Home

Zeventien ballettalenten in mode om in te dansen

Tot ruim tien jaar geleden ging het bij Het Nationale Ballet net zoals bij de meeste andere grote gezelschappen. Net afgestudeerde jonge dansers, die op hun opleiding veel aandacht hadden gekregen, moesten opeens, zoals Ernst Meisner (42) zegt, „achteraan sluiten”. „Je staat als achttienjarige met heel veel anderen in de les, en je danst op een dinsdag een keer mee als zwaan nummer twintig in Het Zwanenmeer waarvoor je misschien een of twee instructies krijgt – als er tijd voor is.”

Lees hier meer in NRC Magazine #25

Dat is niet alleen vervelend voor de dansers, maar ook voor hun ontwikkeling en daarmee voor de gezelschappen waaraan ze zijn verbonden. En zo kwam Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet, op het idee van de Junior Company, een gezelschap dat een brug moet slaan tussen opleiding en gezelschap. Jonge dansers blijven er twee jaar. Het eerste jaar zijn ze in opleiding, het tweede jaar in dienst. Daarna kunnen ze eventueel doorstromen naar het reguliere gezelschap: meer dan de helft van de dansers bij Het Nationale Ballet is inmiddels afkomstig van de Junior Company.

Artistiek leider en choreograaf Meisner, die tien jaar bij The Royal Ballet in Londen danste voor hij in 2010 als grand sujet naar Het Nationale Ballet kwam, was vanaf het begin in 2013 betrokken bij de Junior Company. „Ik had in Londen een managementcursus gedaan omdat ik toen al geïnteresseerd was in de andere kant: lesgeven, het begeleiden van dansers”, zegt hij.

De jonge dansers zijn nog steeds zwaan nummer twintig, of maken op een andere manier uit van het corps de ballet. Maar ze hebben ook hun eigen voorstellingen, waarin ze de „moeilijke, spannende en uitdagende” rollen hebben waarvoor ze normaal niet in aanmerking komen. Naast de reguliere lessen van Het Nationale Ballet hebben ze ook een eigen trainingsprogramma. „Het gaat daar ook heel erg over mental health”, zegt Meisner. „Hoe is het om vier voorstellingen per week te doen, drie verschillende balletten tegelijk te repeteren? Hoe is het om een blessure te hebben en niet te kunnen dansen?”

Een deel van de leden van de Junior Company komt van de Nationale Balletacademie, de opleiding voor heel jonge dansers die verbonden is aan Het Nationale Ballet. Van de 24 dansers die daar elk jaar afstuderen, zijn dat er meestal zo’n drie tot vijf. Voor de zes plekken die in september vrijkomen bij de Junior Company, zijn zo’n negenhonderd aanmeldingen uit de hele wereld binnengekomen, waarvan er honderd auditie mogen doen. Meisner – „ik zeg altijd: wij zijn Ajax 2” – scout daarnaast ook zelf. Eind vorig jaar was hij daarvoor in Brazilië, vorige maand in Japan. Het Nationale Ballet was overigens niet het eerste gezelschap met een speciaal jongedansersprogramma: het Nederlands Dans Theater startte al in 1978 met juniorengezelschap NDT2. Het verschil is dat de Junior Company samenwerkt met een dansopleiding, de Nationale Balletacademie.

Bo-Ann Zehl (23, Nederland, links) was pas twee toen ze op balletles ging. Voordat ze in 2021 aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam begon, studeerde ze ook al in Den Haag, Londen en Frankrijk. „Ik ga al heel mijn leven naar Het Nationale Ballet. Dat ik nu met dansers werk die ik zag optreden toen ik zes was, is zó gaaf.”
Polina Loshchylina (20, Oekraïne, rechts) was na een opleiding aan de balletacademie in Kyiv net een half jaar toegetreden tot de Nationale Opera van Oekraïne toen de oorlog uitbrak. Ze mailde dansvideo’s naar Het Nationale Ballet in Amsterdam en vier weken later was er een extra plek voor haar gecreëerd bij de Junior Company. „Ik zie ballet meer als een kunstvorm dan als sport. Ik ben niet goed in praten, maar via dans kan ik al mijn emoties en gevoelens uiten.”
Coltruien en broeken van Alaïa; alle balletschoenen in de serie zijn van Só Dança via Danswinkel Amsterdam

Omdat in de Junior Company meestal maar twaalf dansers zitten – dat het er nu zeventien zijn, komt door het uitzonderlijke talent van de dansers – treden ze niet op in muziek- en danstheater Nationale Opera & Ballet in Amsterdam, maar in kleinere theaters in het hele land. Door die kleinschaliger opzet kan meer worden geëxperimenteerd, en wellicht ook een nieuw publiek bereikt. In de jubileumvoorstelling Tien zit bijvoorbeeld een stuk van een hiphopchoreograaf Joseph Toonga.

De vernieuwing komt ook van de dansers zelf. De twintigjarige Alexander Álvarez Silvestre maakte in de eerste maand dat hij bij de Junior Company zat al een choreografie. Met een andere solochoreografie werd hij dit jaar geselecteerd voor de Young Creation Award, onderdeel van de Prix de Lausanne, een festival voor jonge dansers. In april gaat hij samen met Polina Loshchylina en twee dansers van Ish Dance Collective, een gezelschap dat zich richt op ‘straatdans’, een stuk maken.

Natuurlijk verschilde de eerste generatie van het gezelschap van de huidige, zegt Meisner. Deze dansers zijn jongeren van hun tijd: opgegroeid met social media, met zorgen over het klimaat en oorlogen. „Maar een ding is onveranderd. Het zijn dansers. En dansers zijn op de eerste plaats heel erg hard met hun vak bezig.”

Ana Luisa Negrão (19, Brazilië) begon op haar vijfde met een balletopleiding in haar geboorteplaats Goiânia. In 2020 won ze bij de Prix de Lausanne een beurs om te studeren aan de voor de Royal Ballet School in Londen. „Het Zwanenmeer dansen is mijn droom.” In Brazilië, Londen en Amsterdam ben ik die voorstelling nét misgelopen.”

Ana Luisa draagt een top, legging en handschoenen van Marine Serre; Francesco draagt een bodysuit en handschoenen van Marine Serre

Tekst Milou van Rossum en Nathalie Wouters
Fotografie Meinke Klein
Styling Ricky van Gils
Haar en make-up Kathinka Gernant en Laura Yard
Assistenten styling Cecile van Herwijnen en Eva Menovsky

Tien, met stukken van George Balanchine, Wubkje Kuindersma, Krzysztof Pastor, Joseph Toonga en Kirsten Wicklund, gaat op 3 februari in première in de Meervaart Amsterdam. Tournee t/m 17-3

Source: NRC

Previous

Next