De muziek kiezen voor een film doet regisseur Woody Allen meestal pas nadat alle scènes zijn gedraaid. Maar voor Manhattan, zijn misschien wel mooiste film, werkte hij in 1979 anders. Zijn filmische ode aan de stad New York zou als soundtrack de muziek van George Gershwin krijgen, dat stond voor hem vast voordat het eerste shot werd gedraaid. Adembenemend is nog altijd de openingsscène, een zwart-witmontage van tientallen stadsbeelden, beginnend met een in nevelen gehulde skyline van Manhattan.
De klarinetsolo waarmee Gershwins Rhapsody in Blue begint, opent ook de film. Het ruim zestien minuten durende stuk is tot drieënhalve minuut teruggebracht. Als tot besluit het orkest losgaat in daverende crescendo’s zien we groots vuurwerk boven de stad. Einde.
Over de auteur
Gijsbert Kamer is sinds 1992 muziekjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant recensies, interviews en beschouwingen over pop en jazz.
Of liever gezegd: het begin. Want na deze climax ontvouwt het verhaal zich pas. In de romantische komedie heeft Isaac Davis (42), gespeeld door Allen, een verhouding met de 17-jarige Tracy en wordt hij verliefd op Mary (gespeeld door Diane Keaton), die weer een relatie heeft met Isaacs beste vriend, Yale.
Hun niet ongeestige getob wordt eveneens door Gershwin muzikaal ondersteund. Diens Rhapsody in Blue keert alleen nog aan het slot terug; in de rest van de film komen steeds flarden van bekende en onbekende Gershwin-liedjes terug. Instrumentale versies van nummers als Love is Here To Stay, Someone to Watch Over Me en But Not For Me, die steeds preluderen op de scènes die gaan komen.
Het romantische Someone to Watch Over Me klinkt als Isaac en Mary hun eerste ontmoeting hebben, op een bankje naast de Brooklyn Bridge, wachtend op de opkomende zon. En de droevige melodie van But Not For Me is de inleiding op de slotscène, als Tracy New York en dus ook Isaac verlaat om zes maanden te gaan studeren in Londen.
Die muziekjes werken allemaal heel goed, maar het is vooral de rapsodie die blijft nadreunen. De combinatie van beeld en geluid is precies zo bijzonder als de regisseur beoogde. Woody Allen wilde van Manhattan zowel een liefdesverklaring aan New York maken als aan de muziek van Gershwin en laat dat al in de eerste minuut weten. Met Gershwins muziek op de achtergrond begint Isaac, een alter ego van Allen, voor te lezen: ‘Hoofdstuk 1, hij adoreerde New York City, hij idealiseerde de stad buitenproportioneel….Ongeacht het seizoen was het nog altijd een stad die in zwart-wit bestond en die pulseerde op de grootse muziek van George Gershwin.’
Dat is precies wat Allen laat zien in de negentig minuten die volgen. Zijn geromantiseerde versie van New York (inclusief een rijtuigritje door Central Park) heeft niks te maken met het New York van 1979, het jaar waarin de film zich afspeelt. Geen discomuziek of beelden van de toen ultra-hippe Studio 54, ook geen newwavebands als Blondie of Talking Heads die New York tot epicentrum van de popmuziek hadden gemaakt. Maar juist Gershwin in combinatie met zwart-witcinematografie geeft de film het tijdloze dat zou ontbreken als David Byrnes fa-fa-fa-fa-fa onder fullcolourbeelden te horen zou zijn.
Allen kwam op zijn muziekkeuze omdat hij gefascineerd was geraakt door plaatopnamen van het Buffalo Philharmonic, met muziek van Gershwin. Daar stond weliswaar geen Rhapsody in Blue tussen, maar juist in de periode dat Allen aan Manhattan werkte, had het New York Philharmonic de rapsodie op zijn repertoire. ‘Puur geluk’, schreef Allen later in zijn autobiografie À Propos. Net als het feit dat het tijdens de plaatopnamen van de soundtrack sneeuwde in de stad. Allen zou de winterse beelden nog verwerken in de openingsscène.
Ook het magistrale vuurwerk boven de skyline was een kwestie van toeval: Allen hoorde tijdens het draaien dat er die avond ‘een van de spectaculairste vuurwerkshows ooit zou plaatsvinden’, schrijft hij in À Propos. ‘Door stom toeval maakten we prachtige beelden waaraan we de adembenemende openingsscène van Manhattan te danken hebben.’
Je kunt die drieënhalve minuut honderden keren zien en horen, vervelen doet dit begin van Manhattan nooit. De versie van Rhapsody in Blue, gedirigeerd door Zubin Mehta, is zelfs mooier dan de beroemde uitvoering door Leonard Bernstein en vult een hele plaatkant van de filmsoundtrack. De ingekorte filmversie van de rapsodie is ritmisch knap op iedere wisseling van shots gemonteerd.
Maar na tientallen keren horen en zien ging er toch iets opvallen: is die pianist wel dezelfde als de pianist op de plaat? Ze klinken net iets anders. Horen we in de film wel Gary Graffman, zoals op plaat staat vermeld? En waarom staat er dan op de filmaftiteling: Rhapsody in Blue Piano Soloist: Paul Jacobs?
Het antwoord kwam zeven jaar geleden van de toen 87-jarige Graffman. In The New York Times bekende hij na al die tijd dat hij dankzij de sneeuwstorm in februari 1979 te laat was voor de opnamen van Rhapsody in Blue, waarvoor hij speciaal was ingehuurd. Paul Jacobs, de vaste pianist van de New York Philharmonic, speelde vanwege tijdnood toen de versie die voor de film werd gebruikt. Graffman zou later wel de Rhapsody voor de soundtrack van Manhattan spelen, en beloofde dirigent Zubin Mehta dit geheimpje nooit openbaar te maken. Maar, zo zei hij tegen de New York Times: ‘Het is zo veel jaar geleden, ik denk dat Zubin me dit wel zal vergeven.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden