik was altijd al Ru. Ik wist het alleen nog niet.’

Die/diens
Docent, onderzoeker, kunstenaar
28 jaar in een vaste relatie

‘Het idee dat je óf vrouw, óf man moet zijn, heeft altijd weerstand bij me opgeroepen. Toen mijn oma op mijn 5de vertelde dat meisjes niet mogen fluiten op straat, dacht ik ‘hoezo niet?’. Op de lagere school zeurde ik net zo lang bij mijn docent tot ik met de jongens mocht meedoen met de handenarbeidlessen, in plaats van dat geteutebel met kruissteekjes bij de meisjes. Op het kakkerige gymnasium waar ik zat, vond ik meer aansluiting bij het afwijkende groepje punkers dan bij de ‘gewone’ meiden.

Ik kwam vroeg in de puberteit. Waar voor mijn gevoel alle meiden trots waren dat ze vrouw werden en met hun puberborstjes pronkten, wenste ik die van mij weg. Ik kreeg al snel een grote cup en op mijn 13de dachten mensen dat ik 16 of 17 was. Door die borsten voelde ik me bekeken, ze zorgden voor verkeerde aandacht van mannen. Die zeiden dingen als: ‘Nou, nou. En dat voor 18 jaar!’ Dat voelde zo ongemakkelijk, soms zelfs bedreigend. Het maakte me boos en verdrietig dat mijn uiterlijk bepalend was voor hoe mensen mij behandelden, vooral omdat ik me helemaal niet ‘vrouw’ voelde. Ik had liever een sterk en snel jongenslichaam gehad.

Tegen mijn 30ste besloot ik: die borsten moeten kleiner. Ik verzamelde informatie op fora, want sociale media bestonden nog niet, en maakte een afspraak. Wat een stap in de goede richting had moeten zijn, liep uit op een traumatische ervaring. ‘Ze zijn toch heel mooi? Wat zeur je nou?’, zei de mannelijke chirurg, terwijl hij mijn borsten een voor een ongevraagd in zijn hand woog. ‘Ze zijn prima in verhouding, maar als je het écht wilt, moet je eerst 10 kilo afvallen.’ En dat terwijl ik als danser hartstikke dun was. Ik voelde me vernederd en niet serieus genomen, en zag af van de operatie.

Het antwoord op mijn genderverwarring kwam zo’n vijf jaar geleden. Mijn collega op de school waar ik werk vertelde dat zijn kind non-binair is en voor diens studie bezig was een genderneutrale kledingcollectie te ontwerpen. Het was de eerste keer dat ik de term ‘non-binair’ hoorde. ‘O, zo voel ik me ook!’, flapte ik eruit, en voor het eerst voelde ik me geen mislukte vrouw meer. Dat ene woord verklaarde alles wat ik altijd als afwijkend heb ervaren: mijn wens om kinderloos te blijven, het niet willen dragen van make-up, mijn ‘onvrouwelijke’ kleding, het ongemak dat ik elke keer voelde als ik werd aangesproken met mevrouw. Dat ik niet meer hoef te zoeken naar wat er mis met me is, heeft zoveel rust gebracht.

Om aan de buitenwereld duidelijk te maken dat ik non-binair ben, veranderde ik mijn voornaamwoorden op sociale media naar ‘die/diens’, maar voor mijzelf is er niet veel veranderd. Ik was altijd al mezelf. De druk van buitenaf om in een hokje te passen, zorgde voor de verwarring die ik voelde.

Als ik met anderen over mijn genderidentiteit praat, stuit ik nog wel eens op onbegrip. Door mijn ronde heupen en borsten denken mensen dat ik een vrouw ben. Ik zou er graag neutraler uitzien, met een platte borst en rechte heupen. Daarom overweeg ik, bijna dertig jaar later, tóch die borstverkleining of een volledige borstamputatie. De verwijsbrief ligt klaar, maar door mijn eerdere ervaring heb ik het lef nog niet gehad om de afspraak te maken.’

Zij/haar, die/diens
Klachtenconsulent bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam
Onlangs gescheiden, ouder van drie kinderen van 17, 19 en 21

‘Ik groeide op als brave, christelijke jongen in Scheveningen. Ik zat op een strenge reformatorische scholengemeenschap in Rotterdam. Een goed persoon zijn, zoals de mensen in de kerk, vond ik heel belangrijk.

In mijn jeugd kwam ik in aanraking met kinderlokkers. Door die mannelijke aandacht werd ik bang als homo te worden gezien. Daarvan werd in Scheveningen schande gesproken. Rond mijn 14de gaf een oude man, die ik dagelijks in de tram naar school tegenkwam, me een tasje met daarin drie homopornoboekjes. ‘Veel plezier ermee. Ik wil ze wel terug, hè.’ Ik schrok me dood, wist niet wat ik ermee moest en verstopte ze drie maanden lang in mijn schooltas. Toen ik er op een avond uit nieuwsgierigheid toch een opensloeg, merkte ik dat het me opwond. Dat voelde zo verkeerd en beangstigend. Om mijn biseksuele gevoelens te onderdrukken, ging ik nog meer bidden en christelijke boekjes lezen. Ik leerde bepaalde handbewegingen die als gay gezien worden af, en sloeg nooit meer mijn benen over elkaar als ik zat.

Op mijn 32ste trouwde ik. In de daaropvolgende jaren kregen we drie kinderen. Ons huwelijk was goed tot ik op mijn 40ste een burn-out kreeg. Ik voelde me vreselijk. Ik kwam te laat op mijn werk, kon me niet concentreren en vond mezelf een luie hond. Mijn zelfbeeld zakte naar nul. De huisarts vermoedde dat ADHD de veroorzaker van mijn klachten was. De daaropvolgende diagnose maakte de eerste barst in mijn geloofsconstructie. Ik had altijd geloofd dat ik de beste versie van mezelf zou worden door dicht bij God te leven. Nu de oplossing voor mijn problemen niet in het geloof maar in ADHD-medicatie leek te liggen, verloor ik mijn vertrouwen in de beste man. Uiteindelijk besefte ik: ik ben een goed mens zonder God.

Door het geloof achter me te laten, ontstond eindelijk ruimte voor nieuwsgierigheid. Ik begon, als ik alleen thuis was, achter gesloten gordijnen de kleding van mijn vrouw aan te trekken. Zo’n kwartiertje voor mezelf, met een kop koffie en mijn benen over elkaar op de bank, was een glimp van wie ik ben. In het geheim schafte ik een setje vrouwenkleding aan, dat mijn vrouw uiteindelijk ontdekte.

Vol schaamte biechtte ik op dat ik biseksueel was, verward over mijn gender en dat ik al tien jaar haar kleding stiekem droeg. Een snelle zoektocht op Google wees uit dat ik transgender ben, waarop ze zei: ‘Jij moet worden wie je bent. Ik steun je erin, maar we moeten wel scheiden.’

Ik was 51 toen ik mezelf voor het eerst als vrouw in de spiegel bekeek. Ik moest zo huilen. Ik droeg make-up, een pruik en mijn nieuwe borstprothesen. Niet veel later sloop ik op een warme zomernacht in een jurk en op hoge hakken naar buiten. Onhandig liep ik over de hei, maar wat voelde dat heerlijk.

Vier jaar lang volgde ik therapie om de schaamte en angst weg te pellen, en dat proces is nog steeds niet helemaal afgerond. Gelukkig geven mijn kinderen me een duwtje in de rug. ‘Ga nou niet je nagellak eraf halen als je naar de supermarkt gaat!’, zeggen ze dan. Het was geen makkelijke weg om mezelf te worden, maar ik ben elke dag blij dat ik heb doorgezet. Ik ben nu wie ik ben: een non-binaire transvrouw, met zowel feminiene als masculiene eigenschappen, die zich niet meer tot één hokje beperkt.’

Die/diens
Vrijwilliger hospice
Single

‘Begin jaren zeventig ging ik naar de middelbare school. Ik was een van de eerste acht meisjes die tot de voormalige jongensschool toetraden. Overal waar ik keek waren jongens, er was zelfs maar één vrouwelijke docent, wat ons meisjes onder een vergrootglas legde. Ik werd daardoor in een hokje gedrukt waarin ik me niet thuisvoelde.

Na twee weken, ik was 12, kreeg ik van een orthopeed een gipskorset vanwege een afwijking aan mijn rug. Een harde gevangenis rond mijn romp beroofde mij eerst acht, en na een zomerstop nog eens zes maanden van mijn vrijheid. Ik verloor het contact met mijn ontwikkelende lijf. Toen het gips eraf ging, bleken mijn borsten vrijwel volgroeid. Al mijn ongemak verborg ik onder wijde kleding en lang haar.

Mijn eerste grote liefde ontmoette ik op mijn 25ste. We kochten een huis en ik bleef elf jaar met haar samen. Daarna had ik relaties met zowel mannen als vrouwen. Toch voelde ik: er mist iets.

Aan mijn middelbareschooltijd had ik een verstoord beeld van mannen overgehouden. Ik voelde me onprettig in hun nabijheid. Om hun rol in mijn leven te onderzoeken, begon ik rond mijn 48ste aan een tweejarige tantratraining. Daar kregen alle veertig vrouwen en mannen de opdracht drie dagen lang van gender te wisselen. Ik bond mijn borsten af met zwachtels, trok een leren broek en een mannenoverhemd aan en creëerde met make-up een stoppelbaard. Toen ik in de spiegel keek, herkende ik Harrie: de belichaming van het mannelijke deel van mijn identiteit. Ik had hem altijd gevoeld, maar nooit gezien. Toen we na drie dagen de metamorfose ongedaan maakten, was ik dan ook totaal de kluts kwijt. Van het ene hokje werd ik in het andere teruggezet. Zonder het nog te begrijpen, leerde Harrie mij dat ik me vrouw noch man voel.

In november 2020 appte mijn 22-jarige neef (toen nog mijn nicht) Luka me dat hij zich geen meisje voelde. Hij noemde daarbij de term ‘non-binair’. Ik dook achter mijn computer en begon te lezen. Ik herkende zo veel van mezelf. Eindelijk begreep ik dat het niet mijn seksuele oriëntatie was die mijn onrust veroorzaakte, maar de mismatch tussen mij en de maatschappij die uitsluitend onderscheid maakt tussen vrouw en man. Mijn neef spoorde me aan me in te schrijven voor een gendertraject in Utrecht, waar hij zelf ook werd begeleid. Dat zette alles in werking.

Ik bedacht mijn nieuwe, genderneutrale naam en samen met een gendertherapeut onderzocht ik of mijn lijf klopte bij het veranderde begrip van mezelf. Zij drukte me op het hart dat ik, indien nodig, tot in de operatiekamer van gedachten mocht veranderen. Die woorden gaven me de moed mijn proces aan te gaan. Een jaar later besloot ik dat ik mijn borsten zou loslaten. Voorafgaand aan de operatie bedankte ik ze dat ze altijd gezond waren geweest. Toen ik me overgaf aan het team in de operatiekamer werd ik overspoeld door dankbaarheid.

Ondersteund door twee verpleegkundigen bekeek ik na de operatie voor het eerst mijn platte, door ontsmettingsmiddel roze, borst. ‘Mijn god, wat geweldig!’ Ik voelde me twintig jaar jonger en had geen tel spijt.

Naast dankbaarheid en blijdschap voel ik woede en verdriet. Het binaire fundament van onze maatschappij veroorzaakt zo veel leed. Ik rouw om voorbije jaren waarin ik niet kon zijn wie ik ben. Ik had woorden noch middelen om gelijkgestemden mee te vinden. Dat maakte me een zwerver in mijn eigen leven. Nu ik uit het hokje ben gestapt, kan ik mijn vleugels spreiden.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next