Home

Vele kappers heb ik versleten, als een vlindertje, maar nu is het klaar, ik heb de ware ontmoet

Zo, vandaag gaan we voor de tegel, met wat onderzoeksjournalistiek in het veld.

‘Wil jij nog koffie?’

Mijn handen vormen een bordje, do not disturb. ‘Druk. Maar een drupje zou ik nog wel lusten, ja. Wel lekker eigenlijk. Graag dus. Schenk maar in. Yolo. Ik moet zo even weg, trouwens.’

‘Weg? Op columndag? Wat gaan we nou meemaken?’

Ik weet het, ik ben de afgelopen tien jaar donderdags nog nooit opgestaan, van mijn stoel bedoel ik, wel uit bed, juist uit bed, kukeleku, gaan we godverdomme weer, maar weggaan was er zeker niet bij, sterker, de boodschappen, klein en groot, laat ik gewoon op het parket kletteren.

‘Ik moet naar Majd, baardoverleg.’

‘Mazzzzzjhd.’ Mijn vriendin Jet, die van de juiste uitspraak is. Toen we elkaar leerden kennen, stelde ik me voor als ‘Petor Boewalduh’. ‘Ja’, zei ze, ‘jawel, ik begrijp wie je bedoelt, maar je zegt: ‘Pee-tèr Buu-wal-dá’.

Grapje. Maar het was bij De wereld draait door trouwens, geen grapje. Had dus ook heel anders kunnen aflopen, Matthijs had me aan mijn keel naar de grond kunnen werken, knieën op mijn sleutelbenen, wát zei jij, hóé denk jij dat je heet, en dan flats, de goedgehumeurde fluim.

Majd is mijn nieuwe kapper. Hij heeft mij geadviseerd een baard te laten staan, en ik heb zijn advies blind opgevolgd, ik denk omdat hij gevlucht is uit Syrië en nu, op zijn 29ste, een picobello kapperszaak drijft. Vele kappers heb ik versleten, als een vlindertje, maar nu is het klaar, ik heb de ware ontmoet, Majd. Op een namiddag stapte ik zomaar binnen, geen idee waarom juist bij hem, het moest zo zijn. Ik kreeg een hand, ‘welkom’, sprak Majd. Hij is een fris, glunderend kereltje met blauwe ogen en goed haar, een vereiste bij kappers. (En zangers, vergelijk Elvis met Phil Collins.) (Bij een tandarts werkt het andersom, nooit eentje met ‘nul gaatjes’ nemen, een ‘afgebrand kerkhof’ (Vestdijk, Ivoren wachters) is verkieslijk, een tandarts moet geleden hebben, anders ‘weet’-ie het niet. Goeie tandartsen lopen voorover van de amalgaam, deinzen terug als ze zichzelf per ongeluk in een spiegel zien.)

Mooie pijpenlade heeft Majd, met kapperszetels die een zuchtje geven als je erin neerzijgt. Na mijn eerste knipbeurt zei hij: ‘Nu heb jij voor altijd jouw kapper gevonden.’

‘Ja Majd’, zei ik geroerd.

Vijf zaken verheffen Majd boven gewone kappers.

1. De hand. Ik heb nog nooit van een kapper een hand gekregen. Ook nu weer, voor mijn gratis baardoverleg, krijg ik er eentje.

2. Majd is rechtdoorzee. Hij bekeek mijn haar, dat ik sinds de krona door mijn vriendin Jet liet bijpunten. ‘Mooi’, zei hij, ‘maar groot ravaasj.’ ‘Geen haar’, zei ik probeerde ik hem voor te zijn, ‘heeft dezelfde lengte als een andere.’

‘Is echt waar’, zei Majd.

3. Zijn krachtige visie op haar. Majd maakte ogenblikkelijk een plan, gebaseerd op mijn complete hoofd. Hierbij hoorde een testbaard. ‘Iek wiel’, zei Majd, en u hoort dat hij van oorsprong geen Nederlander is, ‘jouw baard zien over twee weken.’

4. Dat Majd pas negen jaar in Nederland woont, waarvan de helft in een azc, en nu al een eigen kapperszaak bestiert. Hij was gevlucht uit Syrië, vertelde hij toen ik ernaar vroeg. In het azc gaf een Nederlandse man conversatieles, en op een dag deed Majd wat hoveniersklusjes voor hem. De man bleek kapper en nam Majd in dienst.

5. Dat Majd deze man en diens vrouw zijn Nederlandse vader en moeder noemde, in een bijzin, om mij uit te leggen dat hij ook nog ouders in Damascus heeft wonen. ‘Ja’, zegt hij, ‘ik heb vier vaders en moeders, ik heb gemerkt joh, wie goed doet, die goed ontmoet, echt leuk om te merk.’

Source: Volkskrant

Previous

Next