Home

Hongaarse ngo’s en journalisten vrezen de schandpaal onder omstreden ‘soevereiniteitswet’

Terwijl Viktor Orbán in Brussel marchandeert over steun aan Oekraïne, zet zijn regering de democratie in Hongarije nog verder onder druk. Vandaag gaat het zogeheten Bureau voor Soevereiniteitsbescherming aan de slag. De toekomstige activiteiten van Orbáns nieuwste speeltje zijn nog niet volledig bekend, maar journalisten en ngo’s maken zich geen illusies: dit wordt het zoveelste instrument om de vrijheid in het land mee in te perken.

Het bureau komt voort uit de ‘Wet op soevereiniteitsbescherming’ die het parlement in december aannam. Deze verbiedt buitenlandse financiering van onder meer politieke partijen. Wie de wet overtreedt, kan tot drie jaar celstraf krijgen.

Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Hard maar noodzakelijk, zegt de regering. Ze meent dat buitenlandse machten met geldstromen – ‘the dollar left’ – het politieke project van Orbán en de Hongaarse natiestaat ondermijnen. ‘We moeten onze soevereiniteit en onafhankelijkheid koste wat het kost verdedigen’, aldus regeringswoordvoerder Zoltán Kovács.

In eerste instantie richtte de wet zich op de financiering van politieke partijen in Hongarije, waar in juni lokale verkiezingen zijn, samen met de Europese verkiezingen. Maar zowel Orbán als Tamás Lánczi, leider van het nieuwe bureau, noemde afgelopen periode de media als mogelijk onderzoeksterrein binnen de soevereiniteitswet.

Onafhankelijke media vrezen nu ook doelwit te worden van het nieuwe bureau. ‘Het bedreigt de vrije pers’, zegt onderzoeksjournalist Szabolcs Panyi. ‘Aanvankelijk ontkende de regering dat de wet media treft, maar haar retoriek verandert. En de wet is vaag, je kunt haar ruim interpreteren.’

De keuze voor de 46-jarige Lánczi als directeur is een teken aan de wand – Lánczi staat al jaren dicht bij de regering. Eerder was hij hoofdredacteur van het weekblad Figyelö, dat onder zijn leiding een lijst publiceerde van ‘huurlingen van George Soros’ met daarop meer dan tweehonderd namen van journalisten, advocaten, ngo-medewerkers en academici die kritiek hadden op de regering. Een rechtbank oordeelde later dat de lijst ‘intimiderend’ was.

Ook ngo’s voelen zich bedreigd door de nieuwe wet. Een deel van hun financiering is afkomstig uit buitenlandse fondsen. Broodnodig, want wie kritisch is op de regering in Hongarije, kan naar overheidsgeld fluiten. Onafhankelijke media zijn in het door Orbáns partij onderworpen medialandschap naast donaties ook deels afhankelijk van buitenlandse bijdragen. Dit valt overigens eenvoudig terug te vinden in hun jaarcijfers.

Sommigen trekken nu de vergelijking met de beruchte buitenlandse-agentenwet in Rusland, waarmee het Kremlin critici monddood maakt. ‘Eigenlijk gaat deze wet nog verder’, zegt Daniel Hegedüs, die zich als onderzoeker bij het German Marshall Fund met Hongarije bezighoudt. ‘In Rusland kun je, hoewel de rechtsstaat ernstige gebreken vertoont, beroep aantekenen. In Hongarije kan dat niet.’

Wat kan er op korte termijn verwacht worden van het nieuwe bureau? ‘Dat is de verkeerde vraag’, zegt Hegedüs. ‘Neem de ‘kinderbeschermingswet’ uit 2021. Aanvankelijk bleef het stil, pas anderhalf jaar later ondernam de regering opeens actie.’ Op basis van deze wet worden boekwinkels nu beboet als ze boeken met lhbti-personages niet in folie verpakken.

Als de autoriteiten de soevereiniteitswet eenmaal handhaven, kan men ‘willekeur’ verwachten in zowel reikwijdte als toepassing, zegt Hegedüs. In afwachting daarvan treedt al een ‘chilling effect’ op, verstarring. Uit angst voor toekomstige vervolging zien ngo’s bijvoorbeeld af van buitenlandse fondsen, waarna ze hun activiteiten moeten beperken.

Die verstarring is reeds zichtbaar. Een medewerker van een internationale organisatie die fondsen verstrekt aan Hongaarse ngo’s bevestigt dat er een terugval is in het aantal aanvragen sinds de plannen voor de wet in september naar buiten kwamen. De medewerker, van wie de identiteit bij de redactie bekend is, wil niet bij naam genoemd worden uit angst voor repercussies door de Hongaarse autoriteiten.

De bevoegdheden van het bureau zijn op het eerste oog beperkt. Ze kunnen verreikend onderzoek doen, maar mogen individuen niet vervolgen. ‘Wel kunnen ze zaken overdragen aan andere autoriteiten, zoals de fiscus of de politie, die dan verdere stappen ondernemen’, zegt journalist Panyi. ‘Wat ze meteen al kunnen, en wat ik ook verwacht, is mensen aan de schandpaal nagelen.’

In een interview met regeringsspreekbuis Magyar Nemzet lijkt directeur Lánczi al naar die schandpaal te loeren. ‘Ons belangrijkste instrument en wapen is het publiek’, zei hij.

Voor journalist Panyi, die eerder werd afgeluisterd met spionagesoftware Pegasus, is dit niets nieuws onder de zon. Eerder deze week werd hij met zijn collega’s van journalistiek onderzoekscollectief Direkt36 op televisie aangevallen door een beruchte opiniemaker uit de hoek van de regering. ‘Maar wat nu verandert: dit bureau is een officiële staatsinstelling. Het geeft de autoriteiten een voorwendsel om te handelen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next